Na precies 37 km stoppen we en kijken om ons heen. We zijn in een heel klein dorpje beland, een paar huizen links, een winkeltje rechts, minibusjes om passagiers op te pikken. "Daar is het winkeltje met het Omo-reklamebord." zegt Marjolein. Daar konden we een routebeschrijving krijgen voor de resterende 50 km. Met een houding van 'nou dat doen we dan maar' loop ik de uitspanning binnen. Een balie achter tralies en daarachter planken met huishoudartikelen. Alsof ik 50 jaar terug in de tijd in een vage amerikaanse film terecht ben gekomen. De jongen achter de balie kijkt me glazig en niet-begrijpend aan als ik naar de routebeschrijving vraag. Een oudere dame komt echter van de andere kant van de winkel en pakt een gekopieerd A4-tje van de balie met een hele ruwe schets. Daar moeten we het maar mee doen.
Meer dan anderhalf uur kronkelen we al hotsebotsend over ongeplaveide wegen vol gaten en kuilen. Af en toe bespeuren we een glimp van een herkenningsteken. Is dit de blauwe school? Hebben we al 20 km afgelegd? Het lijkt een eeuwigheid. Temeer daar we diep in het platteland doordringen, ver van de 'beschaafde' wereld. Hier is geen blanke te vinden. Hier spreken ze amper Engels. Panne met de auto zou hier een interessante verrijkende ervaring worden - zoveel is duidelijk!
Om ons heen ontrolt een prachtig landschap van glooiende heuvels zover het oog rijkt. En overal verspreid op de heuvels liggen ronde aquamarijn groene huisjes met rieten daken. We wanen ons in groot-Teletubbieland. Alleen zien we geen reuze konijnen rondspringen. De rit duurt naar ons gevoel eindeloos lang en de onzekerheid blijft aan ons klagen. Gaan we goed? Regelmatig zien we andere dirtroads naar links en naar rechts vertakken, de eindeloosheid in. En wegwijzers of richtingborden? Waarvoor? Wie hier komt kent de weg en wie de weg niet kent komt hier niet.
Bulungula-store is ons einddoel. Daar zullen we de auto parkeren en met een 4-wheeldrive opgehaald worden. Onverwacht eindigt de weg. We rijden het voor ons liggende pad op. 'Store' is een groot woord voor de schuur die we aantreffen. Het erf ligt vol rotzooi, overal lopen kippen, geiten, koeien. Maar we zien een bordje: Parking R15 per night, waarnaast een paar auto's geparkeerd staan. Dit zal het dan wel zijn. We bellen dat we gearriveerd zijn. De shuttle is iets vertraagd, maar zal ons zo halen. Na een uur wachten arriveert een 4wheeldrive. Ja ze gaan naar Bulungula, nee ze zijn niet de shuttle. We vragen hen om een lift - het begint al aardig donker en koud te worden.
Met z'n vijfen achterin gevouwen, tussen koffers en tassen, wanen we ons in een achtbaan als we naar de lodge rijden. Alle kanten worden we uitgeschud en af en toe hebben we het gevoel dat we zullen omvallen. De chauffeur blijft echter onverstoorbaar, dus wij houden ons voor: geen reden tot paniek. Na een ruim half uur van draaien, keren, slippen en butsen, verschijnen de eerste hutten in het licht van de koplampen.
Onze hut is een traditionele Xhosa-hut. Rond, twee ramen, rieten dak, klei-vloer
De douches zijn waanzinnig fraai gedecoreerd, met de meest prachtige mozaieken. De raketdouches moeten worden gevuld met parafine en een stuk wc-papier dat in de fik wordt gestoken. Er klinkt een luid geloei van heet vuur en de douche is klaar voor gebruik. De wc's kennen een voor en een achter compartiment, voor no. 1 en no. 2. Alles wordt gecomposteerd en hergebruikt. Zo lang er zonlicht is, worden de batterijen opgeladen, zodat er 's avonds wat schaarse spaarlampjes kunnen branden. Alles is prachtig versierd met wrakhout, schelpen en steentjes. De meest prachtige schilderingen sieren de wanden van de wc's. Een korte Xhosa-taalcursus hangt op de wc. Encos - bedankt Molo - hallo tegen 1 persoon, Molweni - hallo tegen een groep personen. We leren het woord Xhosa uitspreken: klak met de tong achter tegen het gehemelte gevolgd door 'hosa'. De Xhosa-taal zit vol klikken en klakken; het is intrigerend exotisch: dit verschilt zo van alle talen die we kennen!
We kanoen met een lokale gids vanaf de riviermonding landinwaards langs mangrovebossen. We lopen tussen de boerenhuisjes door terug naar de lodge. We gaan paardrijden met een gids die bij gebrek aan paard met ons meeholt en loopt. Er zijn maar 4 paarden - Marjolein mag een muilezel berijden, die hier duidelijk geen zin in heeft. Na een paar honderd meter over het strand laat hij zich ineens door de voorbenen zakken en rolt om. Marjolein voelt dit met haar ervaring aankomen en springt er net op tijd af. Ze geeft 'm een rotschop en roept: 'vals kreng!' De muilezel laat zich weer op de been brengen, maar is nog steeds onwillig. De gids maakt van een tak een rijzweepje voor Mar, waarmee ze 'm in het gareel houdt. Toch zint het meneer niet helemaal: als hij een tik op de kont krijgt, slaat hij met twee benen naar achter. Marjolein moet er alleen maar om lachen: "Wat een kreng niet?" We maken een prachtige tocht langs de kust en landinwaards. Het land is hier nog zo ongerept, je waant je haast in de middeleeuwen. Of als Kuifje in Afrika (al is dat minder ethisch verantwoord, voor wie zich dit stripverhaal nog kan herinneren).
We blijven hier 3 heerlijke dagen. Het weer is matig tot slecht, maar de sfeer is geweldig. Als we de 3e dag met onze bagage bij de auto arriveren, blijkt deze niet te willen starten. Accuproblemen? We krijgen 'm niet aan de praat. We gaan weer terug naar Bulungula en bellen met de autoverhuurder. Dat wordt wegslepen en een vervangende auto. Probleem is alleen dat die uit East London moet komen, meer dan 6 uur rijden daar vandaan. Dat lukt vandaag niet meer, dat wordt dus weer een dag extra. De volgende dag blijkt onze vervangende auto vanwege de regen aan het begin van de dirtroad gestrand. Ik moet worden opgehaald bij de lodge en vervolgens brengen we de auto naar een veilige plek om achter te laten. Al met al ben ik de hele dag onderweg, waarvan 5 uur op een butsweg. 's Avonds in bed lig ik in mijn hoofd nog te schudden en de butsen... Kapot ben ik. En oh ja, en passant kom ik er achter dat alle mensen hier het topje van hun linkerpink missen. Vrolijk wordt mij vertelt dat dit taditie is. Het wordt als kind afgehakt... voor 'health'. Niet dat het veel helpt, want op de terugweg zitten we naast een meisje in de achterkabine die overduidelijk Aids heeft - net als circa 30% van de bevolking. Heeft, of nog krijgt in de komende jaren. Wat een verwoesting van een maatschappij en vespilling van mensenlevens...
De kinderen sluiten vriendschap met twee lokale meisjes (blank, Engelstalig), die in een eenvoudige woning op een nabijgelegen heuvel wonen. Ze gaan met hen mee om een nestje jonge katjes te bekijken, leren het kaartspel Rummi, en spelen met hun oma. Bulungula voelt als een heerlijke plek. We vinden het jammer dat we dit niet hebben mogen zien met zonneschijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten