maandag 14 december 2009

Wild Card - we love you!

We zijn natuurlijk vooral in Afrika voor de wilde beesten, laten we eerlijk zijn. Een andere cultuur, ander landschap, andere bomen: het is allemaal leuk, mooi en aardig, maar we zijn hier natuurlijk vooral om de Big Five: Leeuw, Neushoorn, Olifant, Luipaard en Buffel. Nu kan die laatste ons gestolen worden, we zijn net zo blij met een gnoe en veel meer uitgelaten vanwege een cheetah of giraf. Maar ja, de big five schijnen zo te heten vanwege hun potentiële gevaar - ze kunnen je allemaal doden. Wij blijven er bij dat het vooral uit de tijd van de jagers stamt: vijf leuke koppen naast elkaar aan de wand van lounge. Daar past een giraffenek niet zo goed bij. Of een nijlpaardenkop.

Wij hebben een drietal parken op onze route uitgezocht die onze grootste behoeften zullen moeten invullen: Addo (waar de meeste olifanten van Zuid-Afrika zitten), Hluhluwe (de meeste neushoorns) en uiteindelijk met kerst Kruger (voor alles wat we mogelijk gemist hebben en een mooie afronding van een lange reis). De kinderen zijn het er roerend over eens. Meelopen met olifanten -of er zelfs een ritje op maken- cheetahs aaien: het is natuurlijk leuk, maar ze in het 'echt' zien, dat is waar het om draait. Wellicht heeft het met de gemaksfactor te maken. Als je er weinig inspanning voor hoeft te doen en de kans op slagen is 100%, voelt het toch een beetje als winnen door valsspelen. En we willen ze echt 'spotten'.

Addo heeft de primeur van onze pasverworven Wild Card - gedurende een jaar ongelimiteerd toegang tot alle nationale parken van Zuid-Afrika. En dat voor maar voor een goede 200 euro voor de hele familie. Volgens mij is Artis nog duurder... Vol verwachting klopt ons hart als we de poort doorrijden. Waar zien we de eerste olifant. Of leeuw! Bij de ingang hangt een kaart waarop bezoekers hun waargenomen dieren hebben aangegeven. We plannen onze route - olifanten, leeuwen, neushoorns. En nu maar afwachten of ze op ons staan te wachten op de aangegeven plekken.


Ons eerste wild

Eerst een warthog, een 'poemba' volgens de kinderen. Hij staat braaf te grazen op zijn voorpoten, de warrige haren breed uitwaaierend rond zijn omhoogstaande tanden. Vervolgens zien we een Kudu, een groot uitgevallen antilope met een impossant gedraaide grote horens. Hij staat ons verwonderd aan te kijken vanuit de bosjes. Wij kijken net zo verwonderd terug. Dan zien we in de verte olifanten. Ik zeg we, maar ik bedoel Micky. Zij blijkt een eerste klas spotter van beesten en vindt hen waar wij niet kijken of niet zien. Daar tussen de bomen een olifant. We staan stil en wijzen fluisterend. Dan ontwaren we een tweede olifant tussen de bomen en een derde, en als bonus een een jong olifantje dat tussen de benen van de moeder heen en weer drentelt. Er gaat niets boven de vrije natuur. We kiezen verschillende 'loops' in het park en de uren verstrijken.

We zien meer warthogs, kudu's en olifanten, maar missen de leeuwen net. Ze liggen achter een bosje naast de weg, maar kunnen ze niet zien. Een grote truck met toeristen staat zich te vergapen, maar ja die zitten anderhalve meter hoger. Wij zitten ons vooral te verbijten. Stukje naar voren - zie je wat? Nee, nog een stukje, nee niks. Maar naar achteren dan? Ok, zie je wat nee nog steeds niks. We weten dat ze daar liggen, op twee drie meter van ons vandaan, maar ja, daar koop je niks voor. ZIEN willen we ze! Tevreden, maar toch niet helemaal verlaten we die dag het park.

De navolgende dagen worden we ruimschoots getrakteerd op olifanten in alle soorten en maten en standen en groepssamenstellingen. Heerlijk! Iedere keer is het weer met bonzend hart en ingehouden adem. Maar de leeuwen krijgen we niet te zien - pas vijf minuten voor we het park definitief verlaten keert ons geluk. Al eerder zijn we een karkas van een buffel gepasseerd - droog en gebleekt. Een 'lion-kill' van enige tijd geleden. Even daarna zien we veel auto's stilstaan: een teken dat er iets te zien is. En jawel, daar liggen de heren! Zij aan zij op hun brede rug, poten lodderig in de lucht, en zoveel mogelijk ruimte gevend aan hun volgevreten pensen. Wat een prachtgezicht! Maar veel beweging blijkt er niet in te zitten. Na 10 minuten kijken naar de vrijwel bewegingloze broers, overwegen we nog even de Argentijnse katapulten uit de bagage te halen. Maar dat vinden de kinders toch ongepast. Desalniettemin verlaten we meer dan tevreden het park. Rhino's hebben we niet gezien, maar zoveel zijn hier niet, het park is groot en we weten dat we in Hluhluwe (sjloesjloewe) nog voldoende aan onze trekken zullen komen.

De degens gekruisd
Twee weken later zijn we in iMfolozi-Hluhluwe. Heerlijk die Wild Card: zelfs als we laat in de middag aankomen, kunnen we gewoon nog even een uurtje binnenwippen zonder het gevoel dat het 'zonde van je geld' is. (We blijven Hollanders). De eerste rhinoceros wordt gespot door Micky (wie anders) in een poeltje ver van ons verwijderd. De tweede verschijnt uit het niets pal voor de auto. MET JONG! Marjolein springt meteen in de weigering. "Ik ga niet verder! We moeten vooral niet bedreigend zijn!" Drie dagen eerder zagen we een documentaire op National Geographic (voor het eerst sinds Kaapstad een uurtje tv) over neushoorns die mensen aangevallen hadden - en de schrik zit er goed in. Ondanks de samengeknepen billen, genieten we volop van deze bijzondere aanblik.

Een dag later spot Micky drie neushoorns. Hoezo drie? Het zijn toch solitaire beesten? We zien al snel dat het om twee rivaliserende mannetjes en één vrouwtje gaat. De mannetjes kruizen de degens, delen plaagstootjes uit, testen elkaars sterke en zwakke kanten. De testosteron druipt er vanaf. Het vrouwtje graast intussen quasi nonchalant door, met een air alsof het haar allemaal niet boeit. Toch: zodra de mannetjes iets te ver van haar afdwalen, dribbelt ze er rap achteraan. Aangezien neushoorns niet zo goed zien, raakt ze hierdoor af en toe abusievelijk in het gevecht verzeild en wordt bijna door een van haar Romeo's aan het spit geregen.

Wij volgen het gevecht op de voet - uiteraard met veiligheidsmarge, die af en toe angstvallig klein wordt als ze onverwachts onze kant uitdwalen. Na een minuut of tien steken ze de weg over en wordt ons het zicht grotendeels ontnomen door struikgewas - voor ons aanleiding om verder te rijden. Op het moment dat Marjolein gas geeft sta staat ze meteen weer boven op de rem, omdat Fleur heel hard 'STOP!' roept. Op de weg voor ons komt een derde mannetje aangedenderd, anderhalf keer zo groot als de twee duellisten en vol testosteron. Dit dreigt uit de hand te lopen!! We zien nog net hoe de drie eerdere acteurs schouder aan schouder front maken voor het nieuwe mannetje. Dan geven we gas in de wetenschap dat wij -als we onverhoopt tussen deze krachtpatsers terecht zouden komen- een prachtige ervaring rijker zouden zijn, maar waarschijnlijk een nieuwe auto moeten uitzoeken...

Katten en honden
En gelukkig worden we deze keer vewend met katten en honden. Nee, de Big Five weten we niet vol te krijgen, de luipaard blijft onzichtbaar. Maar met een cheetah, een groep wilde honden pal naast de weg, een groep van vijftien leeuwen en verschillende hyena's, mogen we ons meer dan gelukkig prijzen. Vooral de ontmoeting met de leeuwen is bijzonder. Ze hebben eerder die ochtend een giraf gedood - genoeg eten voor allemaal. Als wij bij hen komen zijn ze al uitgegeten en liggen na te genieten van een copieuze maaltijd. Plotseling is er onrust in de groep. Verschillende leeuwen staan op en kijken gealarmeerd naar links. Wij volgen hun blik en zien na enige tijd een hyena. Nog op grote afstand, maar voorzichtig steeds dichterbij komend. De leeuwen hebben geen zin in een confrontatie en verkassen een honderdtal meters. De hyena komt steeds dichterbij, cirkelend, dan weer een paar passen dichterbij, dan weer snel achteruit deinzend. De geur van vers bloed en kadaver is echter onweerstaanbaar. Na tien minuten is hij het kadaver dicht genoeg genaderd. Hij grijpt het grootste stuk wat hij ziet liggen. We zien hem met een complete giraffepoot in de bek weglopen, af en toe schichtig omkijkend richting leeuwen.

Een minuut later verschijnen een tweede en derde hyena ten tonele. Die hebben meer aandacht voor elkaar dan voor de leeuwen. Ook een arend heeft de buit ontdekt en draait cirkelend rond. Af en toe duikt hij naar beneden en hoopt lang genoeg de tijd te krijgen om zijn deel van het karkas te plukken. Hij heeft respect voor de hyena's, want zodra die maar enigszins in de buurt komen, verkiest hij een dichtbijgelegen boom. De tweede hyena is niet kieskeurig en gaat er snel met een groot stuk giraffenhuid vandoor;de derde zet zijn tanden in een aantrekkelijke ogend bot. We horen het versplinteren onder de kracht van zijn kaken.

We weten dat we verwend zijn de afgelopen dagen. En dan moet Kruger nog volgen... Nu gaan we naar Mozambique, zwemmen met dolfijnen - tenminste dat hopen we. Wat een naar leven hebben we toch!

donderdag 10 december 2009

Een andere wereld, een andere tijd

Onze reis heeft ons gebracht naar Drakensbergen, een ruige bergrug in het hart van Zuid-Afrika. Aan de andere kant ligt Lesotho, het koninkrijk hoog in de bergen, en een van de minst ontwikkelde landen van Afrika. We willen hier graag heen, maar de bergpassen zijn alleen met een 4x4 te nemen. En die hebben wij niet... Maar goed, misschien valt er nog wel een oplossing te verzinnen.

Woeste natuur, maar koud
De eerste dagen in Drakensbergen zijn koud en nat. Een dag voor wij aankomen heeft het zelfs gesneeuwd. Maar een week eerder was het nog 36 graden. Het kan verkeren. We zijn blij met ons hutje met open haard. Lekker om je aan te warmen na een verkleumende wandeling. We werken hard aan school, want de tijd die ons resteert wordt steeds korter en we zijn nog niet klaar. We bezoeken bergen met exotische namen als Giants Castle and Champagne Peak. Mooie wandelingen door woeste natuur, ondanks het tegenzittende weer.

De laatste dagen willen we naar het Amphitheater in het noorden. Het Amphitheater is een geweldig bergmassief dat je aan alle kanten omringd als een ... (je raadt het al). Vanuit de backpackers waar we zitten, wordt een tocht met gids georganiseerd naar de top. Daar hebben we uitzicht over half noordelijk Zuid-Afrika én op een van de hoogste watervallen van de wereld. Bijna een kilometer stort hij van de top van de berg naar beneden.

Laatste adem
We beklimmen een slingerend bergpad. Af en toe moeten we over glibberige schuine rotsenvlakken, waarnaast een onaantrekkelijke afgrond gaapt. Na anderhalf uur klimmen en klauteren, wacht ons een laatste uitdaging: 250 meter door een kloof omhoogklauteren tegen neergestorte rotsblokken op. Een ware bezoeking voor ons ongeoefende klauteraars. Om ons heen tal van kleine stroompjes smeltwater, hier en daar nog stukken smeltend sneeuw. Hijgend, piepend en krakend komen de oudjes boven. De kinderen waren ons allang vooruitgesneld. Soms wachten ze ons even vol medeleven op, om vervolgens weer enthousiast verder te klauteren: berggeiten. Als wij eenmaal over de rand heen kruipen, zijn we haast te moe om onze beloning op te eisen: een uitzicht van tientallen (honderden?) kilometers ver en voor ons het Amphitheater in volle glorie. Deemoedig eten we onze lunch - moet ook wel want de klim naar 3200 meter heeft ons enigszins afgemat (eufemisme!).

Als we een uur later op adem zijn, lopen we over het prachtige bergplateau, door sompig veengrond en langs een bergstroompje dat allengs aanzwelt tot een beekje. Het blijkt uit te monden in de '1km' waterval die we net van de overkant gezien hebben. Met wankele benen staan we bij de rand en kijken hoe het water zich bruisend in de afgrond stort. Imponerend, intrigerend en beangstigend tegelijk. Je wilt zo dicht mogelijk bij de rand komen om naar beneden te kijken waar het water heenvalt. Maar bij elke stap in de buurt van de rand schieten de angstscheuten door de benen omhoog naar buik en maag. En dat is nog erger als we de kinderen zonder schroom die kant uit zien dwalen (DAAAN! Kom terug!)Alledaagse angsten zijn meestentijds goed in bedwang te houden, maar er zijn momenten dat basisinstincten het overnemen van nuchter verstand (nee je valt niet zomaar om, nee je zal niet wegglijden, etc). Dan het gewoon: Hierkomen! En luisteren!

Op de terugweg hebben we nog één obstakel te nemen. We moeten afdalen van een ijzeren touwladder, 25 meter de diepte in. De ladder is op zich geen probleem, maar wel het gevoel dat je over een rand moet stappen en niet ziet wat daar onder is. Eén dame in ons gezelschap mag eerst. Met steunen en kreunen gaat ze rillend naar beneden. Hoewel ze vastgebonden is aan een touw sterft ze onderweg duizend doden. Onze kinderen zien het met lede ogen aan. "Je moet gewoon doorgaan." zegt Fleur dapper. En om beurten klauteren de kids zonder mankeren naar beneden - ze vinden het alleen maar leuk! Liefst zouden ze nog een keer, en ze vragen of ze misschien ook zonder veiligheidstouw mogen - want zo'n veiligheidslijn maakt het toch minder spannend. Hoezeer we het hen ook gunnen, we blijven toch nog maar even de overbezorgde ouder...


Terug in de tijd

De volgende dag gaan we naar Lesotho, waar de 'normale' weg meteen over de grens ophoudt. Wel wordt druk gewerkt aan een nieuwe weg. Soms moeten we wachten tot we er langs kunnen. Tientallen mensen vullen gazen kooien met keien, die van hand tot hand aangereikt worden in lange ketens. Voor ons staat een combi - de achterbak volgeladen met spullen die in Zuid-Afrika ingekocht zijn en in Lesotho niet of slecht te krijgen zijn. Bij een van de oponthouden gaat de achterklep open. Wat ik steeds aangezien had voor tassen die tegen het achterraam gepropt zitten, blijkt een omvangrijke vrouw op leeftijd die als een laatste puzzelstuk van een driedimensionale puzzel de overgebleven ruimte vult - voorovergebogen zonder zicht en nauwelijks ruimte om te bewegen.

Net over de grens rijden we een vallei in, lieflijk ingeklemd tussen de bergen. Akkers met mais, een enkele koe, een paar ezels. We parkeren bij een schooltje - de meeste kinderen spelen buiten in zwart-wit schooluniform. Sommigen springen touwtje met een zelfgevlochten touw. Anderen halen water wat ze in gieters op hun hoofd dragen. Anderen liggen gewoon lekker in het gras. Er komt een jongetje aan met iets in zijn handen - een vleermuis! Hij heeft een vleermuis gevangen en gooit hem als een speeltje in de lucht. Het beestje vliegt een paar meter en valt dan op de grond - tot groot vermaak van de kinderen. Ze pakken hem op en gooien 'm een tweede keer in de lucht. Het beestje probeert niet eens meer de vleugels uit te slaan. We hebben foto's gezien van gebraden vleermuis, dus waarschijnlijk is dit een normale gang van zaken hier, maar het komt onwerkelijk over.

Het schoolhoofd spreekt uitstekend Engels en probeert de kinderen zoveel mogelijk toekomst te bieden, niet alleen door scholing, maar ook voorlichting over AIDS en landbouw, want beiden zijn cruciaal voor het voortbestaan. Teveel kennis gaat verloren doordat ouderen vroeg doodgaan. En de medische kennis is beperkt. Dan begint een klas, speciaal bijeengeroepen voor Micky Fleur en Daan. Het is een kaal gebouw, waar oude houten banken in staan en her en der boeken rondslingeren. Des te opvallender: alle kinderen krijgen in het Engels les, al is dat niet de voertaal in Lesotho. Micky, Fleur en Daan zitten in een schoolbankje met kinderen voor en achter zich die zich de hele tijd nieuwsgierig omdraaien. "How old are you? What is your name? Where do you live?" Voor ze er erg in hebben, zijn ze in een levendig gesprek verwikkeld. Er wordt een atlas bijgepakt en ze moeten laten zien waar ze wonen. Als we foto's nemen, willen ze die uiteraard zien - luid gegiechel is het gevolg. Een paar dames willen een portretfoto en staan met ernstig gezicht statig voor het bord. Het is of ik een foto uit begin 1900 zie.

We mogen de lokale medicijnman bezoeken - die van generatie op generatie de kennis heeft overgedragen gekregen van zijn voorouders. Zijn behandelingen bestaan echter vooral uit kruiden, bezweringen en brouwseltjes. Hoewel de bellen op zijn rug er indrukwekkend uitzien, vragen we ons ten zeerste af hoe hij de dorplingen gezond houdt... Geloof doet ook hier blijkbaar wonderen. Verder zien we een boer achter de ploeg met twee onwillige koeien ervoor, vrouwen die met de hand het barre land bewerken (net als in Bolivia) en mannen die in dekens gewikkeld op hun stoere paardjes zitten. Voeg dit beeld samen met de medicijnman en een schoolfoto uit 1900, en we weten dat we vandaag weer even 100 jaar terug in de tijd zijn geweest.

maandag 7 december 2009

Kuifje in Xhosa-land

"Where do we get off of the tar road? After exactly 37 km we have to turn right into a dirt-road?" Marjolein zit aan de telefoon met ons nieuwe hutje, een eco-lodge aan de kust. "Zei hij na precies 37 km? Niet meer?" Angstvallig houd ik mijn kilometerteller in de gaten. Ons hutje voor vannacht is een eco-lodge aan de rand van de zee, midden in Xhosa-land. Bulungula -zo heet de tent- schijnt een belevenis te zijn: een van de beste eco-belevenissen ter wereld. Geen elektra, geen stromend water, en nauwe samenwerking met de gemeenschap. Maar zo afgelegen als de pest. Een goed verborgen geheim zeg maar.

Na precies 37 km stoppen we en kijken om ons heen. We zijn in een heel klein dorpje beland, een paar huizen links, een winkeltje rechts, minibusjes om passagiers op te pikken. "Daar is het winkeltje met het Omo-reklamebord." zegt Marjolein. Daar konden we een routebeschrijving krijgen voor de resterende 50 km. Met een houding van 'nou dat doen we dan maar' loop ik de uitspanning binnen. Een balie achter tralies en daarachter planken met huishoudartikelen. Alsof ik 50 jaar terug in de tijd in een vage amerikaanse film terecht ben gekomen. De jongen achter de balie kijkt me glazig en niet-begrijpend aan als ik naar de routebeschrijving vraag. Een oudere dame komt echter van de andere kant van de winkel en pakt een gekopieerd A4-tje van de balie met een hele ruwe schets. Daar moeten we het maar mee doen.

Meer dan anderhalf uur kronkelen we al hotsebotsend over ongeplaveide wegen vol gaten en kuilen. Af en toe bespeuren we een glimp van een herkenningsteken. Is dit de blauwe school? Hebben we al 20 km afgelegd? Het lijkt een eeuwigheid. Temeer daar we diep in het platteland doordringen, ver van de 'beschaafde' wereld. Hier is geen blanke te vinden. Hier spreken ze amper Engels. Panne met de auto zou hier een interessante verrijkende ervaring worden - zoveel is duidelijk!

Om ons heen ontrolt een prachtig landschap van glooiende heuvels zover het oog rijkt. En overal verspreid op de heuvels liggen ronde aquamarijn groene huisjes met rieten daken. We wanen ons in groot-Teletubbieland. Alleen zien we geen reuze konijnen rondspringen. De rit duurt naar ons gevoel eindeloos lang en de onzekerheid blijft aan ons klagen. Gaan we goed? Regelmatig zien we andere dirtroads naar links en naar rechts vertakken, de eindeloosheid in. En wegwijzers of richtingborden? Waarvoor? Wie hier komt kent de weg en wie de weg niet kent komt hier niet.

Bulungula-store is ons einddoel. Daar zullen we de auto parkeren en met een 4-wheeldrive opgehaald worden. Onverwacht eindigt de weg. We rijden het voor ons liggende pad op. 'Store' is een groot woord voor de schuur die we aantreffen. Het erf ligt vol rotzooi, overal lopen kippen, geiten, koeien. Maar we zien een bordje: Parking R15 per night, waarnaast een paar auto's geparkeerd staan. Dit zal het dan wel zijn. We bellen dat we gearriveerd zijn. De shuttle is iets vertraagd, maar zal ons zo halen. Na een uur wachten arriveert een 4wheeldrive. Ja ze gaan naar Bulungula, nee ze zijn niet de shuttle. We vragen hen om een lift - het begint al aardig donker en koud te worden.

Met z'n vijfen achterin gevouwen, tussen koffers en tassen, wanen we ons in een achtbaan als we naar de lodge rijden. Alle kanten worden we uitgeschud en af en toe hebben we het gevoel dat we zullen omvallen. De chauffeur blijft echter onverstoorbaar, dus wij houden ons voor: geen reden tot paniek. Na een ruim half uur van draaien, keren, slippen en butsen, verschijnen de eerste hutten in het licht van de koplampen.

Onze hut is een traditionele Xhosa-hut. Rond, twee ramen, rieten dak, klei-vloer. Twee eenpersoonsbritsen, een tweepersoonsbed en een matras op de grond. Verder een paar takken die aan touwen aan de muur hangen en een tweetal kaarsen. Dat is al ons comfort. Toch missen we helemaal niets. We lopen haast tastend naar onze hut om te slapen - wat overigens heerlijk is. Worden wakker met koeien of ezels onder het raam of voor de deur. Ontmoeten interessante mensen: Russel loopt in twee jaar langs de kust van Namibie tot Mozambique en is nu op de terugweg. Hij doet dit 'to raise money for the animals.' Sinds twee weken loopt er een hond met hem mee. Eerst op afstand, maar nu vlak achter hem. Het beestje is nu onafscheidelijk van hem en volgt hem op de voet, zwemt met hem riviertjes over en beklimt de rotsen. Zulke verhalen verzin je niet. Dat maak je alleen maar mee bij backpackers (de plaatsen waar de echte trekkers overnachten)

De douches zijn waanzinnig fraai gedecoreerd, met de meest prachtige mozaieken. De raketdouches moeten worden gevuld met parafine en een stuk wc-papier dat in de fik wordt gestoken. Er klinkt een luid geloei van heet vuur en de douche is klaar voor gebruik. De wc's kennen een voor en een achter compartiment, voor no. 1 en no. 2. Alles wordt gecomposteerd en hergebruikt. Zo lang er zonlicht is, worden de batterijen opgeladen, zodat er 's avonds wat schaarse spaarlampjes kunnen branden. Alles is prachtig versierd met wrakhout, schelpen en steentjes. De meest prachtige schilderingen sieren de wanden van de wc's. Een korte Xhosa-taalcursus hangt op de wc. Encos - bedankt Molo - hallo tegen 1 persoon, Molweni - hallo tegen een groep personen. We leren het woord Xhosa uitspreken: klak met de tong achter tegen het gehemelte gevolgd door 'hosa'. De Xhosa-taal zit vol klikken en klakken; het is intrigerend exotisch: dit verschilt zo van alle talen die we kennen!

We kanoen met een lokale gids vanaf de riviermonding landinwaards langs mangrovebossen. We lopen tussen de boerenhuisjes door terug naar de lodge. We gaan paardrijden met een gids die bij gebrek aan paard met ons meeholt en loopt. Er zijn maar 4 paarden - Marjolein mag een muilezel berijden, die hier duidelijk geen zin in heeft. Na een paar honderd meter over het strand laat hij zich ineens door de voorbenen zakken en rolt om. Marjolein voelt dit met haar ervaring aankomen en springt er net op tijd af. Ze geeft 'm een rotschop en roept: 'vals kreng!' De muilezel laat zich weer op de been brengen, maar is nog steeds onwillig. De gids maakt van een tak een rijzweepje voor Mar, waarmee ze 'm in het gareel houdt. Toch zint het meneer niet helemaal: als hij een tik op de kont krijgt, slaat hij met twee benen naar achter. Marjolein moet er alleen maar om lachen: "Wat een kreng niet?" We maken een prachtige tocht langs de kust en landinwaards. Het land is hier nog zo ongerept, je waant je haast in de middeleeuwen. Of als Kuifje in Afrika (al is dat minder ethisch verantwoord, voor wie zich dit stripverhaal nog kan herinneren).

We blijven hier 3 heerlijke dagen. Het weer is matig tot slecht, maar de sfeer is geweldig. Als we de 3e dag met onze bagage bij de auto arriveren, blijkt deze niet te willen starten. Accuproblemen? We krijgen 'm niet aan de praat. We gaan weer terug naar Bulungula en bellen met de autoverhuurder. Dat wordt wegslepen en een vervangende auto. Probleem is alleen dat die uit East London moet komen, meer dan 6 uur rijden daar vandaan. Dat lukt vandaag niet meer, dat wordt dus weer een dag extra. De volgende dag blijkt onze vervangende auto vanwege de regen aan het begin van de dirtroad gestrand. Ik moet worden opgehaald bij de lodge en vervolgens brengen we de auto naar een veilige plek om achter te laten. Al met al ben ik de hele dag onderweg, waarvan 5 uur op een butsweg. 's Avonds in bed lig ik in mijn hoofd nog te schudden en de butsen... Kapot ben ik. En oh ja, en passant kom ik er achter dat alle mensen hier het topje van hun linkerpink missen. Vrolijk wordt mij vertelt dat dit taditie is. Het wordt als kind afgehakt... voor 'health'. Niet dat het veel helpt, want op de terugweg zitten we naast een meisje in de achterkabine die overduidelijk Aids heeft - net als circa 30% van de bevolking. Heeft, of nog krijgt in de komende jaren. Wat een verwoesting van een maatschappij en vespilling van mensenlevens...

De kinderen sluiten vriendschap met twee lokale meisjes (blank, Engelstalig), die in een eenvoudige woning op een nabijgelegen heuvel wonen. Ze gaan met hen mee om een nestje jonge katjes te bekijken, leren het kaartspel Rummi, en spelen met hun oma. Bulungula voelt als een heerlijke plek. We vinden het jammer dat we dit niet hebben mogen zien met zonneschijn.

vrijdag 4 december 2009

Coolste badkuip van de wereld

Wat heeft dit land veel te bieden! We verblijven een paar dagen aan de Wild Coast en zijn overdonderd door het geweld van golven en kust. Daarna trekken we landinwaards naar het schilderachtige hoogland van Hogsback, met zijn uniek bossen en habitat.

Jenny van Peace of Eden geeft ons nog een rugzakje tips mee als we op weg gaan. Een daarvan is een 'swingbrigde' over de zee bij Tsitsikama. We strijken strijken in Storms River, bij backpackers Djembe. De eigenaar is een prettig gestoorde ADHD'er die overstroomt aan ideeën. Hij vindt het te gek wat we aan het doen zijn, geeft ons een compleet eigen ruimte ver weg van alle backpackers gezelligheid -die wel leuk is, maar niet goed voor de nachtrust van de kids- en doet er alles aan ons over te halen voor nog een extra nacht. De kids sluiten meteen vriendschap met Tiger, de voetballende huishond (bijna net zo goed als Sofietje, het vierpotige voetbalwonder van Micky's vriendinnetje Feline).

Verwoestende kiezels
We gaan voor zonsondergan nog even kijken in Tsitsikama - dat park van die swingbridge. Bij het park aangekomen kopen we meteen maar een family Wildcard - voor ruim 200 euro een jaar lang toegang tot alle nationale wildparken van Zuid-Afrika! Hoewel het al aardig tegen zonsondergang loopt, beginnen we vol goede moed aan een wandeling langs de kust, over houten plankieren. Al snel staan we op een betoverend bruggetje tussen twee rotsen in. Voor ons de oceaan, achter ons een strook strand van 30 meter lang. De zee bouwt pal voor je neus een golf op en precies op het moment dat deze onder de brug zal verdwijnen, slaat deze met schuimend geweld om, dendert onder je voeten door en strekt zich over twintig meter strand uit om zich terug te laten zakken en de volgende golf om te duwen. Wat een vondst die brug!

We gaan verder - het pad volgen naar de hangbrug voordat de zon onder is. Een half uur later komen we bij de houten hangbrug (swingbridge) over de zeearm. Onder ons de woeste zee, die aan alle kanten te pletter slaat op de rotsen en spelonken. We stampen over de brug die heerlijk meegolft (het blijft altijd een beetje opwindend eng: zo'n brug die meebeweegt). Aan de andere kant dalen we af naar een grindstrand. Grote en kleine kiezelstenen om het even, allen zijn zij speeltuig van de aanstormende golven: opgetild en neergestort. Bij elke golf klinkt het alsof een vrachtwagen met grind gelost wordt. Hier moet je niet willen pootjebaaien, zoveel is duidelijk. We worden er stil van. Met moeite kunnen we ons losrukken - de zon is al bijna onder.

Tolkien in Hogsback
De volgende dag rijden we door naar Hogsback. We rijden door Ciskei, een voormalig thuisland en een enorm arme streek. De bevolking leeft van landbouw, vooral veeteelt. De kennis over effectief gebruik van de gronden ontbreekt echter - of is verloren gegaan. (Ook hier heeft Aids zijn verwoestende werking gedaan. Meer dan 30% van de bevolking heeft HIV of Aids. Slechts 0,01% weet het van zichzelf. Een generatie zwarte bevolking is weggevaagd. En daarmee ook alle kennis. Howard heeft ons verteld dat dit de eerste zwarte generatie is die scholing krijgt. Onder de apartheid was dat alleen beschikbaar voor de blanken. De zwarten werden ondergebracht in de thuislanden, en daar moesten ze het zelf maar regelen.) Hogsback is echter vooral een blanke enclave - al honderden jaren. Prachtig gelegen overigens - en volgens lokale overlevering heeft Tolkien hier de inspiratie voor Lord of the Rings opgedaan.

De volgende dag maken we een wandeling door de indigenous forests van Hogsback, dat ons langs verschillende eco-systemen met verschillende typisch Zuid-Afrikaanse vormen van vegetatie zal brengen. Als we van onze backpackers 'Away with the Fairies' vertrekken voor een wandeling, loopt buurhond Flo een stukje met ons mee. Althans dat denken we. We zijn verbaasd als het dier braaf bij ons blijft, telkens omkijkt waar we lopen, soms vooruit loopt en de weg zoekt en vindt. Het is net of hij bedacht heeft: mijn baasje is vandaag toch aan het werk en ik heb niets beters te doen, dus ik ga gezellig met deze mensen mee! We hebben er opeens een trouwe viervoeter bij! We passeren een zeldzame Yellowwood (700 jaar oud, 35 meter hoog) en drie impossante watervallen. En gedurende de gehele 5 uur durende wandeling, wijkt Flo nauwelijks van onze zij! Uiteraard tot grote vreugde van de kids.

De Badkuip Met Hét Uitzicht
Als we terugkomen bij onze backpackers, weten wij ons in verheugende omstandigheid dat wij zodirect mogen plaatsnemen in de coolste badkuip van de wereld: op de rand van een afgrond van minstens 40 meter - gewoon een badkuip, gevuld vanuit een oliedrum waar een vuurtje onder gestookt wordt. En met het meest rustgevende uitzicht dat je je maar kunt bedenken. En nee: dit is niet gefotoshopt! Om beurten nemen we een duik in het bad dat zijn gelijke niet kent op deze aardbol. En ware het niet dat het water op een gegeven moment wel erg koud werd, dan zaten we er nu nog in...

OK, Hogsback is hooggelegen tussen bossen en bergen, dat was ons duidelijk. Maar het is klaarblijkelijk ook een plek van hoog spiritueel niveau. Veel blanken komen hierheen voor bezinning, hun diepere zelf of zoeken naar de fantasiewereld die hier zijn bronnen vindt: hobbits, draken, elfen en orks. We komen heel wat bijzondere mensen tegen in de dagen dat we hier bivakkeren. We bezoeken een Eco-Shrine: een door een verlichte geest gecreëerd heiligdom in de open lucht. Een kerk zonder dak, zoals de Xhosa-man die hier aan meebouwde het noemde. Een prachtig bouwsel in een inspirerende setting. De verlichte kunstenares vertelt over haar bedoelingen: de aarde als levend wezen, de mens die uit balans zijn geraakt met de natuur waar de zelf deel van uitmaakt, de samenhang van alles wat leeft vanaf de oerknal en het ontstaan van het leven. Alle mystiek heeft ze samengebracht: oerknal, schepping, bushmen religie, pangea, gaia - een soort eco-utopia. We laten ons alles welgevallig aanleunen, lenen een gewillig oor, zorgen ervoor dat we niet wegzweven en genieten ondertussen van deze schitterende plek.

In een Labyrinth vind je bezinning
De volgende dag gaan we naar Bulungula, een ecolodge aan het strand en midden in Xhosa-land. Maar voordien gaan we nog naar het Labirynth van Hogsback. Weer zo'n spirituele plek, weer zo'n adembenemend uitzicht. Dit labyrinth is een kopie van het labyrinth dat in de katedraal van Chartres ligt, een van de grootste van de wereld.

Het moet een heilzame en meditatieve uitwerking hebben op mensen. Volgens het begeleidend schrijven waren de Egyptenaren al overtuigd van de magische kracht van het labyrinth. Voor de kinderen is het vooral een tegenvaller. Zij verwachten een soort doolhof, maar vinden een betonnen platgeslagen achtbaan, waar je maar op één manier doorheen kunt. We vertellen ze waarvoor het dient: om te mediteren. Neem een doel in gedachten, wat wil je bereiken: vrede, wijsheid, gezondheid of iets anders. Denk daar vooral aan tijdens het lopen. Aan het eind zal je je gesterkt voelen... Vooral niet hollen...

Jaja. Leuk bedacht. Micky, Fleur en Daan kiezen ieder nog wel heel verheven een hoger doel, maar racen er na 5 minuten toch vooral op los om zo snel mogelijk in het midden te komen. Het labyrinth is zo geconstrueerd dat je regelmatig heel dicht bij het midden komt, maar dan vervolgens weer in de buitenste regionen terechtkomt. Alsof de makers hebben willen zeggen; geduld is een schone zaak. We slingeren ons door het netwerk van lussen. Ondanks alles leggen we de route zonder valsspelen en afsnijden af.

Alles bij elkaar blijken we toch bijna anderhalve kilometer gelopen te hebben. Of gehold. De kinderen zijn allang het labyrinth uit als wij volwassenen de laatste meters afleggen. De kinderen halen ons juichend binnen en bieden ons virtuele bosjes bloemen aan, alsof we de laatste etappe van de anvondvierdaagse afgelegd hebben. Gelouterd zetten we ons in de auto. Genoeg energie ontladen én opgedaan om weer een dag in de auto te zitten.

dinsdag 1 december 2009

Olifant voor één dag

Een van onze favoriete tv-programma's was 'Walking with dinosaurs', waarbij de presentator een duik in de prehistorie neemt en tussen dino's rondloopt. Zo voelen we ons een beetje als we in Knysna Elephant park lopen. Gewoon, zonder hekken tussen de olifanten - groot en klein - te voet. We kunnen hen aanraken en lopen mee aan het eind van de kolonne, als een van hen. Nadat de eerste spanning en opwinding is weggeëbd, blijft alleen het gevoel in een sprookje te lopen...

Als het maar geen circus is"
We verheugen ons er al dagen op: we mogen een dagje tussen de olifanten bivakkeren in het Knysna Elephant Park. Niet echt een wildpark, meer een opvang voor verweesde olifanten. Wel een groot terrein, zodat de olifanten vrij kunnen rondlopen op grasland en in het bos. We vragen ons af de olifanten hier niet misbruikt worden voor commercieel gewin, maar het park krijgt de zegen van Jenny (onze superkritische gastvrouw in Knysna), die fel is op dierenleed & -waardigheid. "Voor je het weet is het een veredelde dierentuin of worden het circusbeesten!" Maar deze opvang is wel ok volgens haar.

We gaan er vol verwachting heen. En meteen bij de kassa staan we voor een dilemma: wel of geen olifantenrit? Kan dat wel of is dit écht niet gepast? 't Is ook wel erg prijzig... Toch maar wel doen - zo'n kans krijg je tenslotte niet snel meer! Maar eerst de olifanten van dichtbij bekijken en voeren. We kopen een paar emmertjes fruit - niet meer dan een soort snoepje voor hen, aangezien ze 200kg voer per dag verorberen! We rijden met een open wagen vanaf de ontvangstruimte. Her en der zien we de grijze reuzen staan te grazen. Als we uitstappen -goed geinstrueerd en in het bijzijn van guides- komen de olifanten al uit alle hoeken aangesjokt. Ze gaan braaf achter een ijzeren balk staan en steken verlangend hun slurven uit. Om beurten leggen de kinderen een stuk sinaasappel of ananas in de slurven. De slurvenmond krult zich er omheen - meer dan 100.000 spieren sturen dit prachtige precisie-instrument aan. Onvoorstelbaar. Maar voor één stukje fruit nemen ze niet de moeite om hun slurf naar hun mond te brengen: beide van sinaasappelsap druipende slurfgaten moeten gevuld zijn!

Als de emmertjes leeg zijn, mogen we met Harry op de foto. We voelen ons op en top toerist als we met onze Grote Vriendelijke Reus poseren. Als dit geen vakantiekiekje is, dan weten we het niet meer. Maar ja, indrukwekkend blijft het om je hand op de dikke huid te mogen leggen. Harry blijft braaf wachten tot we allemaal onze kiekjes hebben geschoten. De andere olifanten zijn reeds weggekuierd en om gras te eten. Over een uur komt de volgende groep weer, en tot die tijd moet gegeten worden. We zien ze van dichtbij grazen. Sommigen grijpen met hun slurf een pluk gras en schoppen met hun poot hun slurf weg, zodat het gras losscheurt.

Hoog boven de aarde
Ster van de groep is Tatu, een klein onbeholpen olifantje. De kinderen hebben Thato onmiddellijk in de gaten - "Oh een babyolifantje, wat LIEF!" Een Disney-gevoel borrelt onmiddellijk boven. Het 'babietje' is inmiddels al anderhalf jaar, weegt meer dan honderd kilo. De oppasser zegt dat Tatu het lekker vindt achter de oren gekriebeld te worden en drie paar handen schieten achter Tatu's oor. Verlekkerd leunt het olifantje tegen een paal, kruist de achterpoten en laat het zich welgevallen.

'S Middags maken we een olifantenrit. Harry en Namibia staan voor ons klaar, de twee grootste mannetjes. Wat een hoogte! Het gevoel dat je krijg als je op zo'n dikhuid plaatsneemt is niet te beschrijven: de beweging van spieren onder een massieve huid en harde maar gevoelige haren, de grote oren die af en toe open en dicht flappen, de slurf die af en toe naar achter wordt gestoken in verwachting van een kleine beloning. We zitten zo'n drieëneenhalve meter boven de grond en wanen ons minstens een pasja of maharadja. We kunnen ons voorstellen dat dit een koninklijk vervoersmiddel was. In een niet eens zo trage pas stappen we door een landschap dat wij voor ons alleen hebben. We rijden een uur door de steppe. Een van de jongere olifanten holt de hele tijd voor ons uit. Hij wil zo graag bij de grote mannen horen dat het aandoenlijk is.

Walking with elephants
Als we klaar zijn met de rit, lopen we nagenietend over het park terug. Onderweg passeren we grazende olifanten. Ze zijn ons inmiddels vertrouwd en wij hebben de illussie dat dit wederzijds is. Daar is Sally, de leidster van de troep, daar staat Harry uit te rusten van onze rit, daar grazen Thandi en dochter Nandi, daar pest Shungu zijn vriendinnetje Thato. Hij vindt het leuk haar om te gooien. Het loopt tegen het eind van de dag en we hebben het gevoel dat we hier al eeuwen zijn. We vragen honderduit aan de oppassers die ons als vanzelf tussen de grazende dikhuiden laten lopen en ons op tal van details wijzen. We genieten van elke minuut! We moeten er alleen voor zorgen in de buurt van een oppasser te blijven en nooit tussen twee olifanten terecht te komen. Niet dat ze je iets zullen doen, maar risico's zijn er om uitgesloten te worden. Hun voeten zijn zo gevoelig, dat ze nooit op iets levends zullen stappen. Maar je kunt altijd nog per ongeluk verpletterd worden...

Als er een nieuwe groep toeristen per terreinwagen komt aanrijden, weten de olifanten hoe laat het is en lopen in kolonne naar de voedingsplaats. Micky sluit de rij en loopt een paar meter achter de laatste olifant. Even bekruipt ons het gevoel: wij horen nu ook bij de kudde! We voelen ons niet langer toerist en genieten volop. We realiseren ons elke minuut hoe bijzonder dit is. Gentle Giants worden ze hier wel genoemd. We snappen nu precies waarom.

Dat we twee dagen later ook nog cheetah's mogen aaien is natuurlijk waanzinnig, maar staat toch in de schaduw van onze ontmoeting met de Grote Vriendelijke Reuzen.

dinsdag 24 november 2009

Goede Hoop in Afrika

In 1562 deed Jan van Riebeek 96 dagen over om naar de tafelbaai te zeilen om vervolgens Kaapstad te stichten... Wij reisden er anno 2009 in 8 uur van Buenos Aires naar Kaapstad. We komen aan na een zeer korte nacht in een vliegend kippenhok van Malaysia Airlines. Nog nooit zoveel kinderen in een vliegtuig gezien. En nog nooit zoveel kinderen in een vliegtuig gehoord. Wat een korte nacht bijzonder kort maakt. Maar goed, we hadden in Cape Oasis een heerlijk hutje gevonden om onze jet-lag weg te chillen, te acclimatiseren en nieuwe plannen te maken. Want we hebben natuurlijk nog niets voorbereid.

Een ding staat vast: als je in Kaapstad bent, moet je natuurlijk naar De Kaap de Goede Hoop. Onze route brengt ons een prachtige doorsnee van wat de Kaap te bieden heeft: prachtige kronkelweggetjes langs bergen en zee, vissersplaatsjes, natuur en cultuur. We stoppen in Kalkbay om aan de zee te lunchen. Voor het raam van ons bestekje breken de golven van de Indische Oceaan. Vreemd om te bedenken dat aan de andere kant van de kaap de Atlantische Oceaan stroomt. Terwijl we wachten op onze Fish 'n Chips, zitten we in de vensterbank te kijken naar de zee. Er waren walvissen gezien deze ochtend, werd ons verteld. Walvissen zien we niet, wel wavesurfers die een eeuwigheid op hun plankje dobberen tussen zeewier en zeeleeuwen, wachtend op de goede surf. Kalkbay is een van die typische Zuid-afrikaanse namen: mengeling tussen Nederlands en Engels. Het heeft een heerlijke sfeer, beetje toeristische, maar met een volle nasmaak van het voormalige vissersleven.

Mondain genieten
Een half uur later rijden we door Simonstown, nog zo'n parel. We stappen uit om de zilte smaak te proeven. Lopend langs galleries, curiosa- en boekenwinkel, wippen we even een steegje in voor een onverwachte stoelmassage. Een cadeautje voor Mar - lekker even je zelf laten verwennen! De kinderen bukken om de beurt om Mar's gezicht te bekijken dat zichtbaar is door het gat in de stoel. "Ah mamma, je ziet er gek uit!" Om haar niet te veel uit haar ontspanning te halen, beperken ze het daarna vooral tot gluren en gniffelen. Toch is Micky nieuwsgierig genoeg om het ook te laten ondergaan. Weer een ervaring rijker.

Even buiten Simonstown komen we bij de pinguïnkolonie. Wij vinden ze maar verdacht veel lijken op de pinguïns uit Argentinië - maar naar het schijnt komen deze nooit buiten Zuid-Afrika. Vooruit dan maar, ze zijn anders. Maar toch vinden we opvallend veel overeenkomsten tussen Zuid-Amerika en Zuid-Afrika: planten, vogels, zeedieren, maar ook landdieren. Ze lijken op elkaar, maar zijn dan net even anders. Dat hadden we eerlijk gezegd niet verwacht toen we hier naar toe gingen. We hadden echt een andere wereld verwacht, maar de herkenningspunten zijn ons aangenaam.

Lopend naar de auto worden we aangeklampt door lokale neringdoenden, die strategisch opgesteld staan langs de route. Wij laten ons verleiden tot de aankoop van een authentiek kunstwerk met een blik op de tafelberg en een township van beschilderd conservenblik. 'KOENST' zou onze goede vriend Geert-Jan zeggen, maar die term is misschien al te hoogwaardig. Niettemin: de herinneringen die er aan kleven zijn niet in geld uit te drukken.

We zakken verder af naar het zuiden. Baboons! We zien bordjes langs de kant van de weg die waarschuwen voor Baboons (Bobbejanen in het Afrikaans). Vol verwachting stoppen we bij twee parkeerplaatsen waar voor Baboons gewaarschuwd wordt. Naief natuurlijk! Alsof die beesten daar op ons gaan zitten wachten! NOT. Enigszins teleurgesteld vervolgen we onze weg, mentaal voorbereid op de afwezigheid van bavianen.

Een ongeluk - of toch niet...
Dan moeten we na een bocht opeens moeten we stoppen voor auto's die aan beide kanten van de weg staan alsof er een ongeluk op de weg gebeurd is. We zien beesten op de weg liggen, apen. Doodgereden denken we. Maar het zijn er wel veel en overal. Dan zien we dat ze liggen te zonnebaden, chillen en spelen. Ze zitten echt overal! Het is een feest de jonge beestjes te zien spelen - tikkertje, elkaar dingen afpakken, pesten. En dan af en toe een oudere baviaan die chagrijnig een corrigerende sneer of tik uitdeelt.

Als ze naar onze auto toelopen, draaien we snel de raampjes op een kier, gewaarschuwd als we zijn voor hun onverschrokken brutaliteit (ze weten zelfs portieren van auto's open te krijgen). We weten niet waar we moeten kijken, zoveel gebeurt er, er zitten wel 40-50 apen overal. Opeens een bons van achteren, we schrikken en zien apenvingers van boven door de kier van het achterraam tasten - de kinderen deinsen toch geschrokken achteruit, maar al even snel zijn ze weer verdwenen. Na een half uur genieten, foto's en filmpjes maken, fluisteren en wijzen, besluiten we dat het grootste feest voorbij is.

Het mooie van clichés
Het is al laat als we bij het park van Kaap de Goede Hoop komen. Onderweg naar het meest zuidwestelijke puntje van Afrika, zien we onze eerste struisvogels, stukken groter dan de rhea's van Argentinië en Bolivia. We zien vier vrouwtjes de weg oversteken - wegvallend tegen de achtergrond zodra ze de heuvel oplopen. Aan de andere kant ontdekken we een vrouwtje met vier jongen, varierend in grootte. Struisvogels broeden hun eieren navolgend uit, dus de jonkies kennen verschil in leeftijd. Later zullen we nog wel naar een struisvogelfarm gaan, waar je op de eieren kunt staan en op struisvogels kunt zitten. Voorlopig zijn we meer dan tevreden met de aanblik van deze imposante grootsten der vogels.

Bij de Kaap aangekomen genieten we het kleurenpalet dat de ondergaande zon ons voorschotelt. We beklimmen de Kaap, kijken naar de twee stromen die hier bruisend samenkomen, en nemen wat relaxte foto's. 'Hoeveel mensen zullen al achter dat bord van Kaap de Goede Hoop gestaan hebben,' vragen we ons af. Daarna haasten we ons terug. Het is zeker anderhalf uur rijden, en we inmiddels van zoveel kanten gehoord dat je in het donker de concurrentie met de medeweggebruiker niet aan moet willen gaan, dat we enige haast voelen. Het valt echter niet altijd mee om in de wirwar van wegen, onduidelijke richtingborden, wegwerkzaamheden je weg te vinden. En dan moet je ook nog LINKS rijden! Alsof dat een sinekure is.

Fantastische nieuwe wereld
De kinderen merken hier overigens verdomd weinig van. Ze hebben naast alle landen die we bezocht hebben, een geheel nieuw land ontwikkeld: dat van Poemi, Poebi, Doedie, Alex, Nala, Clara en tal van andere puma's (!) die een geheel eigen leven er op nahouden. Ze verzinnen samen een complete soap van eindeloos uitdeiende familieperikelen en avonturen. Ieder nemen ze tenminste 4 alterego's voor hun rekening die beurtelings op de meest onverwachte momenten opduiken, tot grote hilariteit van de andere twee. Die hier overigens met grote vindingrijkheid op reageren. Het gelach en gegil is soms oorverdovend, ondertussen liggen ze ook nog eens beurtelings op elkaar, hangen over de ander heen, liggen op de grond of elders. Op de achterbank spelen zich grootse avonturen af - zoveel is duidelijk.

Net nadat de schemering overgaat in duisternis komen we terug bij onze thuisbasis Cape Oasis. Gastheer en dame Wolfgang en Katja blijken de braai al aan te hebben. We schuiven aan bij kaarslicht - samen met andere gasten en lokale vrienden, drinken een fles roie van Groot Constantia (zijn we ook wezen kijken en proeven), geven onze argentijnse vleesmessen de vuurdoop (als door boter), terwijl de kinderen uitgelaten spelen met Kauai (hun nieuwste viervoetige hartevriend). Morgen weer verder met schoolwerk, nu even genieten van het moment met interessante tafelgenoten, mooie verhalen en lekker eten.

donderdag 12 november 2009

Vamos Vamos Argentina!

Stel je hebt een zoon die voetbalgek is (hoeveelste staat Heerenveen nu? En AZ? En wie is de beste speler van de wereld, en dat net zolang tot je zegt: nu is het even genoeg). Hij koopt twee voetbalshirts in Brazilië, één in Bolivia, twee in Argentinië en draagt als we naar Argentinië reizen het shirt van het Argentijnse elftal (en niet per ongeluk), veert op bij elk voetbalstadion dat we zien (welke club voetbalt daar? Zijn die goed?), voetbalt twee keer twee uur in Sucre met jongens die twee keer zo oud zijn, en houdt zich moeiteloos staande als verdediger. Kun je dan Zuid-Amerika verlaten zonder een echte voetbalwedstrijd gezien te hebben? Natuurlijk niet!

We willen een wedstrijd van Boca bezoeken, volksclub nummer één in Argentinië, maar ja, die spelen niet als we in Buenos Aires zijn. Het lot is ons echter gunstig gezind. Argentinië speelt thuis tegen Peru voor een laatste kans op kwalificatie voor het WK in Zuid-Afrika. En wij hebben kaartjes! We gaan Messi zien!

De dag voor de wedstrijd komen we aan in Buenos Aires en de volgende ochtend spenderen we aan de voorbereidingen op de wedstrijd. Daan moet een nieuw Argentinië-shirt - zijn shirt is inmiddels twee jaar oud en bijna tot op de draad versleten. Hij koopt een shirt met nummer 10: Messi, de nieuwe voetbalgod. Fleur verheugt zich net zo hard op de wedstrijd, maar is meer van het feestje: ze wil geschminckt in de kleuren van de Argentijnse vlag – en ze trekt Daan’s oude Argentinie-shirt aan. Met blauw-wit gesminckte gezichten, shirts, vlaggen en zelfs Vikinghelmen op gaan we naar het stadion. Voordat we het stadion ingaan, komen we nog een oude bekende tegen: cameraman Juan, die we bij Jan in Brazilië hebben leren kennen. Hij maakt een achtergrond rapportage over de sentimenten rond deze wedstrijd. Het is erop of eronder.

Wrange historie
De wedstrijd wordt gespeeld in het stadion van River Plate, die andere grootheid uit Buenos Aires. Het stadion waar Nederland in ’78 de finale om de wereldtitel verloor… Historische voetbalgrond dus. We zijn al vroeg in het stadion en kunnen alles op ons laten inwerken. “Do you see that goal overthere? On that right goalpost you lost the final.” Onze begeleider haalt de herinnering op aan het schot op de paal van Rensenbrink, in de laatste minuut van de reguliere speeltijd. We hadden kunnen winnen…

Jan (Imbassaí, 1e etappe van de reis) vertelde ons dat op tweehonderd meter afstand van dit stadion tijdens de militaire junta volop gemarteld werd. Tijdens de finale werden de martelingen even gepauzeerd - gevangen en bewakers konden samen de finale op tv zien. De rillingen lopen dan over de rug. Het is navrant te bedenken dat de Dwaze Moeders toen al op Plaza do Mayo schreeuwden om informatie over hun verdwenen kinderen en dat nu dertig jaar later nog doen. We hebben hen hun rondes zien lopen. Oud, grijs, de gelederen ernstig uitgedund, maar nog steeds strijdbaar. Zinloos? Als je weet dat gelijk met ons 2 of 3 cameraploegen opnames maakten, besef je dat het wel degelijk zinvol blijft. En wie weet openen de archieven zich ooit...

Terug naar de wedstrijd
De spelers komen het veld op. Daar is Messi! En Romero van AZ staat in het doel! Het volkslied van Argentinië wordt gespeeld. Uit de luidsprekers klinkt de stem van Mercedes Sosa, net een paar dagen daarvoor overleden. Duizenden kelen begeleiden haar zwanenzang. Kippenvel. En dan de wedstrijd: Argentinië is veel beter, krijgt kansen maar is slordig in de afwerking. We schreeuwen samen met de Argentijnen: Ar-gen-tina Ar-gen-tina. En zingen Vamos Vamos Argentina!

Meteen na rust wordt gescoord door Argentinië - voor onze neus. De stemming kan niet meer stuk. Er wordt gedanst en gezongen en zelfs het dreigende omweer kan ons niet boeien. We kijken met vrolijke ogen de dikke druppels na die in de stadionlichten worden gevangen. Wat kan ons dat beetje water schelen! Maar dat beetje water wordt een noodweer. Het komt in bakken uit de hemel, het begint te onweren en te stormen. Onze schminck loopt uit en het water loopt in ons nek. Er valt zoveel water, dat het doel aan de overzijde nog nauwelijks te zien is. Dan gebeurt het onvoorstelbare. Uit het niets scoort Peru in de laatste minuut 1-1. Mijn bril is dan zo bewaterd dat ik niets meer zie, maar Daan ziet precies wat er gebeurt: Romero redt tot twee keer toe knap, maar als bij toeval verdwijnt de derde inzet alsnog over de doellijn. Verbijsterde gezichten om ons heen, er wordt op zachte toon met elkaar gesproken. ‘Dit kan niet waar zijn!’ ‘We liggen er uit!'

San Palermo
Er valt niets meer te vieren en we druipen gedesillusioneerd af... En dan! Diep in de extra speeltijd - terwijl we de tribune afdalen richting de uitgang: een splijtende demarage op rechts, een trekbal op Messi die vanaf de rand van het strafschopgebied verlengt naar de tweede paal, waar uit het niets volksheld Palermo opduikt en scoort. In een zee van regen explodeert het stadion: “We zijn gered.” Zelfs Fleur staat te gillen en te dansen! Vamos Vamos Argentina! San Palermo! Palermo Oho Palermo Ohoho-ho! Bondscoach Maradonna (Dikke Donna volgens Daan) maakt een buikschuiver over het doorweekte veld. De avond kan niet meer stuk. Wat een apotheose! Op de terugweg soppen we in onze schoenen en kleeft onze broek aan onze benen, maar dat hindert niet. We zijn bij een historische wedstrijd geweest, waar zelfs de kranten in Nederland de volgende dag vol van staan!

Kevin de voetbalgekke Kiwi
Twee dagen later raken we in ons backpackershostel in gesprek met Kevin, een voetbalgekke Nieuwzeelandse postbode. Hij vertelt ons dat hij sinds een aantal jaren halfjaarlijks in Buenos Aires woont. Hij is gek van voetbal en bezoekt drie wedstrijden per week. Zijn vliegtickets spaart hij in Nieuw-Zeeland bij elkaar en leeft vervolgens van 10 euro per dag - dan kun je het wel een tijd volhouden. Zelfs de voetbalwedstrijden kosten bij elkaar niet meer dan 10 euro, incl. vervoer. Wat een leven voor een voetbalfan!

Hij vertelt ons dat hij dankzij het voetbal overal in de stad komt, met tal van mensen vriendschap heeft gesloten en het echte leven in Buenos Aires heeft leren kennen. Het eerste jaar in BA deed hij niet veel tussen de wedstrijden door. Daarom ging hij op zoek naar een nuttige tijdsbesteding. Intussen werkt hij al een paar jaar als vrijwilliger voor de kerk om daklozen en armen te helpen en daarnaast bij de plaatselijke voedselbank. We zijn onder de indruk van zijn levensfilosofie en gaan een dag mee naar de voedselbank. We rijden met hem in een lokale trein, wandelen door een voorstad waar geen toerist ooit komt en sorteren met z'n allen goede van rotte appels. Als we terugkeren naar ons hotel weten we ons verrijkt met weer een bijzondere ervaring. We snappen precies waarom Kevin dit leuk vindt.

Wereldstad
Toch heeft BA veel meer te bieden dan voetbal. Het kleurijke Boca, met de geschilderde huizen en de tango op straat, we staan aan het graf van Evita op een begraafplaats die een stad op zich blijkt te zijn, zien de Dwaze Moeders op Plaza do Mayo hun wekelijkse vergeefse rondes lopen, eten decadent op een balkon in Palermo - een van de gezelligste wijken van BA, voeren de zeeleeuwen visjes in de dierentuin, kennen de metro's op ons duimpje en vergapen ons aan de prachtige 19e eeuwse woonhuizen aan de boulevards die zich kunnen meten met het puikje van London en Parijs. Het is duidelijk: dit was ooit een van de rijkste steden van de wereld en nog steeds een van de meest aantrekkelijke steden. Een mooie afsluiting van Latijns-Amerika.

We vliegen zondagnacht van BA naar Kaapstad. Om 10 uur 's avonds vertrekken we en 7 uur later komen we om 9 uur's morgens aan in Kaapstad.

zondag 8 november 2009

Hartveroverend! Over walvissen & andere dieren

“Eenwalviseenwalvis! Kijk daar! Een walvis!” Een fontein water spuit omhoog als de gepokte kop van een Southern Right Whale opduikt, zijn lange lijf door het wateroppervlak laat glijden en ter afsluiting zijn imposante staart boven water tilt. In stille bewondering en met bonkend hart zien we het voor onze neuzen gebeuren. Hier hebben we drie dagen op gewacht! De afgelopen dagen waaide het te hard om uit te varen. Nu is het eindelijk zover, een uur voor zonsondergang varen we uit me een kleine maar snelle boot. En we worden verwend! We zullen vanavond meer dan tien walvissen zien, moeders met kalven, staarten, sprongen en zelfs een albino walvis. We zitten op een kleine snelle boot op het water. De zon zakt langzaam richting horizon en zet alles in een prachtige oranje gloed.

We volgen al enige tijd een walvis die rustig ligt te foerageren. Ik ontdek aan de andere kant van de baai een paar flipper die al een flinke tijd in de lucht steken. Een bizar gezicht, want die dingen zitten meestal onder water. Ik vraag de schipper in mijn beste Spaans naar het waarom. En meteen varen we er op volle kracht naartoe. Dichtbij gekomen blijkt het een moeder met kalf te zijn. De moeder ligt op haar rug en laat haar kalf over haar buik spartelen en spelen. Onderwijl drinkt het kalf ook bij de moeder, wat in deze positie makkelijker gaat voor het kalf. Na 10 minuten draait de moeder zich om en haalt weer adem. Ze duiken samen onder, maar geregeld duiken ze voor onze neus op. Opeens komen ze een heel eind uit het water. Ze bewegen hun pokdalige gezichten langzaam naar elkaar en komen hoog uit het water en lijken elkaar bijkans te willen kussen. Hartverwarmende, ontroerende en onuitwisbare indrukken. Ik weet: stuk voor stuk superlatieven, maar soms zijn zelfs díe niet toereikend om de werkelijkheid te vangen.

Maar als de zon onder is (zo’n vlammende zonsondergang), begint de kou zich te nestelen onder onze hemden, t-shirts, fleecen en zwemvesten. Zelfs de aanblik van een uiterst zeldzame albino walvis kan ons dan niet meer verwarmen. Of zoals Fleur het treffend zegt: “Op een gegeven moment ben je het wel zat.” Verkleumd maar voldaan gaan we terug naar het vastland. En dankbaar breng ik de geleende camera terug naar de eigenaar van de walvistour. (Precies op deze dag begeeft mijn Eos het!! Stof in het sluitermechanisme). Maar deze onbaatzuchtige dame leent mij haar eigen Eos en laat mij mijn honderd-en-een plaatjes schieten.

Toch zijn het niet de walvissen die de meest onuitwisbare herinneringen aan Peninsula Valdés achter zullen laten. Die rol is weggelegd voor een op het eerste gezicht onooglijk wezen: een gordeldier.

Onverwacht bezoek
Op onze walvisloze dagen bezoeken wij de uithoeken van Peninsula Valdés, een onherbergzaam schiereiland in het noorden van Patagonië. Vandaag is Pointe Norte aan de beurt waar naar het schijnt vorige week orca’s zijn gespot. Na een tocht van bijna twee uur draaien we de parkeerplaats op waar wij meteen kennismaken met ‘Fred’. Jullie kennen Fred niet - nog niet. Maar daar gaat verandering in komen. Want Fred gaat een filmster worden. Let op onze woorden. Zijn filmpje op YouTube wordt een hit! Maar wie is Fred eigenlijk? Fred is een gordeldier. En niet zomaar een gordeldier – een heel charmant gordeldier.

Onze Fred komt op ons aangedribbeld terwijl onze motor nog draait. Het is pas ’t derde gordeldier dat we tijdens onze reis zien, dus wij zitten ademloos te kijken hoe hij de parkeerplaats oversteekt, recht op de auto afloopt en er onder verdwijnt. Vlug de deuren open en niet uitstappen. Eerst kijken waar hij is. Tot onze verbijstering blijft hij heen en weer drentelen onder de auto. Maar na 5 minuten is bij ons de spanning er een beetje af en krijgen aardsere zaken de voorkeur: eten. De achterklep van de auto open en er wordt stokbrood gedeeld. En waar gedeeld wordt, valt wel eens te halen. Zo ook voor een gordeldier. Tot onze verbazing is hij er als de kippen bij om zijn legitieme portie kruimels op te pikken.

Iedereen heeft recht op een snackje
We weten dat het niet goed is wilde dieren te voeren, maar ja. Onze Micky heeft zo’n groot hart voor dieren – daar kan wijze raad en logica niet altijd tegenop. Het door haar aangeboden stukje stokbrood wordt in dankbaarheid aanvaard door ons gordeldier. En ook het volgende… en het volgende. Al etend en lopend laten Micky en Fleur een spoor van kruimels na. En het gordeldier loopt tientallen meters met ons op de duinen in. (Waar we overigens zijn om zee-olifanten en zeeleeuwen te bekijken. Of beter: we hopen er getuige van te zijn dat ze opgegeten worden door hongerigs orca’s, die hier zo nu een dan het strand opduiken om een zeeleeuw te verorberen. ‘Zielig’ zou een normaal mens zeggen. Maar Daan heeft een andere kijk op het dierenleven ontwikkeld. “Een orca heeft ook recht op een snackje!” Een snackje van 400 kilo dan wel te verstaan. Je moet maar trek hebben…)

Na een half uur zee-olifanten bewonderen zonder een orca-rugvin gespot te hebben lopen we terug richting auto. Waar we opgewacht worden door onze armadillo (=spaans voor gordeldier). Het gordeldier en de kinderen zijn onmiddellijk dikke vrinden. En nu we de deur toch bij elkaar platlopen, is een naam wellicht op z’n plaats . ‘Hoe heet ie eigenlijk?’ vraag ik de kinderen. En zonder nadenken zegt Micky: ‘Fred.’ En die naam past hem als een jas. Het is meteen Fred voor en Fred na.

Fred is onze ster
Fred laat ons een kwartiertje delen in het leven van een gordeldier. En verbazingwekkend wat er dan met je gebeurt. Een op het oog onaantrekkelijk beest verandert in tien minuten in een troeteldier dat je haast zou meenemen. Fred kan bij ons niet meer stuk. Hij laat zich niet alleen bewonderen en voeren, maar ook op de rug krabbelen. Al is hij hier duidelijk niet aan gewend. Hij maakt schrikachtige danspasjes en draait links en rechts om zijn as. Vermoedelijk om te zien wat er op hem gevallen is, trapt hij woest zand en grind om zich heen. En we zijn er getuige van dat hij verschillende vogels furieus wegjaagt als die komen buurten om een kruimeltje mee te pikken.

Fred is zo tam en nieuwsgierig, dat hij zich van dichtbij laat bekijken en close-up laat filmen. A star is born. We verdenken hem er stiekem van dat hij zich laaft aan al die aandacht. We kunnen hem zelfs zo goed bestuderen dat de kinderen achter iets anders komen. “Fred heeft tieten!” roept Fleur uit - tot grote hilariteit van de anderen. Fred blijkt een jongedame, wellicht zelfs met jongen. En daarom niet wars van een partje appel, dat onmiddellijk naar zijn hol wordt meegenomen. Een hol overigens met uitzicht op zee en… parkeerplaats. Een tripple-A locatie voor gordeldieren zeg maar.

Met spijt rijden we na een half uur weg van de parkeerplaats, met drie hoofden die over de hoedenplank door het achterruit staren om een laatste mogelijke glimp van Fred op te vangen.

zondag 4 oktober 2009

Waar heb jij leren skiën?

We zien het al helemaal voor ons. De vraag aan onze kinderen: en waar heb jij leren skien? In Bariloche zeggen ze dan. Waar is dat? Zwitserland? En dan losjes langs de neusweg: "Nee, Argentinie..." Nee, je zal ons niet snel kunnen betrappen op snobbistische trekjes. Maar ja, zeg nou zelf: dat is toch gewoon leuk!

We zijn benieuwd
Het wintersportseizoen is al bijna over als we in Bariloche neerstrijken. Nog een kleine twee weken - de sneeuw heeft zich inmiddels teruggetrokken tot boven de 1500 meter. (Toch bizar als je bedenkt dat we net enkele weken op 4000 meter hebben doorgebracht en vrijwel geen sneeuw hebben gezien.) We trekken de stoute schoenen aan en besluiten een middag te gaan proefdraaien met de kids. Ze hebben nog nooit langer dan een paar uur in Nederlandse sneeuw doorgebracht, dus we zijn benieuwd. Wie weet is de lol er na een uurtje wel af. Bij onze kinderen kan het kwartje alle kanten opvallen. Toch lijkt skiles wel handig. Bij de bushalte komen we een man tegen, wiens dochter skileraar is. Hij belt en de volgende middag kunnen we terecht voor de eerste les. Ook weer geregeld.

Na een ochtend van schoolwerk is het zover: omkleden voor het skien en naar de bushalte. Na anderhalf uur vergeefs op de bus naar Cerro Cathedral (het beginpunt van alle liften) gewacht te hebben, is het humeur tot ver beneden nul gedaald. De skilerares gebeld en uitgelegd hoe en wat. Een opgetrommelde taxi wil ons eerst niet brengen (er mogen geen 5 mensen in 1 taxi), maar uiteindelijk weten we hem te vermurwen. Meer dan een uur te laat komen we boven op de skipiste. De kinderen kunnen nog maar een uurtje lessen in plaats van twee en proefdraaien is er al helemaal niet bij.

Waggelen als pinguins
Bianca, de skilerares, is gelukkig een kordaat type. Ze stelt ons nog even de vraag of we er bij willen blijven, maar we horen haar zeggen: liever niet. En terwijl wij ons opmaken voor de eerste skilift in 10 jaar, jaagt zij de kinderen de oefenwei in. Vanuit onze stoeltjes zien wij hen ploeteren met de schoteltjes - bitterzoete herinneringen roept dat op. Als we een uur later weer terugzijn, blijken de kinderen wildenthousiast. "Dit is leuk!"Vol overgave storten ze zich naar beneden, al dan niet met bocht - gang is alles zegt moeders altijd. En eenmaal beneden waggelen ze als pinguins naar de lift, klaar voor de volgende ronde.

Half vijf bestellen we nog even wat te drinken en eten voor de bijna uitgeputte kids. Ik vertel hen om 5 voor 5: "Als jullie nog even willen, moet je nu gaan, want om 5 uur stoppen de liften." Daan laat er zelfs zijn patatten voor staan - de laatste paar, wees gerustgesteld. Als de liften stoppen komen ze nog even terug voor de laatste slokken. Fleur gaat vervolgens zonder iets te zeggen met de skies op de nek lopend omhoog om nogmaals af te dalen - na twee keer gevolgd door Micky.

Onder de indruk van het karakter van onze dochters, draag ik hun skies heuvel op. Ik zal het beeld van Fleur nooit vergeten, waarbij ze op haar buik naar bovenkruipt, als een dorstige in de woestijn die zich met de laatste krachten naar een oase sleept om zich te laven. En in het geval van Fleur: om zich op de been te hijzen, de skies vast te klikken en weer naar beneden te suizen. Fleur en Micky hebben dit nog ten minste een keer of acht gedaan, voordat we zeiden: morgen verder.

De tweede dag hebben de dames en heer 's morgens les: drie uur. En na een kwartier zien we hen reeds de eerste helling afsuizen - vol vertrouwen achter juf Bianca aan. Ons ouderlijk verantwoordelijkheidsgevoel speelt even ernstig op (is dit wel vertrouwd, zo snel al??). We hebben de kids echter aan juf Bianca toevertrouwd, dus geven wij ons over aan de pistes en skiliften van Bariloche, de gedachten van alle mogelijke ongevallen afleidend. Zo nu en dan zien we hen in een skilift voorbij komen, of onder ons op een piste. Ze leven nog!

Om half een pikken we de blozende en glunderende kids op bij een 'bestekje' - zoals Mar de restaurantjes op de pistes altijd noemt. We hoeven niet te vragen of ze het leuk vinden - het druipt er zo'n beetje vanaf. Juf Bianca is enthousiast: zo snel als zij het oppikken, maak ik niet vaak mee!" Jaja zeg ik dan op mijn beurt, dat zeggen ze natuurlijk altijd. No, seriously, they are amazing! Kijk, dat horen wij als ouders natuurlijk graag!

Sneeuwduivels
Na de lunch pakken we samen de stoeltjeslift naar boven. Wel een beetje eng voor ons als ouders, maar de kids verzekeren ons dat ze dit al gedaan hebben met juf Bianca. Ik denk: ik ski alvast vooruit, dan kan ik de kids filmen als ze naar beneden komen. Ik geef toe, de super-G zal ik nooit winnen, maar ik ging naar mijn idee toch behoorlijk snel naar beneden. Als ik gevoelsmatig ver genoeg afgedaald ben voor een leuk filmpje, rem ik en kijk even om - en schrik me vervolgens een rolberoerte, want ik kijk recht in het gezicht van Daan die mij op twee meter afstand volgt. Als een kamikaze en vrolijk hummend rost hij de berg af, op tien meter gevolgd door Fleur en op twintig meter door Micky. De juf had niets teveel gezegd!

De rest van de middag brengen we door op tal van pistes waar zij inmiddels al vertrouwd mee blijken te zijn. Zonder enige terughoudendheid storten ze zich als sneeuwduivels van de stijlste hellingen, roepend en gillend bij elke bocht - "Ik vind het doodeng, maar zo leuk!" En gierend van de lach als een van hen onderuitgaat om vervolgens in een rare houding in een berg sneeuw terecht te komen. Maar net zo hard lachen als het henzelf overkomt. En dan hebben ze onderweg ook nog oog voor de condors die hier door het luchtruim zweven. Het wordt een bijzondere middag, waarbij het duidelijk moge zijn: skien is cool!

De volgende dag is de laatste lesdag. De kids skien nog steeds zonder stokken. Die zitten alleen maar in de weg bij het vallen. Juf Bianca is een doorzetter die ze in hoog tempo de basis van skien bijbrengt. Tijd voor pijn of angst is er niet. Als je onderuitgaat is het meteen: stand up! Go go go! Die kamikaze-stijl hebben ze echt van haar. Na afloop van de les is ze nog steeds onder de indruk: "Ze kunnen alle pistes af, we hebben zelfs een stuk zwarte piste gedaan." Wij zijn blij dat we hen zelf niets hebben geleerd - wij zouden veel te voorzichtig zijn. De kids hebben de smaak te pakken en kunnen niet wachten tot ze weer mogen skien!

Wat duurt de tijd lang
Maar dan zullen ze toch echt nog wel even geduld moeten hebben. Deze reis zit dat er niet meer in. Eerst gaan we hier in het lake-district van Bariloche nog een weekje trekken. De natuur moet hier prachtig zijn. En dan steken we over naar de kust van Valdes, naar de pinguins en de walvissen. God, wat hebben we toch een saai leven. We zijn nog niet eens halverwege de zes maanden en terugkijkend naar wat we gedaan hebben, hebben we het gevoel al een half jaar weg te zijn. Vorige week zaten we nog op en tussen de paarden, twee weken geleden in Bolivia op de zoutvlaktes. Als we het met de kinderen bespreken, kunnen ze het niet geloven. En Afrika wacht nog op ons.

Vanuit Nederland krijgen we de bevestiging dat de tijd daar veel sneller verstrijkt. Regelmatig krijgen we mails van mensen die ons een of twee maanden niet gemaild hebben. We begrijpen het maar al te goed. In Nederland werden wij ook regelmatig meegezogen door de waan van de dag en dan glippen de weken en maanden zomaar als zand door je vingers. Op reis leven we zo intens, dat de tijd zich uitrekt en -strekt en de weken aanvoelen als maanden. We zijn blij dat we gegaan zijn, de ervaringen van deze reis zijn een rijker bezit dan we ons van te voren konden voorstellen. Toch verlangen we af en toe ook wel weer terug naar Nederland. Gewoon familie en vrienden spreken, aanraken, knuffelen. Wakker worden in je eigen bed, koken in je eigen keuken. Maar ja, die tijd komt snel genoeg. Eerst nog even wat andere zaken afhandelen.

donderdag 1 oktober 2009

Goddelijk eten en paardrijden

Zo hadden we het niet bedacht van tevoren. Na een week willen we eigenlijk niet meer weg van onze paardenranch. We zijn te verknocht geraakt aan deze plek, maar vooral aan de mensen en de manier van leven. Is het de gastvrijheid, het gevoel deel te zijn van een groot gezin, of is het de ongedwongen sfeer waarin alles kan, alles mag en ook alles gebeurt. Het leven bij Enrique in Sayta is meer dan aangenaam. En als onderstaand stuk overkomt als een lofzang op Enrique, is dat omdat hij ons betoverd heeft.

Kun je in een week tijd vriendschap sluiten, die pijn doet bij het weggaan? Ja dat kan. We vertrekken allemaal met tranen in de ogen en een steen op de maag. Zoals Enrique eerder die week zei: "het enige nadeel van toeristen is dat ze weggaan." En wij gaan weer, naar het vliegveld, naar de volgende etappe. Naar Bariloche: skiën - als er sneeuw ligt. Toch zullen we het nog vaak hebben over Sayta en Enrique. Fleur ligt in het vliegtuig een uur stil op m'n schoot, terwijl af en toe een traan op m'n broek druppelt.

Micky heeft zich eerder al afgereageerd met woedende sms-jes. We worden ook bruut weggerukt uit Sayta. We gaan zaterdag even naar het reisbureau om een vlucht te boeken voor maandag, om er vervolgens achter te komen dat de hele week alle vluchten vol zitten en er alleen -bij gods gratie- nog een plekje te vinden is in de vlucht van diezelfde middag. Een enorme domper, maar we hebben geen keus. Nog een week blijven betekent veel offeren: niet naar de gletschers, niet naar de walvissen of pinguins, kort in Buenos Aires verblijven. We wegen de opties kort af en besluiten dezelfde dag nog te gaan. Hoe zeer het ons ook pijn doet. We hadden graag nog een paar dagen langer van elkaars gezelschap genoten. Sterker nog: er moest nog een fles whiskey geledigd worden!

Un poco mas?
De voorafgaande week bij Enrique is een groot feest. We eten aan lange tafels in de buitenlucht. Op het bord goddelijk lekker vlees, zacht als boter en rijk van smaak (muy rico) zoals we nog nooit geproefd hebben, zachtjes geroosterd op de Argentijnse manier. Ook de geroosterde aardappelen en salades zijn voortreffelijk. Tafelhoofd en Padre Familias Enrique vindt dat een wijnglas vol dient te zijn en vult op de meest onbedachtzame momenten bij. Dat kan ook, want de wijn is jong en soepel. Van enige beschonkenheid of houten hoofden hebben we de hele week niets gemerkt.

We worden al snel onderdeel van de familie - maar wel met voorkeursbehandeling. Een soort eregasten. Elke dag zijn er wel gasten die een rit komen maken en voor de lunch blijven. Maar Enrique fluistert ons 5 minuten voor aanvang van de lunch in dat we zo gaan eten, zodat wij de beste plekjes -lees: flankerend aan Enrique- kunnen bezetten. Voor ons staan een paar flessen goddelijke (voor de kerk gebottelde) wijn klaar en een fles fris voor de kinderen.

Daan wordt al snel als echte carnivoor herkend en voor hem wordt speciaal gereedschap aangerukt: een eigen vlijmscherp gauchomes. Geen van de andere gasten krijgt dit voor elkaar - het moet ook gezegd: geen van de andere gasten eet zoveel vlees als Daan! 'Impressionante' zegt Enrique hoofdschuddend als hij weer een steak van anderhalf pond in dat magere lijf van Daan ziet verdwijnen. 'Daan! Un poco mas?' vraagt Enrique als zijn bord leeg is. 'Si!' antwoordt Daan zonder enig spoor van twijfel en hup daar gaat weer een biefstuk. Sla past er dan uiteraard niet meer bij.

De heks, de prinses en de impressionante
Maar centraal in de middag staan de paardenritten - niet te snel na het eten, rond half vier vertrekken we. De ritten met gaucho's Franco en Ricardo zijn minimaal 3 uur en gaan door de prachtige omgeving. Als we Enrique vertellen dat we de kinderen ook rijles willen geven, regelt hij Franco voor de rest van de week en krijgen we les in manouvreren, draven en galopperen. Hier leren Micky, Fleur en zelfs Daan écht paardrijden. Micky leert 'licht' te rijden en heeft de mooiste zit. Haar lievelingspaard is Mimosa, die van Daan -een schimmeltje- heet Milonga, Fleurs paard Comadre. Ook hier ontstaan vriendschappen!

Fleur heet de hele week Floor, omdat ze hier Fleur niet kunnen uitspreken. Maar liever nog Bruchita, heksje. Ze laat het zich aanleunen met een grijns die het midden houdt tussen verlegenheid en trots. Micky heet Princesita, kleine prinses, en verspreidt een koninklijke glimlach als ze zo aangesproken wordt. Daan is gewoon Daan! Dat is impressionante genoeg. De kids vermaken zich volop. Spelen met de honden Fiona, Chango en Mackay of rondbanjeren. Maar ook elke dag hard werken aan school (dubbele lessen, we hebben wat in te halen). Micky toont weer eens haar grote gevoel voor taal - veel van de tegen haar uitgesproken Spaanse zinnen begrijpt ze feilloos. Ze blijft ons verbazen.

De kinderen hebben de tijd van hun leven en veroveren in sneltreinvaart het hart van onze gastheer. Dat uit zich in tal van privileges. Zo laat hij voor hen Nutella aanrukken (uit een stad 40 km verderop), pannenkoeken bij het ontbijt bakken (waarvaan Daan er tot maximaal 14 eet - Impressionante!), haalt aardbeien omdat (etc.). Als Daan op een gegeven moment om een elastiek vraagt om een katapult te maken, zegt hij: "Dat heb ik over tien minuten." om vervolgens in zijn auto te stappen, naar het dorp te rijden en met een echte katapult voor Daan terug te komen - die vervolgens de rest van de middag probeert steentjes op een leeg olieblik te schieten. En als hij ziet dat de meiden ook met Daan's katapult oefene, ligt er de volgende dag ook voor hen een katapult. Van die dingen...

Joie de vivre
We slapen in het huis van Enrique - hij staat zijn slaapkamer aan ons af, en betrekt zelf een gastenhuis. "Dan kunnen jullie dichter bij de kinderen slapen." Later vertrouwt hij ons toe dat wij de eerste gasten zijn ooit die in zijn slaapkamer mogen slapen. 'Todo es possible con Enrique' is zijn lijfspreuk, maar hij doet er ook alles aan om het zijn gasten naar de zin te maken. Omdat we in Enriques huis slapen, zitten de kids lekker huiselijk in pyjama aan het avondeten. Een maaltijd die meestal is afgestemd op de wensen van de kinderen. Na het toetje tandjespoetsen en voor Enrique een dikke knuffel met kus. Hij glimt dan van oor tot oor als een trotse opa.

En nadat de kinderen op bed liggen, gaan we verder met de wijn. Elke avond spreken we uren in het Spaans met Enrique. Hij helpt ons de woorden te begrijpen en binnen een week begrijpen we vrijwel ieder woord en kunnen we ons goed uitdrukken in het Spaans. En als Enrique er achterkomt dat we zijn passie voor whiskeys delen, worden de avonden extra gezellig. We vinden in hem een geestverwant - het besef dat je van het leven moet genieten kwam voor hem 15 jaar geleden toen zijn vrouw bij een auto-ongeluk om het leven kwam. Hij besloot toen het roer drastisch om te gooien en ziet het nu als zijn voornaamste taak het mensen naar de zin te maken, gedurende de tijd dat ze bij hem zijn. Per jaar krijgt hij duizenden gasten en de enthousiaste verhalen reiken zelfs tot in La Paz, waar wij zijn naam kregen van een andere reiziger.

Enrique krijgt echter vrijwel nooit gezinnen langs - meestal vrouwen van tussen de 25 en 35. Hij heeft zelf twee dochters en een zoon, en herkent zich deels in ons gezin. Hij vindt het geweldig dat we met z'n allen op reis zijn. Geniet van het leven - en geniet nu! Kijk hoe je het anderen zo aangenaam mogelijk kunt maken. En dat alles zonder een softie te zijn. Want polospeler, gaucho en bezitter van een impossante wapencollectie. Ja het waren boeiende en gezellige avonden daar op Sayta. We zullen ze missen. Maar zoals Enrique zegt: "Het belangrijkste is, dat we elkaar ontmoet hebben!" En daarna sluiten we elkaar ten afscheid in de armen.

Als je toevallig ooit in de buurt bent: ga naar deze plaats. En laat je overweldigen door de charmes van Enrique, zijn staf en zijn levenswijsheden. Durf te leven!

zondag 27 september 2009

Het zout der aarde

We razen met meer dan 100 km/u naar een berg die maar niet dichterbij lijkt te komen. De wereld om ons heen is wit als een poolvlakte. Schijn bedriegt: de banden van onze 4x4 knerpen over een snoeiharde zoutkorst. Miljarden kilo's zout - gesorteerd in ontelbare hexagrammen - residu van een verdampte en inmiddels vergeten oceaan. Ingesloten geraakt en opgestuwd tot 4 km hoogte door de eeuwig bewegende tectonische platen. Je kunt de plaatjes zien en de verhalen lezen, maar dan nog is het niet voor te stellen hoe dit ooit ontstaan is.

Er ligt hier zoveel zout, dat alleen de randen van de Salar worden ontgonnen door hardwerkende zoutdelvers - dat blijkt voldoende om de zoutbehoefte van heel Bolivia te dekken. Wij maken onze eerste stop bij een dorp waar de grootste zoutverwerkende industrie van Bolivia is. Voor ons liggen overal zoutpyramides, opgeworpen door tanige mannen met grote droge handen: de zoutdelvers. Hard werk tegen een karige beloning. Een rondleiding aan een stel toeristen is een welkome financiele ondersteuning. Het vullen van een zakje zout levert minder dan 8 cent op. Desondanks veinzen we meer belangstelling dan we werkelijk hebben. Zout is zout. En ja dat moet in een zak. Wat anders? Maar goed we weten nu hoe lang het verhit moet worden, dat het gewicht van een kilozak zout zwaar onderhevig is aan willekeur, en dat het met een brander wordt dichtgesmolten.

Op de Salar blijkt het leuker te spelen met perspectieven dan met zout. Gekke foto's maken is een onontkoombaar gadget van de Salar. Dankzij de eindeloze monotomie van de zich herhalende witte hexagrammen vloeien afstanden als vanzelf ineen. De eindeloze witheid ontwricht elk gevoel voor verhoudingen, waardoor de meest surrealistische taferelen tot leven gewekt kunnen worden. Daan heeft een act met drumsticks bedacht, leeft zich uit en timmert zijn zussen op hun kop. Micky is meer een denker en projecteert Daan en Fleur zoals ze in haar ogen altijd zullen blijven: kleine broer en zus. En wij ouders kunnen eindelijk demonstreren hoe we onze kinderen in het gareel houden. Het oog van de camera legt alles genadeloos vast...

Slapeloze nachten
Overdag dromen we volop, 's nachts des te minder. Zodra de zon onder is, voel je de rap dalende temperatuur op je inwerken. De aanhaligheid van huiskat Gringo -door de kids vanwege verkeerde interpretatie omgedoopt in Pringles- zorgt ervoor dat we het onvermijdelijke nog even uitstellen. Na achten dringt de realiteit van een onverwarmd zouthotel (4000 m hoogte, winter) zich onweerlegbaar aan ons op. We zoeken de warmte in onze slaapzakken en kunnen deze zelfs onder een stapel dekens nauwelijks vinden. Draaiend en woelend worstelen we ons op te harde bedden naar de volgende ochtend.

En na een semi-slapeloze nacht staan we om zes uur op: de zonsopgang boven de zoutvlaktes moet spectaculair zijn! Toegegeven, de ontwakende wereld is fraai, maar met de kou dringt ook het besef door: het koudste moment van de dag is vlak na zonsopgang. Toch niet genoeg lamawollen truien ingekocht in La Paz. We lopen naar een plek waar we onbelemmerd kunnen aanschouwen hoe de zon uit zijn sponde kruipt en staan opeens oog in oog met een familie slaperige lama's die ons wantrouwig aankijkt. Zij hebben de trui aan die wij missen! Enigszins jalours zien we: zij hebben klaarblijkelijk wel lekker geslapen. Toch al verstoord verheffen zich statig op hun te dunne benen wandelen hooghartig van ons weg. De zon gluurt inmiddels over de bergrug en we geven elkaar en dikke knuffel. Deze is binnen!

Stof - heel veel stof
De drie daagse tour door de hoogvlaktes van Bolivia brengt ons niet alleen zout (en jeuk, want droog) maar ook stof, heel veel stof. We zien wervelwinden van stof en zandstormen door het desolate landschap razen. Af en toe worden we er door een gevangen en daalt het zicht tot nul. Per dag gaan de raampjes van onze dappere Landcruiser minder makkelijk open en dicht, om het op de laatste dag maar helemaal op te geven.

Fleur en Daan wanen zich in hun favoriete computerspel van Cars, telkens als we een andere Landcruiser inhalen en in dichte stofwolken achter ons laten. "Yeah!" roepen ze, en tegen de Robbert de chauffeur: "Jij bent de beste dirtrijder! Hier kan zelfs Takel niet tegenop." Robbert knikt instemmend en zegt meer tegen de auto dan tegen ons: "She's the best." Fleur en Daan hebben al weer een andere Landcruiser ontdekt die ons pad lijkt te snijden. "Die gaan we voorblijven! Kom op Robert!" Voor hen is het leven soms gewoon één groot spel. Maar een beetje gelijk geven we ze wel.

dinsdag 22 september 2009

La Dolce Vita in Sucre

Het leven is goed in Sucre. De hoofdstad van Bolivia is sfeervol, gezellig en overzichtelijk. Groot genoeg om uren te kunnen rondlopen, klein genoeg om niet te verdwalen. De historie ademt uit de vele monumentale gebouwen, parkjes en pleinen. Het is hier druk, maar minder opdringerig dan in La Paz - minder verkeer, minder straatverkoop, minder benauwd. De mensen zijn ook anders: toegankelijker. En het helpt natuurlijk dat het hier t-shirt weer is, zo eerlijk moeten we wel zijn. Kortom: we bloeien hier weer helemaal op.

Ons gasthuis heet La Dolce Vita (zo voelt het ook!) en is zonnig en ontspannen. Een patio met gezellige zitjes, boven een keukentje voor de gasten met een picknicktafel buiten, een lounche met lekkere banken, een tv en een bak dvd's. Niet te vergeten huiskat Mitchy (Quetshua - indiaans voor kat) die binnen no-time de harten van de kinderen heeft gestolen. En vele inspirerende gasten uit alle hoeken en gaten van de wereld. Het spreekt voor zich: we voelen ons hier dus onmiddellijk thuis.

We settlen ons voor een week en blijven uiteindelijk 10 dagen. Het voelt ook zo ontspannen: om de hoek een bakker met vier keer per dag vers stokbrood, een tiental kleine kruideniertjes voor de andere basisdingen en op vijf minuten loopafstand een geweldige overdekte markt waar je zonder problemen een uur kunt rondslenteren: Heerlijke sapjes (jugos) die ter plekke gemaakt worden (met gratis navulling!) en dan het fruit! Zo mooi uitgestald hebben we het nog nooit gezien. Elke dag kopen we een kilo aardbeien, die zonder omhaal binnen mum van tijd verdwijnen op brood of in de yoghurt, of gewoon met suiker uit de hand. Nee, het leven is goed in Dolce Vita, bijna te goed...

Magic Mitch
Nog even terugkomend op huiskat Mitch - die krijgt voor elkaar wat ons al jaren niet meer is gelukt: de meiden staan om 7 uur 's morgens op de gang. Bij de eerste de beste mauw van deze charmante viervoeter springen zij zonder omhaal het bed uit. "Och Mitch, kom dan Mitch." Vervolgens trekken ze zichzelf met kat en al terug in de slaapkamer om niet eerder dan half negen weer te voorschijn te komen. Wij zullen ons 's morgens voortaan ook al mauwend aandienen - misschien krijgen wij ook zo'n ontvangst...

Ons langer verblijf stelt ons in staat weer enig schoolritme op te bouwen. Micky, Fleur en Daan werken een weeklang keihard en doen aan het eind ieder een test. Het vervult ons als surrogaat leerkracht met onverholen trots dat de resultaten ronduit uitstekend zijn. Bovendien liggen we nu weer ongeveer twee weken voor op de 'gewone' school. Als we dit kunnen vasthouden, geeft dat de broodnodige speelruimte voor toekomstige uitstapjes waar we minder tijd hebben voor het schoolwerk.

Ook thuis is school inmiddels weer begonnen en het houdt de kinderen bezig. Fleur wordt op maandagochtend om 9 uur wakker en zegt als eerste: "Nu zitten ze in Nederland op school." "Sterker nog," antwoord ik "ze zijn al haast weer klaar!" Zes uur tijdsverschil is soms bizar. Nu school weer begonnen is, zoeken we contact met de leerkrachten thuis. Meester Henk mailt enthousiast terug en belooft ons op de hoogte te houden van de vorderingen in de klas. Het is leuk voor de kinderen even contact te hebben met het thuisfront. Maar het belangrijkste blijft echter hun eigen motivatie - al realiseren ze zich inmiddels dondersgoed wat de consequenties van een gebrek hieraan motivatie zal zijn: een jaar zittenblijven! En die prijs is geen van drieën bereid te betalen. Stel je voor!!

Hablar Español? Si un poco...Sucre blijkt de aangewezen plaats te zijn om Spaans te leren. Op bijna elke straathoek kom je wel een bureau of instituut tegen. En ook hier zijn de prijzen zijn voor Europese begrippen een lachertje. Wij besluiten ons voorspelbaar te gedragen en hier Spaans te leren. We huren voor 7 euro per uur een privé-lerares in die ons gedurende anderhalf uur per dag in rap tempo de basisbeginselen van Spaans bijbrengt. De kinderen 's morgens school, wij 's avonds. Het lijkt wel zo eerlijk.

Maar na een goede week Sucre begint het weer te kriebelen. Wat wordt de volgende etappe? We besluiten de koude van de zoutvlakten op te gaan zoeken. We hebben inmiddels teveel wervende verhalen gehoord om dit wereldwonder van de moderne tijd te kunnen negeren. Als we uiteindelijk verder trekken richting Salar de Uyuni, is dat echter met weemoed in het hart. We zijn intussen toch een beetje verliefd geworden op Sucre! Weer een plek die ons vele mooie ervaringen heeft geschonken. En weer plek die we achter ons laten.

Maar dat is nu eenmaal de ambivalente aard van een wereldreiziger... Wat je mooi vindt, moet je weer loslaten, om het volgende te kunnen omarmen.

zaterdag 19 september 2009

It's a small world

De wereld blijkt klein in Bolivia - en klein op vele manieren. Het begon bij onze eerste overstap in Santa Cruz. We staan met een kleine honderd Bolivianen te wachten in de vertrekhal en opeens valt het op: Marjolein is groter dan alle aanwezige Bolivianen! Micky Fleur en Daan zijn vrijwel net zo groot als de gemiddelde volwassene! We kunnen het ons niet voorstellen, maar de mensen zijn hier niet veel groter dan 140. "Hoe groot ben jij??" vraagt een jongen in een winkel in Copacabana aan Eric als hij zonder moeite iets van het bovenste schap pakt, waar normaal een krukje voor gebruikt wordt. "Bijna 2 meter." antwoordt Eric. "En hoe groot is dan de langste man van de wereld?" vraagt de jongen van 1m30 zich in verwondering af - bijna twee meter is in dit land écht oneindig lang...

Of het de genen zijn, de barre levensomstandigheden, of de grote hoogte, maar de mensen worden hier niet veel groter dan 1m50. En dat leidt nog wel eens tot misverstanden en bizarre situaties. Zeker rond onze niet klein uitgevallen kinderen. Zo is Daan (van 8) bijna net zo groot als de gemiddelde puber van 14/15 jaar alhier. Hij valt met zijn blonde haren en blitse zonnebril bijzonder in de smaak bij de giechelende pubermeiden. Als we hem dit uitleggen, lacht hij besmuikt. Als er iets is waar Daan nog niet mee bezig is, dan is het wel meiden. Dat is nog een andere wereld voor hem. Als zus zijn meiden wel ok, maar verder!? De meiden en jongens uitten op hun beurt verbaasde kreten als ze horen dat Daan nog maar 8 is...

Cambio?
Ook in financieel opzicht is de wereld hier klein. We waren al enigszins gewaarschuwd toen op het vliegveld van Santa Cruz het maximum pinbare bedrag 600 Bolivianos bedroeg - omgerekend 60 euro. In onze ogen een luttel bedrag, maar al snel bleek waarom. Je kunt echter voor 150 Bolivianos rijkelijk eten en drinken met 5 personen. Het is voor ons niet voor te stellen, maar je moet 's morgens niet aankomen met 100 bolivianos als je brood (1,5 B$) of een kilo aardbeien (13 B$) wilt kopen. Met een vertwijfelde blik op het geld in je hand en de opmerking "No cambio" word je gewoon weer weggestuurd. Uit arrenmoede hebben we zelfs een keer shampoo gekocht om aan wisselgeld voor brood te komen...

We blijven ons permanent verbazen over het prijsniveau. Naar Boliviaanse begrippen zijn wij schandalig rijk. We zijn bijvoorbeeld naar Pixar's nieuwe film 'Up' geweest (in het Spaans - geen ondertiteling, evengoed hard gelachen). Grote popcorn, 2 liter frisdrank, vijf kaartjes en nog geen 8 euro kwijt - je zou er haast twee keer voor gaan! Toch is het voor de meeste Bolivianen onbereikbaar duur. Voor Nederlanders zou ik zeggen: heb je een krappe kas - neem dan deze aanbeveling aan van de Vakantieman: Boek een lange vakantie in Bolivia. Alleen de vlucht heen kost veel geld. Wij leven hier met z'n vijfen als god in Frankrijk voor een budget van nog geen 50 euro per dag. Bolivia is hier echt een andere wereld...

Madurastraat revisited
Maar in Sucre blijkt de wereld ook op een andere manier erg klein. Want zeg nu zelf: hoe groot is de kans dat je iemand tegenkomt die in hetzelfde pand heeft gewoond als jijzelf? In Nederland is die kans al niet groot, maar dat je die personen in Bolivia tegenkomt, lijkt uitgesloten. Toch woonden Robert en Dana op Madurastraat nummer 20 in de Indische buurt van Amsterdam. Waar wij bijna 20 jaar geleden op 1 hoog woonden. Indische buurt: een heerlijke wijk overigens! Het klinkt uiterst onwaarschijnlijk, maar het is niet minder waar.

Nu zijn Robert en Dana een maand in Sucre en doen vrijwilligerswerk. Bijna dagelijks zijn ze te vinden in Ñanta, een opvanghuis voor kansarme (en soms ook straat)kinderen. Ñanta biedt hen een goedkope maaltijd, helpt hen met huiswerk, ziet toe op gezondheid en hygiëne, geeft sexuele voorlichting. Een voedzame maaltijd kost hen niet meer dan 50 centavos - een halve cent! Geen wonder dat moeders regelmatig meekomen om hun maag te vullen.

Wij gaan een paar keer met Robert en Dana mee om te helpen en zijn er getuige van dat bijna honderdvijftig kinderen in Ñanta dagelijks een sprankje hoop op een betere toekomst vinden. Een hoop die levend wordt gehouden door de Nederlandse Linda, die hier sinds 2003 een van de drijvende krachten is. We nemen ons voor om bij thuiskomst de basisschool te porren voor een jaarlijkse sponsorloop. Hier kun je met weinig geld echt nog veel betekenen! We zijn blij dat we Robert en Dana zijn tegengekomen én dankzij hen Ñanta hebben leren kennen!

maandag 31 augustus 2009

Hier werd de zon geboren

De Copacabana - dan denk je aan brandende zon, woelige branding, mooie vrouwen in niets verhullende bikini's, kortom het wereldberoemde strand in Rio. Wij zitten nu in Copacabana aan het strand. De vrouwen dragen hier zes rokken over elkaar, truien en vesten (en niets doet vermoeden wat zich daar onder bevindt) en de temperatuur daalt tot onder het vriespunt. Ons Copacabana wordt niet bezongen door Barry Manilow, ons Copacabana ligt op 4 km hoogte aan de rand van het Titicaca meer.

Het is er overigens niet minder prachtig om. En de vrouwen zijn niet minder kleurrijk - wel duidelijke anders. Ze zitten op elke straathoek met hun koopwaar: groente, fruit, soms nog sprartelende vis. Hun gezichten en handen zijn gelooid door de barre omstandigheden van het leven in de buitenlucht. In alle vroegte komen ze aan, hun koopwaar op de rug meetorsend in kleurige doeken. Soms zitten ze verscholen in een zijstraat, weggedoken in de schaduw, duttend onder een doek, wachtend op een spaarzame klant. Anderen bevolken kleine winkeltjes waarvan de koopwaar de straat oppuilt. Copa is in vele opzichten een kleurrijk stadje.

Toeristen als wij zijn
Wij blijven echter niet lang. De volgende dag steken we van Copa over naar Isla del Sol. Naast ons in de punt van de boot zitten een jonge moeder met een prachtige baby en dochtertje, allen in lokale dracht, dus veel kleding, die zo te ruiken niet veel uitgaat. De baby kijkt met lichtloensende diepbruine ogen van onder een Boliviaanse muts vandaan. Opgedroogde snotpegels plakken op de bolle wangen. Moeder pakt haar schort en veegt zo goed en zo kwaad haar dochter schoon. Of zoon. we kunnen het niet zeggen, maar zijn allemaal uiterst vertederd. Het eerste voorproefje van Isla del Sol, want daar zijn ook zij naar onderweg.

De boot legt aan bij een provisorische pier. Waar moeten we heen, we hebben alleen een naam van het hostel, hebben geen idee waar het ligt en of er nog plaats is? Maar zoals altijd worden we aangeklampt door een lokale commerciant, die het hostel uiteraard kent. Hij voert ons mee naar een oude stenen trap die tegen de berg opkruipt. "Tweehonderdvijftig treden." zegt hij ter geruststelling. En als we boven zijn: "het zwaarste heb je nu gehad" om vervolgens nog tien minuten door te klimmen, met ons steeds zwaarder hijgend op steeds grotere afstand achter zich aan. Ik denk dat we al met al wel tweehonderd meter gestegen zijn. Zeg maar naar boven lopen in een flatgebouw van tachtig verdiepingen, maar dan zonder fatsoenlijke trap... Mogen we dan buiten adem zijn als we boven komen!? Je zal het maar elke dag moeten doen! Het uitzicht bij ons eenvoudige hostel doet ons de inspanning snel vergeten.

De volgende dag wordt ons duidelijk dat er vele mensen zijn die dit elke dag doen. Er zijn geen vervoersmiddelen op dit eiland, anders dan de benenwagen. De honderden ezels op dit eiland dienen als transportmiddel en worden langs nauwe steile weggetjes gejaagd door mannen en vrouwen die nog zwaarder bepakt lijken te zijn dan de ezels die ze voortjagen. We komen ook veel lama's tegen - voor het eerst, maar die lijken geen duidelijk doel te dienen. We zien ze in ieder geval niet met bagage. Wel met kleine kinderen die onmiddellijk de hand ophouden als je een foto neemt. Dus toch een doel. We voelen ons onmiddellijk de toerist die we natuurlijk ook zijn.

De Inca's achterna
Iedereen loopt hier - dus wij ook. We laten ons per boot naar het noorden van het eiland brengen. Op zich al een avontuur, want in het zicht van de haven staakt de motor. Een kwartier lang drijven we stuurloos rond. Marjolein vertelde even eerder dat vissers die hier overboord slaan niet gered worden. Dat wordt beschouwd als een offer aan de goden. We zien onze geest al dwalen, terwijl de schipper zijn motor vakkundig sloopt. We horen onderdelen vallen en vragen ons af hoe dit nog goed kan komen. Op enig moment besluit de schipper dat de motor het resterende deel aankan. Na enkele tientallen vergeefse rukken aan de startkabel, belieft het de motor zowaar aan te slaan. We slaken een zucht van verlichting.

Na de lunch zullen we teruglopen naar de zuidkant van het eiland. Een tocht van drie uur over de rug van het eiland. Er is maar een weg, het kan niet missen. Even buiten het dorp is een tweesprong en dan moet je naar links. Een uur later en zonder tweesprong komen we bij de Inca-ruïnes op de uiterste noordpunt van het eiland. Hier is de zon geboren uit de rode rotsen, dit was een van de grootste heiligdommen in het Inca-rijk. Maar hiervandaan kost het ook meer dan vier uur om terug te komen, weten we. Tegen beter weten in beginnen we nog even aan het pad terug naar het zuiden. Lopend over het historische Inca-plaveisel wanen wij ons in een andere tijd. Tot de kinderen beginnen te protesteren. Het heden dringt zich onbarmhartig aan ons op. Dit is gekkenwerk - we moeten terug. Nog even laven wij ons aan deze historische plaats en keren dan op onze schreden terug.

Noorderlicht
Er zijn zo van die onwrikbare waarheden in een mens zijn leven. Je kunt bijvoorbeeld altijd zien aan een boom waar het noorden is. Dat is de kant waar mos groeit, omdat de zon daar nooit komt. "Waarom komt de zon nooit in het noorden?" vraagt Micky. "Dat komt..." begin ik - door mijn hoofd flitsen keerkringen en zonnewendes en plotseling daagt het besef. Mijn wereld staat even stil. "Micky!" zeg ik, "maar je hebt gelijk! Hier komt de zon nooit in het zuiden! Alles is hier anders!" Als de zon hier op zijn hoogste punt staat, is dat het noorden! Mijn hele leven heb ik de zon om 12 uur in het zuiden als een onwrikbare wetmatigheid beschouwd, maar dat wordt in een klap terzijde geschoven. Ik leg haar uit hoe het werkt met de zon - en realiseer me dat ik zes weken met een verwrongen wereldbeeld heb geleefd. Zelfs in Brazilie heb ik mij nog op de zon georienteerd bij het kaartlezen. En ik snapte niets van de kaart: wij reden volgens de zon naar het noorden en volgens de kaart moesten we naar het zuiden rijden.

Deze reis leert in ieder geval dat je soms de meest grote wetmatigheden in het leven moet loslaten om de juiste weg te vinden. Wat een diepe gedachten... Als dat maar goed gaat.

vrijdag 28 augustus 2009

La Paz - pas op de plaats

Iedereen is ziek of wordt ziek in La Paz. Of het nu hoogteziekte is, vermoeidheid of verkeerd eten, we weten het niet. De een heeft knetterende hoofdpijn, de ander is misselijk de volgende geeft over en heeft een fikse koorts. Verder heerst er een algeheel gevoel van malaise, waar vooral Micky en Mar last van hebben.

Dat wordt nog versterkt doordat we door alle zieken vast zitten in ons hostel, Arthy's Guesthouse, door velen omschreven als het beste guesthouse van Bolivia en misschien wel van Zuid-Amerika. Maar wij zijn te miserabel om het op waarde te schatten, laat staan de omgeving eens goed te verkennen. We horen alleen de vele bussen en taxi's langs ons heen razen, of onder ons raam stilstaan. Constant getoeter van ongeduldige chauffeurs, geschreeuw van de cominado's, een verzameling minibusjes die luidruchtig door elkaar heen het hele routeschema afroepen in de hoop dat er nog iemand extra instapt - meestal vergeefs.

En door alles heen ruiken we de dieseldampen. Twee minuten hier op straat en je realiseert je dat we in Nederland vooral bezig zijn ons eigen geweten te sussen. Wil je werkelijk iets aan het milieu doen, moet je hierheen (liefst op de fiets natuurlijk).

De hoogte eist zijn tol
La Paz begint voor onze deur - een onuitnodigend rolluik - en langs tal van kleine straatjes tegen de bergen om ons heen opkruipt. Het is adembenemend te zien hoe de opkomende zon alle schots en scheef gestapelde huisjes beschijnt. Het is adembenemend te zien hoe 's avonds de lichtjes over de berg gedrapeerd zijn. Maar op deze hoogte is alles adembenemend. Na tien stappen lopen hijgen we alsof we een marathon gelopen hebben en protesteren longen en spieren: NIET VERDER!

Toch maken we af en toe een rondje door deze waanzinnige stad. Het is een totaal andere wereld. Op elke vierkante meter straat zit wel iemand die vrijwel hetzelfde probeert te verkopen als zijn buurvrouw. En 's avonds gaat er een doek overheen en een touw. Eric is steevast vroeg wakker en is meestal voor zeven uur de straat op. Voelen hoe de stad ontwaakt. De vrouwen komen met hun winkelnering in kleurige doeken op de rug aan en stallen alles uit. Mannen pakken hun kraam uit en gaan verder waar ze de vorige dag gebleven zijn. De stad is een grote bonte uitdragerij en wij willen hier weg, weg uit de gekte, de drukte, weg uit de stank.

Voorlopig gaat dat niet. Niet met de verzameling ziek, zwak en misselijk die we hebben opgebouwd. We hebben overigens wel tijd schoolwerk in te halen. Tenminste, met de niet-zieken. En een voordeel van Arthy's Guesthouse: er is volop internet en we kunnen films huren. Dan hebben de kinderen tenminste nog enige afleiding nu we aan huis gekluisterd zijn. Nadeel: de kinderen hebben tijd om over van alles na te denken en krijgen last van heimwee. Naar de beestjes, naar de tuin, opa en oma, vriendjes. Dit wordt nog versterkt omdat we hen allemaal met een vriendje of vriendinnetje laten Skypen. Thuis wordt opeens weer heel tastbaar. "Mam, waarom wil jij nu zo graag reizen?" vraagt Micky. Tja, soms vraag ik mij dat ook af. Waarom sleep ik de hele familie mee naar oorden waar het vies is en koud? We houden ons groot bij de gedachte dat ook deze ervaring louterend is. Zei Jan in Imbassaí niet tegen ons dat je de Amazone pas echt leerde kennen als je er geleden had? Dit is waarschijnlijk net zo iets. Hopen we...

De accu is weer vol
We voeden onze accu door de aanbevelingen van andere reizigers te lezen die in de boeken bij ons guesthouse staan. We spreken met vele medereizigers. We hebben tijd om ons te verdiepen in de rijkdom die Bolivia te bieden heeft. Gretig schrijven we alle aanbevolen hostels en restaurants over van de plaatsen die we mogelijk nog gaan aandoen.

En na bijna een week pas op de plaats kunnen we eindelijk vertrekken. Op naar Lake Titicaca, Copacabana en Isla del Sol. We laten de meeste bagage achter en reizen licht. Zodra we in de bus stappen, borrelt het reisgevoel op. Door de ramen van de bus zien we La Paz langzaam uiteenvallen en plaatsmaken voor onherbergzaam en leeg hooglandschap. Toch zijn vrijwel overal sporen van landbouw en zien we regelmatig mensen met de hand het land bewerken. We zien de eerste lama's en zien bevroren plassen tussen de velden. Het is hier koud. IJzig koud en leeg, er zijn vrijwel geen bomen.

Uitzicht op beter
We zien het Titicacameer met daarachter de besneeuwde bergen. Voor we het eiland van Copacabana kunnen bereiken, moeten we het water over. De bus wordt zonder passagiers op een grote houten vlet overgezet. Wij gaan er in een klein bootje achteraan. Na een paspoortcontrole mogen we verder en slingerend door de bergen komen we steeds dichter bij Copacabana. We worden losgelaten aan de rand van een klein stadje aan de oever van het grootste meer van Zuid-Amerika.

Bij een onooglijk strandtentje eten we eerst vier verrukkellijke verse forellen. De eerste kennismaking is perfect. Zelfs Daan smult - als niet viseter. Met volle buik gaan we op zoek naar een onderkomen. We hebben onze zinnen gezet op Hotel Cupula, het best aanbevolen hostel. Daar aangekomen blijkt er geen kamer vrij te zijn - er zijn echter wel zeven reserveringen. Ze vertellen ons echter dat de ervaring hen heeft geleerd dat wanneer deze niet voor een uur zijn gekomen, ze helemaal niet meer komen. Er is nog anderhalf uur te gaan. We houden hoop. In afwachting van het salomonsoordeel lopen we de alternatieven van het dorp af. Geen kan zich meten met onze eerste keus. Hijgend en met kloppend hart keren we om half twee weer. We hebben geluk! Er is plaats voor ons. En wat voor een! We krijgen twee kamers met eenn keukentje, een eigen opgang en een speeltuintje. Terwijl de kinderen zich in de tuin verliezen in hun fantasiewereld, kijjken wij uit over Lake Titicaca en Copacabana. En we weten weer: dit is waarom we reizen!