donderdag 10 december 2009

Een andere wereld, een andere tijd

Onze reis heeft ons gebracht naar Drakensbergen, een ruige bergrug in het hart van Zuid-Afrika. Aan de andere kant ligt Lesotho, het koninkrijk hoog in de bergen, en een van de minst ontwikkelde landen van Afrika. We willen hier graag heen, maar de bergpassen zijn alleen met een 4x4 te nemen. En die hebben wij niet... Maar goed, misschien valt er nog wel een oplossing te verzinnen.

Woeste natuur, maar koud
De eerste dagen in Drakensbergen zijn koud en nat. Een dag voor wij aankomen heeft het zelfs gesneeuwd. Maar een week eerder was het nog 36 graden. Het kan verkeren. We zijn blij met ons hutje met open haard. Lekker om je aan te warmen na een verkleumende wandeling. We werken hard aan school, want de tijd die ons resteert wordt steeds korter en we zijn nog niet klaar. We bezoeken bergen met exotische namen als Giants Castle and Champagne Peak. Mooie wandelingen door woeste natuur, ondanks het tegenzittende weer.

De laatste dagen willen we naar het Amphitheater in het noorden. Het Amphitheater is een geweldig bergmassief dat je aan alle kanten omringd als een ... (je raadt het al). Vanuit de backpackers waar we zitten, wordt een tocht met gids georganiseerd naar de top. Daar hebben we uitzicht over half noordelijk Zuid-Afrika én op een van de hoogste watervallen van de wereld. Bijna een kilometer stort hij van de top van de berg naar beneden.

Laatste adem
We beklimmen een slingerend bergpad. Af en toe moeten we over glibberige schuine rotsenvlakken, waarnaast een onaantrekkelijke afgrond gaapt. Na anderhalf uur klimmen en klauteren, wacht ons een laatste uitdaging: 250 meter door een kloof omhoogklauteren tegen neergestorte rotsblokken op. Een ware bezoeking voor ons ongeoefende klauteraars. Om ons heen tal van kleine stroompjes smeltwater, hier en daar nog stukken smeltend sneeuw. Hijgend, piepend en krakend komen de oudjes boven. De kinderen waren ons allang vooruitgesneld. Soms wachten ze ons even vol medeleven op, om vervolgens weer enthousiast verder te klauteren: berggeiten. Als wij eenmaal over de rand heen kruipen, zijn we haast te moe om onze beloning op te eisen: een uitzicht van tientallen (honderden?) kilometers ver en voor ons het Amphitheater in volle glorie. Deemoedig eten we onze lunch - moet ook wel want de klim naar 3200 meter heeft ons enigszins afgemat (eufemisme!).

Als we een uur later op adem zijn, lopen we over het prachtige bergplateau, door sompig veengrond en langs een bergstroompje dat allengs aanzwelt tot een beekje. Het blijkt uit te monden in de '1km' waterval die we net van de overkant gezien hebben. Met wankele benen staan we bij de rand en kijken hoe het water zich bruisend in de afgrond stort. Imponerend, intrigerend en beangstigend tegelijk. Je wilt zo dicht mogelijk bij de rand komen om naar beneden te kijken waar het water heenvalt. Maar bij elke stap in de buurt van de rand schieten de angstscheuten door de benen omhoog naar buik en maag. En dat is nog erger als we de kinderen zonder schroom die kant uit zien dwalen (DAAAN! Kom terug!)Alledaagse angsten zijn meestentijds goed in bedwang te houden, maar er zijn momenten dat basisinstincten het overnemen van nuchter verstand (nee je valt niet zomaar om, nee je zal niet wegglijden, etc). Dan het gewoon: Hierkomen! En luisteren!

Op de terugweg hebben we nog één obstakel te nemen. We moeten afdalen van een ijzeren touwladder, 25 meter de diepte in. De ladder is op zich geen probleem, maar wel het gevoel dat je over een rand moet stappen en niet ziet wat daar onder is. Eén dame in ons gezelschap mag eerst. Met steunen en kreunen gaat ze rillend naar beneden. Hoewel ze vastgebonden is aan een touw sterft ze onderweg duizend doden. Onze kinderen zien het met lede ogen aan. "Je moet gewoon doorgaan." zegt Fleur dapper. En om beurten klauteren de kids zonder mankeren naar beneden - ze vinden het alleen maar leuk! Liefst zouden ze nog een keer, en ze vragen of ze misschien ook zonder veiligheidstouw mogen - want zo'n veiligheidslijn maakt het toch minder spannend. Hoezeer we het hen ook gunnen, we blijven toch nog maar even de overbezorgde ouder...


Terug in de tijd

De volgende dag gaan we naar Lesotho, waar de 'normale' weg meteen over de grens ophoudt. Wel wordt druk gewerkt aan een nieuwe weg. Soms moeten we wachten tot we er langs kunnen. Tientallen mensen vullen gazen kooien met keien, die van hand tot hand aangereikt worden in lange ketens. Voor ons staat een combi - de achterbak volgeladen met spullen die in Zuid-Afrika ingekocht zijn en in Lesotho niet of slecht te krijgen zijn. Bij een van de oponthouden gaat de achterklep open. Wat ik steeds aangezien had voor tassen die tegen het achterraam gepropt zitten, blijkt een omvangrijke vrouw op leeftijd die als een laatste puzzelstuk van een driedimensionale puzzel de overgebleven ruimte vult - voorovergebogen zonder zicht en nauwelijks ruimte om te bewegen.

Net over de grens rijden we een vallei in, lieflijk ingeklemd tussen de bergen. Akkers met mais, een enkele koe, een paar ezels. We parkeren bij een schooltje - de meeste kinderen spelen buiten in zwart-wit schooluniform. Sommigen springen touwtje met een zelfgevlochten touw. Anderen halen water wat ze in gieters op hun hoofd dragen. Anderen liggen gewoon lekker in het gras. Er komt een jongetje aan met iets in zijn handen - een vleermuis! Hij heeft een vleermuis gevangen en gooit hem als een speeltje in de lucht. Het beestje vliegt een paar meter en valt dan op de grond - tot groot vermaak van de kinderen. Ze pakken hem op en gooien 'm een tweede keer in de lucht. Het beestje probeert niet eens meer de vleugels uit te slaan. We hebben foto's gezien van gebraden vleermuis, dus waarschijnlijk is dit een normale gang van zaken hier, maar het komt onwerkelijk over.

Het schoolhoofd spreekt uitstekend Engels en probeert de kinderen zoveel mogelijk toekomst te bieden, niet alleen door scholing, maar ook voorlichting over AIDS en landbouw, want beiden zijn cruciaal voor het voortbestaan. Teveel kennis gaat verloren doordat ouderen vroeg doodgaan. En de medische kennis is beperkt. Dan begint een klas, speciaal bijeengeroepen voor Micky Fleur en Daan. Het is een kaal gebouw, waar oude houten banken in staan en her en der boeken rondslingeren. Des te opvallender: alle kinderen krijgen in het Engels les, al is dat niet de voertaal in Lesotho. Micky, Fleur en Daan zitten in een schoolbankje met kinderen voor en achter zich die zich de hele tijd nieuwsgierig omdraaien. "How old are you? What is your name? Where do you live?" Voor ze er erg in hebben, zijn ze in een levendig gesprek verwikkeld. Er wordt een atlas bijgepakt en ze moeten laten zien waar ze wonen. Als we foto's nemen, willen ze die uiteraard zien - luid gegiechel is het gevolg. Een paar dames willen een portretfoto en staan met ernstig gezicht statig voor het bord. Het is of ik een foto uit begin 1900 zie.

We mogen de lokale medicijnman bezoeken - die van generatie op generatie de kennis heeft overgedragen gekregen van zijn voorouders. Zijn behandelingen bestaan echter vooral uit kruiden, bezweringen en brouwseltjes. Hoewel de bellen op zijn rug er indrukwekkend uitzien, vragen we ons ten zeerste af hoe hij de dorplingen gezond houdt... Geloof doet ook hier blijkbaar wonderen. Verder zien we een boer achter de ploeg met twee onwillige koeien ervoor, vrouwen die met de hand het barre land bewerken (net als in Bolivia) en mannen die in dekens gewikkeld op hun stoere paardjes zitten. Voeg dit beeld samen met de medicijnman en een schoolfoto uit 1900, en we weten dat we vandaag weer even 100 jaar terug in de tijd zijn geweest.

1 opmerking:

  1. Dank je wel voor lieve kaartje.
    In Nederland is mijn wereldreis iets beperkter qua omvang, maar geloof me, ik blijf er aardig zoet mee.
    Ook binnenskamers en -hoofds valt er genoeg te ontdekken.
    Ik hoop dat jullie de laatste weken dubbel genieten op jullie ervaringen van de afgelopen maanden en ik verheug me erop jullie weer te mogen zien in het Hollandse met jullie prachtige verhalen, foto's en ervaringen.

    Heel veel kussen en liefs,
    Ineke

    BeantwoordenVerwijderen