maandag 14 december 2009

Wild Card - we love you!

We zijn natuurlijk vooral in Afrika voor de wilde beesten, laten we eerlijk zijn. Een andere cultuur, ander landschap, andere bomen: het is allemaal leuk, mooi en aardig, maar we zijn hier natuurlijk vooral om de Big Five: Leeuw, Neushoorn, Olifant, Luipaard en Buffel. Nu kan die laatste ons gestolen worden, we zijn net zo blij met een gnoe en veel meer uitgelaten vanwege een cheetah of giraf. Maar ja, de big five schijnen zo te heten vanwege hun potentiële gevaar - ze kunnen je allemaal doden. Wij blijven er bij dat het vooral uit de tijd van de jagers stamt: vijf leuke koppen naast elkaar aan de wand van lounge. Daar past een giraffenek niet zo goed bij. Of een nijlpaardenkop.

Wij hebben een drietal parken op onze route uitgezocht die onze grootste behoeften zullen moeten invullen: Addo (waar de meeste olifanten van Zuid-Afrika zitten), Hluhluwe (de meeste neushoorns) en uiteindelijk met kerst Kruger (voor alles wat we mogelijk gemist hebben en een mooie afronding van een lange reis). De kinderen zijn het er roerend over eens. Meelopen met olifanten -of er zelfs een ritje op maken- cheetahs aaien: het is natuurlijk leuk, maar ze in het 'echt' zien, dat is waar het om draait. Wellicht heeft het met de gemaksfactor te maken. Als je er weinig inspanning voor hoeft te doen en de kans op slagen is 100%, voelt het toch een beetje als winnen door valsspelen. En we willen ze echt 'spotten'.

Addo heeft de primeur van onze pasverworven Wild Card - gedurende een jaar ongelimiteerd toegang tot alle nationale parken van Zuid-Afrika. En dat voor maar voor een goede 200 euro voor de hele familie. Volgens mij is Artis nog duurder... Vol verwachting klopt ons hart als we de poort doorrijden. Waar zien we de eerste olifant. Of leeuw! Bij de ingang hangt een kaart waarop bezoekers hun waargenomen dieren hebben aangegeven. We plannen onze route - olifanten, leeuwen, neushoorns. En nu maar afwachten of ze op ons staan te wachten op de aangegeven plekken.


Ons eerste wild

Eerst een warthog, een 'poemba' volgens de kinderen. Hij staat braaf te grazen op zijn voorpoten, de warrige haren breed uitwaaierend rond zijn omhoogstaande tanden. Vervolgens zien we een Kudu, een groot uitgevallen antilope met een impossant gedraaide grote horens. Hij staat ons verwonderd aan te kijken vanuit de bosjes. Wij kijken net zo verwonderd terug. Dan zien we in de verte olifanten. Ik zeg we, maar ik bedoel Micky. Zij blijkt een eerste klas spotter van beesten en vindt hen waar wij niet kijken of niet zien. Daar tussen de bomen een olifant. We staan stil en wijzen fluisterend. Dan ontwaren we een tweede olifant tussen de bomen en een derde, en als bonus een een jong olifantje dat tussen de benen van de moeder heen en weer drentelt. Er gaat niets boven de vrije natuur. We kiezen verschillende 'loops' in het park en de uren verstrijken.

We zien meer warthogs, kudu's en olifanten, maar missen de leeuwen net. Ze liggen achter een bosje naast de weg, maar kunnen ze niet zien. Een grote truck met toeristen staat zich te vergapen, maar ja die zitten anderhalve meter hoger. Wij zitten ons vooral te verbijten. Stukje naar voren - zie je wat? Nee, nog een stukje, nee niks. Maar naar achteren dan? Ok, zie je wat nee nog steeds niks. We weten dat ze daar liggen, op twee drie meter van ons vandaan, maar ja, daar koop je niks voor. ZIEN willen we ze! Tevreden, maar toch niet helemaal verlaten we die dag het park.

De navolgende dagen worden we ruimschoots getrakteerd op olifanten in alle soorten en maten en standen en groepssamenstellingen. Heerlijk! Iedere keer is het weer met bonzend hart en ingehouden adem. Maar de leeuwen krijgen we niet te zien - pas vijf minuten voor we het park definitief verlaten keert ons geluk. Al eerder zijn we een karkas van een buffel gepasseerd - droog en gebleekt. Een 'lion-kill' van enige tijd geleden. Even daarna zien we veel auto's stilstaan: een teken dat er iets te zien is. En jawel, daar liggen de heren! Zij aan zij op hun brede rug, poten lodderig in de lucht, en zoveel mogelijk ruimte gevend aan hun volgevreten pensen. Wat een prachtgezicht! Maar veel beweging blijkt er niet in te zitten. Na 10 minuten kijken naar de vrijwel bewegingloze broers, overwegen we nog even de Argentijnse katapulten uit de bagage te halen. Maar dat vinden de kinders toch ongepast. Desalniettemin verlaten we meer dan tevreden het park. Rhino's hebben we niet gezien, maar zoveel zijn hier niet, het park is groot en we weten dat we in Hluhluwe (sjloesjloewe) nog voldoende aan onze trekken zullen komen.

De degens gekruisd
Twee weken later zijn we in iMfolozi-Hluhluwe. Heerlijk die Wild Card: zelfs als we laat in de middag aankomen, kunnen we gewoon nog even een uurtje binnenwippen zonder het gevoel dat het 'zonde van je geld' is. (We blijven Hollanders). De eerste rhinoceros wordt gespot door Micky (wie anders) in een poeltje ver van ons verwijderd. De tweede verschijnt uit het niets pal voor de auto. MET JONG! Marjolein springt meteen in de weigering. "Ik ga niet verder! We moeten vooral niet bedreigend zijn!" Drie dagen eerder zagen we een documentaire op National Geographic (voor het eerst sinds Kaapstad een uurtje tv) over neushoorns die mensen aangevallen hadden - en de schrik zit er goed in. Ondanks de samengeknepen billen, genieten we volop van deze bijzondere aanblik.

Een dag later spot Micky drie neushoorns. Hoezo drie? Het zijn toch solitaire beesten? We zien al snel dat het om twee rivaliserende mannetjes en één vrouwtje gaat. De mannetjes kruizen de degens, delen plaagstootjes uit, testen elkaars sterke en zwakke kanten. De testosteron druipt er vanaf. Het vrouwtje graast intussen quasi nonchalant door, met een air alsof het haar allemaal niet boeit. Toch: zodra de mannetjes iets te ver van haar afdwalen, dribbelt ze er rap achteraan. Aangezien neushoorns niet zo goed zien, raakt ze hierdoor af en toe abusievelijk in het gevecht verzeild en wordt bijna door een van haar Romeo's aan het spit geregen.

Wij volgen het gevecht op de voet - uiteraard met veiligheidsmarge, die af en toe angstvallig klein wordt als ze onverwachts onze kant uitdwalen. Na een minuut of tien steken ze de weg over en wordt ons het zicht grotendeels ontnomen door struikgewas - voor ons aanleiding om verder te rijden. Op het moment dat Marjolein gas geeft sta staat ze meteen weer boven op de rem, omdat Fleur heel hard 'STOP!' roept. Op de weg voor ons komt een derde mannetje aangedenderd, anderhalf keer zo groot als de twee duellisten en vol testosteron. Dit dreigt uit de hand te lopen!! We zien nog net hoe de drie eerdere acteurs schouder aan schouder front maken voor het nieuwe mannetje. Dan geven we gas in de wetenschap dat wij -als we onverhoopt tussen deze krachtpatsers terecht zouden komen- een prachtige ervaring rijker zouden zijn, maar waarschijnlijk een nieuwe auto moeten uitzoeken...

Katten en honden
En gelukkig worden we deze keer vewend met katten en honden. Nee, de Big Five weten we niet vol te krijgen, de luipaard blijft onzichtbaar. Maar met een cheetah, een groep wilde honden pal naast de weg, een groep van vijftien leeuwen en verschillende hyena's, mogen we ons meer dan gelukkig prijzen. Vooral de ontmoeting met de leeuwen is bijzonder. Ze hebben eerder die ochtend een giraf gedood - genoeg eten voor allemaal. Als wij bij hen komen zijn ze al uitgegeten en liggen na te genieten van een copieuze maaltijd. Plotseling is er onrust in de groep. Verschillende leeuwen staan op en kijken gealarmeerd naar links. Wij volgen hun blik en zien na enige tijd een hyena. Nog op grote afstand, maar voorzichtig steeds dichterbij komend. De leeuwen hebben geen zin in een confrontatie en verkassen een honderdtal meters. De hyena komt steeds dichterbij, cirkelend, dan weer een paar passen dichterbij, dan weer snel achteruit deinzend. De geur van vers bloed en kadaver is echter onweerstaanbaar. Na tien minuten is hij het kadaver dicht genoeg genaderd. Hij grijpt het grootste stuk wat hij ziet liggen. We zien hem met een complete giraffepoot in de bek weglopen, af en toe schichtig omkijkend richting leeuwen.

Een minuut later verschijnen een tweede en derde hyena ten tonele. Die hebben meer aandacht voor elkaar dan voor de leeuwen. Ook een arend heeft de buit ontdekt en draait cirkelend rond. Af en toe duikt hij naar beneden en hoopt lang genoeg de tijd te krijgen om zijn deel van het karkas te plukken. Hij heeft respect voor de hyena's, want zodra die maar enigszins in de buurt komen, verkiest hij een dichtbijgelegen boom. De tweede hyena is niet kieskeurig en gaat er snel met een groot stuk giraffenhuid vandoor;de derde zet zijn tanden in een aantrekkelijke ogend bot. We horen het versplinteren onder de kracht van zijn kaken.

We weten dat we verwend zijn de afgelopen dagen. En dan moet Kruger nog volgen... Nu gaan we naar Mozambique, zwemmen met dolfijnen - tenminste dat hopen we. Wat een naar leven hebben we toch!

donderdag 10 december 2009

Een andere wereld, een andere tijd

Onze reis heeft ons gebracht naar Drakensbergen, een ruige bergrug in het hart van Zuid-Afrika. Aan de andere kant ligt Lesotho, het koninkrijk hoog in de bergen, en een van de minst ontwikkelde landen van Afrika. We willen hier graag heen, maar de bergpassen zijn alleen met een 4x4 te nemen. En die hebben wij niet... Maar goed, misschien valt er nog wel een oplossing te verzinnen.

Woeste natuur, maar koud
De eerste dagen in Drakensbergen zijn koud en nat. Een dag voor wij aankomen heeft het zelfs gesneeuwd. Maar een week eerder was het nog 36 graden. Het kan verkeren. We zijn blij met ons hutje met open haard. Lekker om je aan te warmen na een verkleumende wandeling. We werken hard aan school, want de tijd die ons resteert wordt steeds korter en we zijn nog niet klaar. We bezoeken bergen met exotische namen als Giants Castle and Champagne Peak. Mooie wandelingen door woeste natuur, ondanks het tegenzittende weer.

De laatste dagen willen we naar het Amphitheater in het noorden. Het Amphitheater is een geweldig bergmassief dat je aan alle kanten omringd als een ... (je raadt het al). Vanuit de backpackers waar we zitten, wordt een tocht met gids georganiseerd naar de top. Daar hebben we uitzicht over half noordelijk Zuid-Afrika én op een van de hoogste watervallen van de wereld. Bijna een kilometer stort hij van de top van de berg naar beneden.

Laatste adem
We beklimmen een slingerend bergpad. Af en toe moeten we over glibberige schuine rotsenvlakken, waarnaast een onaantrekkelijke afgrond gaapt. Na anderhalf uur klimmen en klauteren, wacht ons een laatste uitdaging: 250 meter door een kloof omhoogklauteren tegen neergestorte rotsblokken op. Een ware bezoeking voor ons ongeoefende klauteraars. Om ons heen tal van kleine stroompjes smeltwater, hier en daar nog stukken smeltend sneeuw. Hijgend, piepend en krakend komen de oudjes boven. De kinderen waren ons allang vooruitgesneld. Soms wachten ze ons even vol medeleven op, om vervolgens weer enthousiast verder te klauteren: berggeiten. Als wij eenmaal over de rand heen kruipen, zijn we haast te moe om onze beloning op te eisen: een uitzicht van tientallen (honderden?) kilometers ver en voor ons het Amphitheater in volle glorie. Deemoedig eten we onze lunch - moet ook wel want de klim naar 3200 meter heeft ons enigszins afgemat (eufemisme!).

Als we een uur later op adem zijn, lopen we over het prachtige bergplateau, door sompig veengrond en langs een bergstroompje dat allengs aanzwelt tot een beekje. Het blijkt uit te monden in de '1km' waterval die we net van de overkant gezien hebben. Met wankele benen staan we bij de rand en kijken hoe het water zich bruisend in de afgrond stort. Imponerend, intrigerend en beangstigend tegelijk. Je wilt zo dicht mogelijk bij de rand komen om naar beneden te kijken waar het water heenvalt. Maar bij elke stap in de buurt van de rand schieten de angstscheuten door de benen omhoog naar buik en maag. En dat is nog erger als we de kinderen zonder schroom die kant uit zien dwalen (DAAAN! Kom terug!)Alledaagse angsten zijn meestentijds goed in bedwang te houden, maar er zijn momenten dat basisinstincten het overnemen van nuchter verstand (nee je valt niet zomaar om, nee je zal niet wegglijden, etc). Dan het gewoon: Hierkomen! En luisteren!

Op de terugweg hebben we nog één obstakel te nemen. We moeten afdalen van een ijzeren touwladder, 25 meter de diepte in. De ladder is op zich geen probleem, maar wel het gevoel dat je over een rand moet stappen en niet ziet wat daar onder is. Eén dame in ons gezelschap mag eerst. Met steunen en kreunen gaat ze rillend naar beneden. Hoewel ze vastgebonden is aan een touw sterft ze onderweg duizend doden. Onze kinderen zien het met lede ogen aan. "Je moet gewoon doorgaan." zegt Fleur dapper. En om beurten klauteren de kids zonder mankeren naar beneden - ze vinden het alleen maar leuk! Liefst zouden ze nog een keer, en ze vragen of ze misschien ook zonder veiligheidstouw mogen - want zo'n veiligheidslijn maakt het toch minder spannend. Hoezeer we het hen ook gunnen, we blijven toch nog maar even de overbezorgde ouder...


Terug in de tijd

De volgende dag gaan we naar Lesotho, waar de 'normale' weg meteen over de grens ophoudt. Wel wordt druk gewerkt aan een nieuwe weg. Soms moeten we wachten tot we er langs kunnen. Tientallen mensen vullen gazen kooien met keien, die van hand tot hand aangereikt worden in lange ketens. Voor ons staat een combi - de achterbak volgeladen met spullen die in Zuid-Afrika ingekocht zijn en in Lesotho niet of slecht te krijgen zijn. Bij een van de oponthouden gaat de achterklep open. Wat ik steeds aangezien had voor tassen die tegen het achterraam gepropt zitten, blijkt een omvangrijke vrouw op leeftijd die als een laatste puzzelstuk van een driedimensionale puzzel de overgebleven ruimte vult - voorovergebogen zonder zicht en nauwelijks ruimte om te bewegen.

Net over de grens rijden we een vallei in, lieflijk ingeklemd tussen de bergen. Akkers met mais, een enkele koe, een paar ezels. We parkeren bij een schooltje - de meeste kinderen spelen buiten in zwart-wit schooluniform. Sommigen springen touwtje met een zelfgevlochten touw. Anderen halen water wat ze in gieters op hun hoofd dragen. Anderen liggen gewoon lekker in het gras. Er komt een jongetje aan met iets in zijn handen - een vleermuis! Hij heeft een vleermuis gevangen en gooit hem als een speeltje in de lucht. Het beestje vliegt een paar meter en valt dan op de grond - tot groot vermaak van de kinderen. Ze pakken hem op en gooien 'm een tweede keer in de lucht. Het beestje probeert niet eens meer de vleugels uit te slaan. We hebben foto's gezien van gebraden vleermuis, dus waarschijnlijk is dit een normale gang van zaken hier, maar het komt onwerkelijk over.

Het schoolhoofd spreekt uitstekend Engels en probeert de kinderen zoveel mogelijk toekomst te bieden, niet alleen door scholing, maar ook voorlichting over AIDS en landbouw, want beiden zijn cruciaal voor het voortbestaan. Teveel kennis gaat verloren doordat ouderen vroeg doodgaan. En de medische kennis is beperkt. Dan begint een klas, speciaal bijeengeroepen voor Micky Fleur en Daan. Het is een kaal gebouw, waar oude houten banken in staan en her en der boeken rondslingeren. Des te opvallender: alle kinderen krijgen in het Engels les, al is dat niet de voertaal in Lesotho. Micky, Fleur en Daan zitten in een schoolbankje met kinderen voor en achter zich die zich de hele tijd nieuwsgierig omdraaien. "How old are you? What is your name? Where do you live?" Voor ze er erg in hebben, zijn ze in een levendig gesprek verwikkeld. Er wordt een atlas bijgepakt en ze moeten laten zien waar ze wonen. Als we foto's nemen, willen ze die uiteraard zien - luid gegiechel is het gevolg. Een paar dames willen een portretfoto en staan met ernstig gezicht statig voor het bord. Het is of ik een foto uit begin 1900 zie.

We mogen de lokale medicijnman bezoeken - die van generatie op generatie de kennis heeft overgedragen gekregen van zijn voorouders. Zijn behandelingen bestaan echter vooral uit kruiden, bezweringen en brouwseltjes. Hoewel de bellen op zijn rug er indrukwekkend uitzien, vragen we ons ten zeerste af hoe hij de dorplingen gezond houdt... Geloof doet ook hier blijkbaar wonderen. Verder zien we een boer achter de ploeg met twee onwillige koeien ervoor, vrouwen die met de hand het barre land bewerken (net als in Bolivia) en mannen die in dekens gewikkeld op hun stoere paardjes zitten. Voeg dit beeld samen met de medicijnman en een schoolfoto uit 1900, en we weten dat we vandaag weer even 100 jaar terug in de tijd zijn geweest.

maandag 7 december 2009

Kuifje in Xhosa-land

"Where do we get off of the tar road? After exactly 37 km we have to turn right into a dirt-road?" Marjolein zit aan de telefoon met ons nieuwe hutje, een eco-lodge aan de kust. "Zei hij na precies 37 km? Niet meer?" Angstvallig houd ik mijn kilometerteller in de gaten. Ons hutje voor vannacht is een eco-lodge aan de rand van de zee, midden in Xhosa-land. Bulungula -zo heet de tent- schijnt een belevenis te zijn: een van de beste eco-belevenissen ter wereld. Geen elektra, geen stromend water, en nauwe samenwerking met de gemeenschap. Maar zo afgelegen als de pest. Een goed verborgen geheim zeg maar.

Na precies 37 km stoppen we en kijken om ons heen. We zijn in een heel klein dorpje beland, een paar huizen links, een winkeltje rechts, minibusjes om passagiers op te pikken. "Daar is het winkeltje met het Omo-reklamebord." zegt Marjolein. Daar konden we een routebeschrijving krijgen voor de resterende 50 km. Met een houding van 'nou dat doen we dan maar' loop ik de uitspanning binnen. Een balie achter tralies en daarachter planken met huishoudartikelen. Alsof ik 50 jaar terug in de tijd in een vage amerikaanse film terecht ben gekomen. De jongen achter de balie kijkt me glazig en niet-begrijpend aan als ik naar de routebeschrijving vraag. Een oudere dame komt echter van de andere kant van de winkel en pakt een gekopieerd A4-tje van de balie met een hele ruwe schets. Daar moeten we het maar mee doen.

Meer dan anderhalf uur kronkelen we al hotsebotsend over ongeplaveide wegen vol gaten en kuilen. Af en toe bespeuren we een glimp van een herkenningsteken. Is dit de blauwe school? Hebben we al 20 km afgelegd? Het lijkt een eeuwigheid. Temeer daar we diep in het platteland doordringen, ver van de 'beschaafde' wereld. Hier is geen blanke te vinden. Hier spreken ze amper Engels. Panne met de auto zou hier een interessante verrijkende ervaring worden - zoveel is duidelijk!

Om ons heen ontrolt een prachtig landschap van glooiende heuvels zover het oog rijkt. En overal verspreid op de heuvels liggen ronde aquamarijn groene huisjes met rieten daken. We wanen ons in groot-Teletubbieland. Alleen zien we geen reuze konijnen rondspringen. De rit duurt naar ons gevoel eindeloos lang en de onzekerheid blijft aan ons klagen. Gaan we goed? Regelmatig zien we andere dirtroads naar links en naar rechts vertakken, de eindeloosheid in. En wegwijzers of richtingborden? Waarvoor? Wie hier komt kent de weg en wie de weg niet kent komt hier niet.

Bulungula-store is ons einddoel. Daar zullen we de auto parkeren en met een 4-wheeldrive opgehaald worden. Onverwacht eindigt de weg. We rijden het voor ons liggende pad op. 'Store' is een groot woord voor de schuur die we aantreffen. Het erf ligt vol rotzooi, overal lopen kippen, geiten, koeien. Maar we zien een bordje: Parking R15 per night, waarnaast een paar auto's geparkeerd staan. Dit zal het dan wel zijn. We bellen dat we gearriveerd zijn. De shuttle is iets vertraagd, maar zal ons zo halen. Na een uur wachten arriveert een 4wheeldrive. Ja ze gaan naar Bulungula, nee ze zijn niet de shuttle. We vragen hen om een lift - het begint al aardig donker en koud te worden.

Met z'n vijfen achterin gevouwen, tussen koffers en tassen, wanen we ons in een achtbaan als we naar de lodge rijden. Alle kanten worden we uitgeschud en af en toe hebben we het gevoel dat we zullen omvallen. De chauffeur blijft echter onverstoorbaar, dus wij houden ons voor: geen reden tot paniek. Na een ruim half uur van draaien, keren, slippen en butsen, verschijnen de eerste hutten in het licht van de koplampen.

Onze hut is een traditionele Xhosa-hut. Rond, twee ramen, rieten dak, klei-vloer. Twee eenpersoonsbritsen, een tweepersoonsbed en een matras op de grond. Verder een paar takken die aan touwen aan de muur hangen en een tweetal kaarsen. Dat is al ons comfort. Toch missen we helemaal niets. We lopen haast tastend naar onze hut om te slapen - wat overigens heerlijk is. Worden wakker met koeien of ezels onder het raam of voor de deur. Ontmoeten interessante mensen: Russel loopt in twee jaar langs de kust van Namibie tot Mozambique en is nu op de terugweg. Hij doet dit 'to raise money for the animals.' Sinds twee weken loopt er een hond met hem mee. Eerst op afstand, maar nu vlak achter hem. Het beestje is nu onafscheidelijk van hem en volgt hem op de voet, zwemt met hem riviertjes over en beklimt de rotsen. Zulke verhalen verzin je niet. Dat maak je alleen maar mee bij backpackers (de plaatsen waar de echte trekkers overnachten)

De douches zijn waanzinnig fraai gedecoreerd, met de meest prachtige mozaieken. De raketdouches moeten worden gevuld met parafine en een stuk wc-papier dat in de fik wordt gestoken. Er klinkt een luid geloei van heet vuur en de douche is klaar voor gebruik. De wc's kennen een voor en een achter compartiment, voor no. 1 en no. 2. Alles wordt gecomposteerd en hergebruikt. Zo lang er zonlicht is, worden de batterijen opgeladen, zodat er 's avonds wat schaarse spaarlampjes kunnen branden. Alles is prachtig versierd met wrakhout, schelpen en steentjes. De meest prachtige schilderingen sieren de wanden van de wc's. Een korte Xhosa-taalcursus hangt op de wc. Encos - bedankt Molo - hallo tegen 1 persoon, Molweni - hallo tegen een groep personen. We leren het woord Xhosa uitspreken: klak met de tong achter tegen het gehemelte gevolgd door 'hosa'. De Xhosa-taal zit vol klikken en klakken; het is intrigerend exotisch: dit verschilt zo van alle talen die we kennen!

We kanoen met een lokale gids vanaf de riviermonding landinwaards langs mangrovebossen. We lopen tussen de boerenhuisjes door terug naar de lodge. We gaan paardrijden met een gids die bij gebrek aan paard met ons meeholt en loopt. Er zijn maar 4 paarden - Marjolein mag een muilezel berijden, die hier duidelijk geen zin in heeft. Na een paar honderd meter over het strand laat hij zich ineens door de voorbenen zakken en rolt om. Marjolein voelt dit met haar ervaring aankomen en springt er net op tijd af. Ze geeft 'm een rotschop en roept: 'vals kreng!' De muilezel laat zich weer op de been brengen, maar is nog steeds onwillig. De gids maakt van een tak een rijzweepje voor Mar, waarmee ze 'm in het gareel houdt. Toch zint het meneer niet helemaal: als hij een tik op de kont krijgt, slaat hij met twee benen naar achter. Marjolein moet er alleen maar om lachen: "Wat een kreng niet?" We maken een prachtige tocht langs de kust en landinwaards. Het land is hier nog zo ongerept, je waant je haast in de middeleeuwen. Of als Kuifje in Afrika (al is dat minder ethisch verantwoord, voor wie zich dit stripverhaal nog kan herinneren).

We blijven hier 3 heerlijke dagen. Het weer is matig tot slecht, maar de sfeer is geweldig. Als we de 3e dag met onze bagage bij de auto arriveren, blijkt deze niet te willen starten. Accuproblemen? We krijgen 'm niet aan de praat. We gaan weer terug naar Bulungula en bellen met de autoverhuurder. Dat wordt wegslepen en een vervangende auto. Probleem is alleen dat die uit East London moet komen, meer dan 6 uur rijden daar vandaan. Dat lukt vandaag niet meer, dat wordt dus weer een dag extra. De volgende dag blijkt onze vervangende auto vanwege de regen aan het begin van de dirtroad gestrand. Ik moet worden opgehaald bij de lodge en vervolgens brengen we de auto naar een veilige plek om achter te laten. Al met al ben ik de hele dag onderweg, waarvan 5 uur op een butsweg. 's Avonds in bed lig ik in mijn hoofd nog te schudden en de butsen... Kapot ben ik. En oh ja, en passant kom ik er achter dat alle mensen hier het topje van hun linkerpink missen. Vrolijk wordt mij vertelt dat dit taditie is. Het wordt als kind afgehakt... voor 'health'. Niet dat het veel helpt, want op de terugweg zitten we naast een meisje in de achterkabine die overduidelijk Aids heeft - net als circa 30% van de bevolking. Heeft, of nog krijgt in de komende jaren. Wat een verwoesting van een maatschappij en vespilling van mensenlevens...

De kinderen sluiten vriendschap met twee lokale meisjes (blank, Engelstalig), die in een eenvoudige woning op een nabijgelegen heuvel wonen. Ze gaan met hen mee om een nestje jonge katjes te bekijken, leren het kaartspel Rummi, en spelen met hun oma. Bulungula voelt als een heerlijke plek. We vinden het jammer dat we dit niet hebben mogen zien met zonneschijn.

vrijdag 4 december 2009

Coolste badkuip van de wereld

Wat heeft dit land veel te bieden! We verblijven een paar dagen aan de Wild Coast en zijn overdonderd door het geweld van golven en kust. Daarna trekken we landinwaards naar het schilderachtige hoogland van Hogsback, met zijn uniek bossen en habitat.

Jenny van Peace of Eden geeft ons nog een rugzakje tips mee als we op weg gaan. Een daarvan is een 'swingbrigde' over de zee bij Tsitsikama. We strijken strijken in Storms River, bij backpackers Djembe. De eigenaar is een prettig gestoorde ADHD'er die overstroomt aan ideeën. Hij vindt het te gek wat we aan het doen zijn, geeft ons een compleet eigen ruimte ver weg van alle backpackers gezelligheid -die wel leuk is, maar niet goed voor de nachtrust van de kids- en doet er alles aan ons over te halen voor nog een extra nacht. De kids sluiten meteen vriendschap met Tiger, de voetballende huishond (bijna net zo goed als Sofietje, het vierpotige voetbalwonder van Micky's vriendinnetje Feline).

Verwoestende kiezels
We gaan voor zonsondergan nog even kijken in Tsitsikama - dat park van die swingbridge. Bij het park aangekomen kopen we meteen maar een family Wildcard - voor ruim 200 euro een jaar lang toegang tot alle nationale wildparken van Zuid-Afrika! Hoewel het al aardig tegen zonsondergang loopt, beginnen we vol goede moed aan een wandeling langs de kust, over houten plankieren. Al snel staan we op een betoverend bruggetje tussen twee rotsen in. Voor ons de oceaan, achter ons een strook strand van 30 meter lang. De zee bouwt pal voor je neus een golf op en precies op het moment dat deze onder de brug zal verdwijnen, slaat deze met schuimend geweld om, dendert onder je voeten door en strekt zich over twintig meter strand uit om zich terug te laten zakken en de volgende golf om te duwen. Wat een vondst die brug!

We gaan verder - het pad volgen naar de hangbrug voordat de zon onder is. Een half uur later komen we bij de houten hangbrug (swingbridge) over de zeearm. Onder ons de woeste zee, die aan alle kanten te pletter slaat op de rotsen en spelonken. We stampen over de brug die heerlijk meegolft (het blijft altijd een beetje opwindend eng: zo'n brug die meebeweegt). Aan de andere kant dalen we af naar een grindstrand. Grote en kleine kiezelstenen om het even, allen zijn zij speeltuig van de aanstormende golven: opgetild en neergestort. Bij elke golf klinkt het alsof een vrachtwagen met grind gelost wordt. Hier moet je niet willen pootjebaaien, zoveel is duidelijk. We worden er stil van. Met moeite kunnen we ons losrukken - de zon is al bijna onder.

Tolkien in Hogsback
De volgende dag rijden we door naar Hogsback. We rijden door Ciskei, een voormalig thuisland en een enorm arme streek. De bevolking leeft van landbouw, vooral veeteelt. De kennis over effectief gebruik van de gronden ontbreekt echter - of is verloren gegaan. (Ook hier heeft Aids zijn verwoestende werking gedaan. Meer dan 30% van de bevolking heeft HIV of Aids. Slechts 0,01% weet het van zichzelf. Een generatie zwarte bevolking is weggevaagd. En daarmee ook alle kennis. Howard heeft ons verteld dat dit de eerste zwarte generatie is die scholing krijgt. Onder de apartheid was dat alleen beschikbaar voor de blanken. De zwarten werden ondergebracht in de thuislanden, en daar moesten ze het zelf maar regelen.) Hogsback is echter vooral een blanke enclave - al honderden jaren. Prachtig gelegen overigens - en volgens lokale overlevering heeft Tolkien hier de inspiratie voor Lord of the Rings opgedaan.

De volgende dag maken we een wandeling door de indigenous forests van Hogsback, dat ons langs verschillende eco-systemen met verschillende typisch Zuid-Afrikaanse vormen van vegetatie zal brengen. Als we van onze backpackers 'Away with the Fairies' vertrekken voor een wandeling, loopt buurhond Flo een stukje met ons mee. Althans dat denken we. We zijn verbaasd als het dier braaf bij ons blijft, telkens omkijkt waar we lopen, soms vooruit loopt en de weg zoekt en vindt. Het is net of hij bedacht heeft: mijn baasje is vandaag toch aan het werk en ik heb niets beters te doen, dus ik ga gezellig met deze mensen mee! We hebben er opeens een trouwe viervoeter bij! We passeren een zeldzame Yellowwood (700 jaar oud, 35 meter hoog) en drie impossante watervallen. En gedurende de gehele 5 uur durende wandeling, wijkt Flo nauwelijks van onze zij! Uiteraard tot grote vreugde van de kids.

De Badkuip Met Hét Uitzicht
Als we terugkomen bij onze backpackers, weten wij ons in verheugende omstandigheid dat wij zodirect mogen plaatsnemen in de coolste badkuip van de wereld: op de rand van een afgrond van minstens 40 meter - gewoon een badkuip, gevuld vanuit een oliedrum waar een vuurtje onder gestookt wordt. En met het meest rustgevende uitzicht dat je je maar kunt bedenken. En nee: dit is niet gefotoshopt! Om beurten nemen we een duik in het bad dat zijn gelijke niet kent op deze aardbol. En ware het niet dat het water op een gegeven moment wel erg koud werd, dan zaten we er nu nog in...

OK, Hogsback is hooggelegen tussen bossen en bergen, dat was ons duidelijk. Maar het is klaarblijkelijk ook een plek van hoog spiritueel niveau. Veel blanken komen hierheen voor bezinning, hun diepere zelf of zoeken naar de fantasiewereld die hier zijn bronnen vindt: hobbits, draken, elfen en orks. We komen heel wat bijzondere mensen tegen in de dagen dat we hier bivakkeren. We bezoeken een Eco-Shrine: een door een verlichte geest gecreëerd heiligdom in de open lucht. Een kerk zonder dak, zoals de Xhosa-man die hier aan meebouwde het noemde. Een prachtig bouwsel in een inspirerende setting. De verlichte kunstenares vertelt over haar bedoelingen: de aarde als levend wezen, de mens die uit balans zijn geraakt met de natuur waar de zelf deel van uitmaakt, de samenhang van alles wat leeft vanaf de oerknal en het ontstaan van het leven. Alle mystiek heeft ze samengebracht: oerknal, schepping, bushmen religie, pangea, gaia - een soort eco-utopia. We laten ons alles welgevallig aanleunen, lenen een gewillig oor, zorgen ervoor dat we niet wegzweven en genieten ondertussen van deze schitterende plek.

In een Labyrinth vind je bezinning
De volgende dag gaan we naar Bulungula, een ecolodge aan het strand en midden in Xhosa-land. Maar voordien gaan we nog naar het Labirynth van Hogsback. Weer zo'n spirituele plek, weer zo'n adembenemend uitzicht. Dit labyrinth is een kopie van het labyrinth dat in de katedraal van Chartres ligt, een van de grootste van de wereld.

Het moet een heilzame en meditatieve uitwerking hebben op mensen. Volgens het begeleidend schrijven waren de Egyptenaren al overtuigd van de magische kracht van het labyrinth. Voor de kinderen is het vooral een tegenvaller. Zij verwachten een soort doolhof, maar vinden een betonnen platgeslagen achtbaan, waar je maar op één manier doorheen kunt. We vertellen ze waarvoor het dient: om te mediteren. Neem een doel in gedachten, wat wil je bereiken: vrede, wijsheid, gezondheid of iets anders. Denk daar vooral aan tijdens het lopen. Aan het eind zal je je gesterkt voelen... Vooral niet hollen...

Jaja. Leuk bedacht. Micky, Fleur en Daan kiezen ieder nog wel heel verheven een hoger doel, maar racen er na 5 minuten toch vooral op los om zo snel mogelijk in het midden te komen. Het labyrinth is zo geconstrueerd dat je regelmatig heel dicht bij het midden komt, maar dan vervolgens weer in de buitenste regionen terechtkomt. Alsof de makers hebben willen zeggen; geduld is een schone zaak. We slingeren ons door het netwerk van lussen. Ondanks alles leggen we de route zonder valsspelen en afsnijden af.

Alles bij elkaar blijken we toch bijna anderhalve kilometer gelopen te hebben. Of gehold. De kinderen zijn allang het labyrinth uit als wij volwassenen de laatste meters afleggen. De kinderen halen ons juichend binnen en bieden ons virtuele bosjes bloemen aan, alsof we de laatste etappe van de anvondvierdaagse afgelegd hebben. Gelouterd zetten we ons in de auto. Genoeg energie ontladen én opgedaan om weer een dag in de auto te zitten.

dinsdag 1 december 2009

Olifant voor één dag

Een van onze favoriete tv-programma's was 'Walking with dinosaurs', waarbij de presentator een duik in de prehistorie neemt en tussen dino's rondloopt. Zo voelen we ons een beetje als we in Knysna Elephant park lopen. Gewoon, zonder hekken tussen de olifanten - groot en klein - te voet. We kunnen hen aanraken en lopen mee aan het eind van de kolonne, als een van hen. Nadat de eerste spanning en opwinding is weggeëbd, blijft alleen het gevoel in een sprookje te lopen...

Als het maar geen circus is"
We verheugen ons er al dagen op: we mogen een dagje tussen de olifanten bivakkeren in het Knysna Elephant Park. Niet echt een wildpark, meer een opvang voor verweesde olifanten. Wel een groot terrein, zodat de olifanten vrij kunnen rondlopen op grasland en in het bos. We vragen ons af de olifanten hier niet misbruikt worden voor commercieel gewin, maar het park krijgt de zegen van Jenny (onze superkritische gastvrouw in Knysna), die fel is op dierenleed & -waardigheid. "Voor je het weet is het een veredelde dierentuin of worden het circusbeesten!" Maar deze opvang is wel ok volgens haar.

We gaan er vol verwachting heen. En meteen bij de kassa staan we voor een dilemma: wel of geen olifantenrit? Kan dat wel of is dit écht niet gepast? 't Is ook wel erg prijzig... Toch maar wel doen - zo'n kans krijg je tenslotte niet snel meer! Maar eerst de olifanten van dichtbij bekijken en voeren. We kopen een paar emmertjes fruit - niet meer dan een soort snoepje voor hen, aangezien ze 200kg voer per dag verorberen! We rijden met een open wagen vanaf de ontvangstruimte. Her en der zien we de grijze reuzen staan te grazen. Als we uitstappen -goed geinstrueerd en in het bijzijn van guides- komen de olifanten al uit alle hoeken aangesjokt. Ze gaan braaf achter een ijzeren balk staan en steken verlangend hun slurven uit. Om beurten leggen de kinderen een stuk sinaasappel of ananas in de slurven. De slurvenmond krult zich er omheen - meer dan 100.000 spieren sturen dit prachtige precisie-instrument aan. Onvoorstelbaar. Maar voor één stukje fruit nemen ze niet de moeite om hun slurf naar hun mond te brengen: beide van sinaasappelsap druipende slurfgaten moeten gevuld zijn!

Als de emmertjes leeg zijn, mogen we met Harry op de foto. We voelen ons op en top toerist als we met onze Grote Vriendelijke Reus poseren. Als dit geen vakantiekiekje is, dan weten we het niet meer. Maar ja, indrukwekkend blijft het om je hand op de dikke huid te mogen leggen. Harry blijft braaf wachten tot we allemaal onze kiekjes hebben geschoten. De andere olifanten zijn reeds weggekuierd en om gras te eten. Over een uur komt de volgende groep weer, en tot die tijd moet gegeten worden. We zien ze van dichtbij grazen. Sommigen grijpen met hun slurf een pluk gras en schoppen met hun poot hun slurf weg, zodat het gras losscheurt.

Hoog boven de aarde
Ster van de groep is Tatu, een klein onbeholpen olifantje. De kinderen hebben Thato onmiddellijk in de gaten - "Oh een babyolifantje, wat LIEF!" Een Disney-gevoel borrelt onmiddellijk boven. Het 'babietje' is inmiddels al anderhalf jaar, weegt meer dan honderd kilo. De oppasser zegt dat Tatu het lekker vindt achter de oren gekriebeld te worden en drie paar handen schieten achter Tatu's oor. Verlekkerd leunt het olifantje tegen een paal, kruist de achterpoten en laat het zich welgevallen.

'S Middags maken we een olifantenrit. Harry en Namibia staan voor ons klaar, de twee grootste mannetjes. Wat een hoogte! Het gevoel dat je krijg als je op zo'n dikhuid plaatsneemt is niet te beschrijven: de beweging van spieren onder een massieve huid en harde maar gevoelige haren, de grote oren die af en toe open en dicht flappen, de slurf die af en toe naar achter wordt gestoken in verwachting van een kleine beloning. We zitten zo'n drieëneenhalve meter boven de grond en wanen ons minstens een pasja of maharadja. We kunnen ons voorstellen dat dit een koninklijk vervoersmiddel was. In een niet eens zo trage pas stappen we door een landschap dat wij voor ons alleen hebben. We rijden een uur door de steppe. Een van de jongere olifanten holt de hele tijd voor ons uit. Hij wil zo graag bij de grote mannen horen dat het aandoenlijk is.

Walking with elephants
Als we klaar zijn met de rit, lopen we nagenietend over het park terug. Onderweg passeren we grazende olifanten. Ze zijn ons inmiddels vertrouwd en wij hebben de illussie dat dit wederzijds is. Daar is Sally, de leidster van de troep, daar staat Harry uit te rusten van onze rit, daar grazen Thandi en dochter Nandi, daar pest Shungu zijn vriendinnetje Thato. Hij vindt het leuk haar om te gooien. Het loopt tegen het eind van de dag en we hebben het gevoel dat we hier al eeuwen zijn. We vragen honderduit aan de oppassers die ons als vanzelf tussen de grazende dikhuiden laten lopen en ons op tal van details wijzen. We genieten van elke minuut! We moeten er alleen voor zorgen in de buurt van een oppasser te blijven en nooit tussen twee olifanten terecht te komen. Niet dat ze je iets zullen doen, maar risico's zijn er om uitgesloten te worden. Hun voeten zijn zo gevoelig, dat ze nooit op iets levends zullen stappen. Maar je kunt altijd nog per ongeluk verpletterd worden...

Als er een nieuwe groep toeristen per terreinwagen komt aanrijden, weten de olifanten hoe laat het is en lopen in kolonne naar de voedingsplaats. Micky sluit de rij en loopt een paar meter achter de laatste olifant. Even bekruipt ons het gevoel: wij horen nu ook bij de kudde! We voelen ons niet langer toerist en genieten volop. We realiseren ons elke minuut hoe bijzonder dit is. Gentle Giants worden ze hier wel genoemd. We snappen nu precies waarom.

Dat we twee dagen later ook nog cheetah's mogen aaien is natuurlijk waanzinnig, maar staat toch in de schaduw van onze ontmoeting met de Grote Vriendelijke Reuzen.

dinsdag 24 november 2009

Goede Hoop in Afrika

In 1562 deed Jan van Riebeek 96 dagen over om naar de tafelbaai te zeilen om vervolgens Kaapstad te stichten... Wij reisden er anno 2009 in 8 uur van Buenos Aires naar Kaapstad. We komen aan na een zeer korte nacht in een vliegend kippenhok van Malaysia Airlines. Nog nooit zoveel kinderen in een vliegtuig gezien. En nog nooit zoveel kinderen in een vliegtuig gehoord. Wat een korte nacht bijzonder kort maakt. Maar goed, we hadden in Cape Oasis een heerlijk hutje gevonden om onze jet-lag weg te chillen, te acclimatiseren en nieuwe plannen te maken. Want we hebben natuurlijk nog niets voorbereid.

Een ding staat vast: als je in Kaapstad bent, moet je natuurlijk naar De Kaap de Goede Hoop. Onze route brengt ons een prachtige doorsnee van wat de Kaap te bieden heeft: prachtige kronkelweggetjes langs bergen en zee, vissersplaatsjes, natuur en cultuur. We stoppen in Kalkbay om aan de zee te lunchen. Voor het raam van ons bestekje breken de golven van de Indische Oceaan. Vreemd om te bedenken dat aan de andere kant van de kaap de Atlantische Oceaan stroomt. Terwijl we wachten op onze Fish 'n Chips, zitten we in de vensterbank te kijken naar de zee. Er waren walvissen gezien deze ochtend, werd ons verteld. Walvissen zien we niet, wel wavesurfers die een eeuwigheid op hun plankje dobberen tussen zeewier en zeeleeuwen, wachtend op de goede surf. Kalkbay is een van die typische Zuid-afrikaanse namen: mengeling tussen Nederlands en Engels. Het heeft een heerlijke sfeer, beetje toeristische, maar met een volle nasmaak van het voormalige vissersleven.

Mondain genieten
Een half uur later rijden we door Simonstown, nog zo'n parel. We stappen uit om de zilte smaak te proeven. Lopend langs galleries, curiosa- en boekenwinkel, wippen we even een steegje in voor een onverwachte stoelmassage. Een cadeautje voor Mar - lekker even je zelf laten verwennen! De kinderen bukken om de beurt om Mar's gezicht te bekijken dat zichtbaar is door het gat in de stoel. "Ah mamma, je ziet er gek uit!" Om haar niet te veel uit haar ontspanning te halen, beperken ze het daarna vooral tot gluren en gniffelen. Toch is Micky nieuwsgierig genoeg om het ook te laten ondergaan. Weer een ervaring rijker.

Even buiten Simonstown komen we bij de pinguïnkolonie. Wij vinden ze maar verdacht veel lijken op de pinguïns uit Argentinië - maar naar het schijnt komen deze nooit buiten Zuid-Afrika. Vooruit dan maar, ze zijn anders. Maar toch vinden we opvallend veel overeenkomsten tussen Zuid-Amerika en Zuid-Afrika: planten, vogels, zeedieren, maar ook landdieren. Ze lijken op elkaar, maar zijn dan net even anders. Dat hadden we eerlijk gezegd niet verwacht toen we hier naar toe gingen. We hadden echt een andere wereld verwacht, maar de herkenningspunten zijn ons aangenaam.

Lopend naar de auto worden we aangeklampt door lokale neringdoenden, die strategisch opgesteld staan langs de route. Wij laten ons verleiden tot de aankoop van een authentiek kunstwerk met een blik op de tafelberg en een township van beschilderd conservenblik. 'KOENST' zou onze goede vriend Geert-Jan zeggen, maar die term is misschien al te hoogwaardig. Niettemin: de herinneringen die er aan kleven zijn niet in geld uit te drukken.

We zakken verder af naar het zuiden. Baboons! We zien bordjes langs de kant van de weg die waarschuwen voor Baboons (Bobbejanen in het Afrikaans). Vol verwachting stoppen we bij twee parkeerplaatsen waar voor Baboons gewaarschuwd wordt. Naief natuurlijk! Alsof die beesten daar op ons gaan zitten wachten! NOT. Enigszins teleurgesteld vervolgen we onze weg, mentaal voorbereid op de afwezigheid van bavianen.

Een ongeluk - of toch niet...
Dan moeten we na een bocht opeens moeten we stoppen voor auto's die aan beide kanten van de weg staan alsof er een ongeluk op de weg gebeurd is. We zien beesten op de weg liggen, apen. Doodgereden denken we. Maar het zijn er wel veel en overal. Dan zien we dat ze liggen te zonnebaden, chillen en spelen. Ze zitten echt overal! Het is een feest de jonge beestjes te zien spelen - tikkertje, elkaar dingen afpakken, pesten. En dan af en toe een oudere baviaan die chagrijnig een corrigerende sneer of tik uitdeelt.

Als ze naar onze auto toelopen, draaien we snel de raampjes op een kier, gewaarschuwd als we zijn voor hun onverschrokken brutaliteit (ze weten zelfs portieren van auto's open te krijgen). We weten niet waar we moeten kijken, zoveel gebeurt er, er zitten wel 40-50 apen overal. Opeens een bons van achteren, we schrikken en zien apenvingers van boven door de kier van het achterraam tasten - de kinderen deinsen toch geschrokken achteruit, maar al even snel zijn ze weer verdwenen. Na een half uur genieten, foto's en filmpjes maken, fluisteren en wijzen, besluiten we dat het grootste feest voorbij is.

Het mooie van clichés
Het is al laat als we bij het park van Kaap de Goede Hoop komen. Onderweg naar het meest zuidwestelijke puntje van Afrika, zien we onze eerste struisvogels, stukken groter dan de rhea's van Argentinië en Bolivia. We zien vier vrouwtjes de weg oversteken - wegvallend tegen de achtergrond zodra ze de heuvel oplopen. Aan de andere kant ontdekken we een vrouwtje met vier jongen, varierend in grootte. Struisvogels broeden hun eieren navolgend uit, dus de jonkies kennen verschil in leeftijd. Later zullen we nog wel naar een struisvogelfarm gaan, waar je op de eieren kunt staan en op struisvogels kunt zitten. Voorlopig zijn we meer dan tevreden met de aanblik van deze imposante grootsten der vogels.

Bij de Kaap aangekomen genieten we het kleurenpalet dat de ondergaande zon ons voorschotelt. We beklimmen de Kaap, kijken naar de twee stromen die hier bruisend samenkomen, en nemen wat relaxte foto's. 'Hoeveel mensen zullen al achter dat bord van Kaap de Goede Hoop gestaan hebben,' vragen we ons af. Daarna haasten we ons terug. Het is zeker anderhalf uur rijden, en we inmiddels van zoveel kanten gehoord dat je in het donker de concurrentie met de medeweggebruiker niet aan moet willen gaan, dat we enige haast voelen. Het valt echter niet altijd mee om in de wirwar van wegen, onduidelijke richtingborden, wegwerkzaamheden je weg te vinden. En dan moet je ook nog LINKS rijden! Alsof dat een sinekure is.

Fantastische nieuwe wereld
De kinderen merken hier overigens verdomd weinig van. Ze hebben naast alle landen die we bezocht hebben, een geheel nieuw land ontwikkeld: dat van Poemi, Poebi, Doedie, Alex, Nala, Clara en tal van andere puma's (!) die een geheel eigen leven er op nahouden. Ze verzinnen samen een complete soap van eindeloos uitdeiende familieperikelen en avonturen. Ieder nemen ze tenminste 4 alterego's voor hun rekening die beurtelings op de meest onverwachte momenten opduiken, tot grote hilariteit van de andere twee. Die hier overigens met grote vindingrijkheid op reageren. Het gelach en gegil is soms oorverdovend, ondertussen liggen ze ook nog eens beurtelings op elkaar, hangen over de ander heen, liggen op de grond of elders. Op de achterbank spelen zich grootse avonturen af - zoveel is duidelijk.

Net nadat de schemering overgaat in duisternis komen we terug bij onze thuisbasis Cape Oasis. Gastheer en dame Wolfgang en Katja blijken de braai al aan te hebben. We schuiven aan bij kaarslicht - samen met andere gasten en lokale vrienden, drinken een fles roie van Groot Constantia (zijn we ook wezen kijken en proeven), geven onze argentijnse vleesmessen de vuurdoop (als door boter), terwijl de kinderen uitgelaten spelen met Kauai (hun nieuwste viervoetige hartevriend). Morgen weer verder met schoolwerk, nu even genieten van het moment met interessante tafelgenoten, mooie verhalen en lekker eten.

donderdag 12 november 2009

Vamos Vamos Argentina!

Stel je hebt een zoon die voetbalgek is (hoeveelste staat Heerenveen nu? En AZ? En wie is de beste speler van de wereld, en dat net zolang tot je zegt: nu is het even genoeg). Hij koopt twee voetbalshirts in Brazilië, één in Bolivia, twee in Argentinië en draagt als we naar Argentinië reizen het shirt van het Argentijnse elftal (en niet per ongeluk), veert op bij elk voetbalstadion dat we zien (welke club voetbalt daar? Zijn die goed?), voetbalt twee keer twee uur in Sucre met jongens die twee keer zo oud zijn, en houdt zich moeiteloos staande als verdediger. Kun je dan Zuid-Amerika verlaten zonder een echte voetbalwedstrijd gezien te hebben? Natuurlijk niet!

We willen een wedstrijd van Boca bezoeken, volksclub nummer één in Argentinië, maar ja, die spelen niet als we in Buenos Aires zijn. Het lot is ons echter gunstig gezind. Argentinië speelt thuis tegen Peru voor een laatste kans op kwalificatie voor het WK in Zuid-Afrika. En wij hebben kaartjes! We gaan Messi zien!

De dag voor de wedstrijd komen we aan in Buenos Aires en de volgende ochtend spenderen we aan de voorbereidingen op de wedstrijd. Daan moet een nieuw Argentinië-shirt - zijn shirt is inmiddels twee jaar oud en bijna tot op de draad versleten. Hij koopt een shirt met nummer 10: Messi, de nieuwe voetbalgod. Fleur verheugt zich net zo hard op de wedstrijd, maar is meer van het feestje: ze wil geschminckt in de kleuren van de Argentijnse vlag – en ze trekt Daan’s oude Argentinie-shirt aan. Met blauw-wit gesminckte gezichten, shirts, vlaggen en zelfs Vikinghelmen op gaan we naar het stadion. Voordat we het stadion ingaan, komen we nog een oude bekende tegen: cameraman Juan, die we bij Jan in Brazilië hebben leren kennen. Hij maakt een achtergrond rapportage over de sentimenten rond deze wedstrijd. Het is erop of eronder.

Wrange historie
De wedstrijd wordt gespeeld in het stadion van River Plate, die andere grootheid uit Buenos Aires. Het stadion waar Nederland in ’78 de finale om de wereldtitel verloor… Historische voetbalgrond dus. We zijn al vroeg in het stadion en kunnen alles op ons laten inwerken. “Do you see that goal overthere? On that right goalpost you lost the final.” Onze begeleider haalt de herinnering op aan het schot op de paal van Rensenbrink, in de laatste minuut van de reguliere speeltijd. We hadden kunnen winnen…

Jan (Imbassaí, 1e etappe van de reis) vertelde ons dat op tweehonderd meter afstand van dit stadion tijdens de militaire junta volop gemarteld werd. Tijdens de finale werden de martelingen even gepauzeerd - gevangen en bewakers konden samen de finale op tv zien. De rillingen lopen dan over de rug. Het is navrant te bedenken dat de Dwaze Moeders toen al op Plaza do Mayo schreeuwden om informatie over hun verdwenen kinderen en dat nu dertig jaar later nog doen. We hebben hen hun rondes zien lopen. Oud, grijs, de gelederen ernstig uitgedund, maar nog steeds strijdbaar. Zinloos? Als je weet dat gelijk met ons 2 of 3 cameraploegen opnames maakten, besef je dat het wel degelijk zinvol blijft. En wie weet openen de archieven zich ooit...

Terug naar de wedstrijd
De spelers komen het veld op. Daar is Messi! En Romero van AZ staat in het doel! Het volkslied van Argentinië wordt gespeeld. Uit de luidsprekers klinkt de stem van Mercedes Sosa, net een paar dagen daarvoor overleden. Duizenden kelen begeleiden haar zwanenzang. Kippenvel. En dan de wedstrijd: Argentinië is veel beter, krijgt kansen maar is slordig in de afwerking. We schreeuwen samen met de Argentijnen: Ar-gen-tina Ar-gen-tina. En zingen Vamos Vamos Argentina!

Meteen na rust wordt gescoord door Argentinië - voor onze neus. De stemming kan niet meer stuk. Er wordt gedanst en gezongen en zelfs het dreigende omweer kan ons niet boeien. We kijken met vrolijke ogen de dikke druppels na die in de stadionlichten worden gevangen. Wat kan ons dat beetje water schelen! Maar dat beetje water wordt een noodweer. Het komt in bakken uit de hemel, het begint te onweren en te stormen. Onze schminck loopt uit en het water loopt in ons nek. Er valt zoveel water, dat het doel aan de overzijde nog nauwelijks te zien is. Dan gebeurt het onvoorstelbare. Uit het niets scoort Peru in de laatste minuut 1-1. Mijn bril is dan zo bewaterd dat ik niets meer zie, maar Daan ziet precies wat er gebeurt: Romero redt tot twee keer toe knap, maar als bij toeval verdwijnt de derde inzet alsnog over de doellijn. Verbijsterde gezichten om ons heen, er wordt op zachte toon met elkaar gesproken. ‘Dit kan niet waar zijn!’ ‘We liggen er uit!'

San Palermo
Er valt niets meer te vieren en we druipen gedesillusioneerd af... En dan! Diep in de extra speeltijd - terwijl we de tribune afdalen richting de uitgang: een splijtende demarage op rechts, een trekbal op Messi die vanaf de rand van het strafschopgebied verlengt naar de tweede paal, waar uit het niets volksheld Palermo opduikt en scoort. In een zee van regen explodeert het stadion: “We zijn gered.” Zelfs Fleur staat te gillen en te dansen! Vamos Vamos Argentina! San Palermo! Palermo Oho Palermo Ohoho-ho! Bondscoach Maradonna (Dikke Donna volgens Daan) maakt een buikschuiver over het doorweekte veld. De avond kan niet meer stuk. Wat een apotheose! Op de terugweg soppen we in onze schoenen en kleeft onze broek aan onze benen, maar dat hindert niet. We zijn bij een historische wedstrijd geweest, waar zelfs de kranten in Nederland de volgende dag vol van staan!

Kevin de voetbalgekke Kiwi
Twee dagen later raken we in ons backpackershostel in gesprek met Kevin, een voetbalgekke Nieuwzeelandse postbode. Hij vertelt ons dat hij sinds een aantal jaren halfjaarlijks in Buenos Aires woont. Hij is gek van voetbal en bezoekt drie wedstrijden per week. Zijn vliegtickets spaart hij in Nieuw-Zeeland bij elkaar en leeft vervolgens van 10 euro per dag - dan kun je het wel een tijd volhouden. Zelfs de voetbalwedstrijden kosten bij elkaar niet meer dan 10 euro, incl. vervoer. Wat een leven voor een voetbalfan!

Hij vertelt ons dat hij dankzij het voetbal overal in de stad komt, met tal van mensen vriendschap heeft gesloten en het echte leven in Buenos Aires heeft leren kennen. Het eerste jaar in BA deed hij niet veel tussen de wedstrijden door. Daarom ging hij op zoek naar een nuttige tijdsbesteding. Intussen werkt hij al een paar jaar als vrijwilliger voor de kerk om daklozen en armen te helpen en daarnaast bij de plaatselijke voedselbank. We zijn onder de indruk van zijn levensfilosofie en gaan een dag mee naar de voedselbank. We rijden met hem in een lokale trein, wandelen door een voorstad waar geen toerist ooit komt en sorteren met z'n allen goede van rotte appels. Als we terugkeren naar ons hotel weten we ons verrijkt met weer een bijzondere ervaring. We snappen precies waarom Kevin dit leuk vindt.

Wereldstad
Toch heeft BA veel meer te bieden dan voetbal. Het kleurijke Boca, met de geschilderde huizen en de tango op straat, we staan aan het graf van Evita op een begraafplaats die een stad op zich blijkt te zijn, zien de Dwaze Moeders op Plaza do Mayo hun wekelijkse vergeefse rondes lopen, eten decadent op een balkon in Palermo - een van de gezelligste wijken van BA, voeren de zeeleeuwen visjes in de dierentuin, kennen de metro's op ons duimpje en vergapen ons aan de prachtige 19e eeuwse woonhuizen aan de boulevards die zich kunnen meten met het puikje van London en Parijs. Het is duidelijk: dit was ooit een van de rijkste steden van de wereld en nog steeds een van de meest aantrekkelijke steden. Een mooie afsluiting van Latijns-Amerika.

We vliegen zondagnacht van BA naar Kaapstad. Om 10 uur 's avonds vertrekken we en 7 uur later komen we om 9 uur's morgens aan in Kaapstad.