In 1562 deed Jan van Riebeek 96 dagen over om naar de tafelbaai te zeilen om vervolgens Kaapstad te stichten... Wij reisden er anno 2009 in 8 uur van Buenos Aires naar Kaapstad. We komen aan na een zeer korte nacht in een vliegend kippenhok van Malaysia Airlines. Nog nooit zoveel kinderen in een vliegtuig gezien. En nog nooit zoveel kinderen in een vliegtuig gehoord. Wat een korte nacht bijzonder kort maakt. Maar goed, we hadden in Cape Oasis een heerlijk hutje gevonden om onze jet-lag weg te chillen, te acclimatiseren en nieuwe plannen te maken. Want we hebben natuurlijk nog niets voorbereid.
Een ding staat vast: als je in Kaapstad bent, moet je natuurlijk naar De Kaap de Goede Hoop. Onze route brengt ons een prachtige doorsnee van wat de Kaap te bieden heeft: prachtige kronkelweggetjes langs bergen en zee, vissersplaatsjes, natuur en cultuur. We stoppen in Kalkbay om aan de zee te lunchen. Voor het raam van ons bestekje breken de golven van de Indische Oceaan. Vreemd om te bedenken dat aan de andere kant van de kaap de Atlantische Oceaan stroomt. Terwijl we wachten op onze Fish 'n Chips, zitten we in de vensterbank te kijken naar de zee. Er waren walvissen gezien deze ochtend, werd ons verteld. Walvissen zien we niet, wel wavesurfers die een eeuwigheid op hun plankje dobberen tussen zeewier en zeeleeuwen, wachtend op de goede surf. Kalkbay is een van die typische Zuid-afrikaanse namen: mengeling tussen Nederlands en Engels. Het heeft een heerlijke sfeer, beetje toeristische, maar met een volle nasmaak van het voormalige vissersleven.
Mondain genieten
Een half uur later rijden we door Simonstown, nog zo'n parel. We stappen uit om de zilte smaak te proeven. Lopend langs galleries, curiosa- en boekenwinkel, wippen we even een steegje in voor een onverwachte stoelmassage. Een cadeautje voor Mar - lekker even je zelf laten verwennen! De kinderen bukken om de beurt om Mar's gezicht te bekijken dat zichtbaar is door het gat in de stoel. "Ah mamma, je ziet er gek uit!" Om haar niet te veel uit haar ontspanning te halen, beperken ze het daarna vooral tot gluren en gniffelen. Toch is Micky nieuwsgierig genoeg om het ook te laten ondergaan. Weer een ervaring rijker.
Even buiten Simonstown komen we bij de pinguïnkolonie. Wij vinden ze maar verdacht veel lijken op de pinguïns uit Argentinië - maar naar het schijnt komen deze nooit buiten Zuid-Afrika. Vooruit dan maar, ze zijn anders. Maar toch vinden we opvallend veel overeenkomsten tussen Zuid-Amerika en Zuid-Afrika: planten, vogels, zeedieren, maar ook landdieren. Ze lijken op elkaar, maar zijn dan net even anders. Dat hadden we eerlijk gezegd niet verwacht toen we hier naar toe gingen. We hadden echt een andere wereld verwacht, maar de herkenningspunten zijn ons aangenaam.
Lopend naar de auto worden we aangeklampt door lokale neringdoenden, die strategisch opgesteld staan langs de route. Wij laten ons verleiden tot de aankoop van een authentiek kunstwerk met een blik op de tafelberg en een township van beschilderd conservenblik. 'KOENST' zou onze goede vriend Geert-Jan zeggen, maar die term is misschien al te hoogwaardig. Niettemin: de herinneringen die er aan kleven zijn niet in geld uit te drukken.
We zakken verder af naar het zuiden. Baboons! We zien bordjes langs de kant van de weg die waarschuwen voor Baboons (Bobbejanen in het Afrikaans). Vol verwachting stoppen we bij twee parkeerplaatsen waar voor Baboons gewaarschuwd wordt. Naief natuurlijk! Alsof die beesten daar op ons gaan zitten wachten! NOT. Enigszins teleurgesteld vervolgen we onze weg, mentaal voorbereid op de afwezigheid van bavianen.
Een ongeluk - of toch niet...
Dan moeten we na een bocht opeens moeten we stoppen voor auto's die aan beide kanten van de weg staan alsof er een ongeluk op de weg gebeurd is. We zien beesten op de weg liggen, apen. Doodgereden denken we. Maar het zijn er wel veel en overal. Dan zien we dat ze liggen te zonnebaden, chillen en spelen. Ze zitten echt overal! Het is een feest de jonge beestjes te zien spelen - tikkertje, elkaar dingen afpakken, pesten. En dan af en toe een oudere baviaan die chagrijnig een corrigerende sneer of tik uitdeelt.
Als ze naar onze auto toelopen, draaien we snel de raampjes op een kier, gewaarschuwd als we zijn voor hun onverschrokken brutaliteit (ze weten zelfs portieren van auto's open te krijgen). We weten niet waar we moeten kijken, zoveel gebeurt er, er zitten wel 40-50 apen overal. Opeens een bons van achteren, we schrikken en zien apenvingers van boven door de kier van het achterraam tasten - de kinderen deinsen toch geschrokken achteruit, maar al even snel zijn ze weer verdwenen. Na een half uur genieten, foto's en filmpjes maken, fluisteren en wijzen, besluiten we dat het grootste feest voorbij is.
Het mooie van clichés
Het is al laat als we bij het park van Kaap de Goede Hoop komen. Onderweg naar het meest zuidwestelijke puntje van Afrika, zien we onze eerste struisvogels, stukken groter dan de rhea's van Argentinië en Bolivia. We zien vier vrouwtjes de weg oversteken - wegvallend tegen de achtergrond zodra ze de heuvel oplopen. Aan de andere kant ontdekken we een vrouwtje met vier jongen, varierend in grootte. Struisvogels broeden hun eieren navolgend uit, dus de jonkies kennen verschil in leeftijd. Later zullen we nog wel naar een struisvogelfarm gaan, waar je op de eieren kunt staan en op struisvogels kunt zitten. Voorlopig zijn we meer dan tevreden met de aanblik van deze imposante grootsten der vogels.
Bij de Kaap aangekomen genieten we het kleurenpalet dat de ondergaande zon ons voorschotelt. We beklimmen de Kaap, kijken naar de twee stromen die hier bruisend samenkomen, en nemen wat relaxte foto's. 'Hoeveel mensen zullen al achter dat bord van Kaap de Goede Hoop gestaan hebben,' vragen we ons af. Daarna haasten we ons terug. Het is zeker anderhalf uur rijden, en we inmiddels van zoveel kanten gehoord dat je in het donker de concurrentie met de medeweggebruiker niet aan moet willen gaan, dat we enige haast voelen. Het valt echter niet altijd mee om in de wirwar van wegen, onduidelijke richtingborden, wegwerkzaamheden je weg te vinden. En dan moet je ook nog LINKS rijden! Alsof dat een sinekure is.
Fantastische nieuwe wereld
De kinderen merken hier overigens verdomd weinig van. Ze hebben naast alle landen die we bezocht hebben, een geheel nieuw land ontwikkeld: dat van Poemi, Poebi, Doedie, Alex, Nala, Clara en tal van andere puma's (!) die een geheel eigen leven er op nahouden. Ze verzinnen samen een complete soap van eindeloos uitdeiende familieperikelen en avonturen. Ieder nemen ze tenminste 4 alterego's voor hun rekening die beurtelings op de meest onverwachte momenten opduiken, tot grote hilariteit van de andere twee. Die hier overigens met grote vindingrijkheid op reageren. Het gelach en gegil is soms oorverdovend, ondertussen liggen ze ook nog eens beurtelings op elkaar, hangen over de ander heen, liggen op de grond of elders. Op de achterbank spelen zich grootse avonturen af - zoveel is duidelijk.
Net nadat de schemering overgaat in duisternis komen we terug bij onze thuisbasis Cape Oasis. Gastheer en dame Wolfgang en Katja blijken de braai al aan te hebben. We schuiven aan bij kaarslicht - samen met andere gasten en lokale vrienden, drinken een fles roie van Groot Constantia (zijn we ook wezen kijken en proeven), geven onze argentijnse vleesmessen de vuurdoop (als door boter), terwijl de kinderen uitgelaten spelen met Kauai (hun nieuwste viervoetige hartevriend). Morgen weer verder met schoolwerk, nu even genieten van het moment met interessante tafelgenoten, mooie verhalen en lekker eten.
dinsdag 24 november 2009
donderdag 12 november 2009
Vamos Vamos Argentina!
Stel je hebt een zoon die voetbalgek is (hoeveelste staat Heerenveen nu? En AZ? En wie is de beste speler van de wereld, en dat net zolang tot je zegt: nu is het even genoeg). Hij koopt twee voetbalshirts in Brazilië, één in Bolivia, twee in Argentinië en draagt als we naar Argentinië reizen het shirt van het Argentijnse elftal (en niet per ongeluk), veert op bij elk voetbalstadion dat we zien (welke club voetbalt daar? Zijn die goed?), voetbalt twee keer twee uur in Sucre met jongens die twee keer zo oud zijn, en houdt zich moeiteloos staande als verdediger. Kun je dan Zuid-Amerika verlaten zonder een echte voetbalwedstrijd gezien te hebben? Natuurlijk niet!
We willen een wedstrijd van Boca bezoeken, volksclub nummer één in Argentinië, maar ja, die spelen niet als we in Buenos Aires zijn. Het lot is ons echter gunstig gezind. Argentinië speelt thuis tegen Peru voor een laatste kans op kwalificatie voor het WK in Zuid-Afrika. En wij hebben kaartjes! We gaan Messi zien!
De dag voor de wedstrijd komen we aan in Buenos Aires en de volgende ochtend spenderen we aan de voorbereidingen op de wedstrijd. Daan moet een nieuw Argentinië-shirt - zijn shirt is inmiddels twee jaar oud en bijna tot op de draad versleten. Hij koopt een shirt met nummer 10: Messi, de nieuwe voetbalgod. Fleur verheugt zich net zo hard op de wedstrijd, maar is meer van het feestje: ze wil geschminckt in de kleuren van de Argentijnse vlag – en ze trekt Daan’s oude Argentinie-shirt aan. Met blauw-wit gesminckte gezichten, shirts, vlaggen en zelfs Vikinghelmen op gaan we naar het stadion. Voordat we het stadion ingaan, komen we nog een oude bekende tegen: cameraman Juan, die we bij Jan in Brazilië hebben leren kennen. Hij maakt een achtergrond rapportage over de sentimenten rond deze wedstrijd. Het is erop of eronder.
Wrange historie
De wedstrijd wordt gespeeld in het stadion van River Plate, die andere grootheid uit Buenos Aires. Het stadion waar Nederland in ’78 de finale om de wereldtitel verloor… Historische voetbalgrond dus. We zijn al vroeg in het stadion en kunnen alles op ons laten inwerken. “Do you see that goal overthere? On that right goalpost you lost the final.” Onze begeleider haalt de herinnering op aan het schot op de paal van Rensenbrink, in de laatste minuut van de reguliere speeltijd. We hadden kunnen winnen…
Jan (Imbassaí, 1e etappe van de reis) vertelde ons dat op tweehonderd meter afstand van dit stadion tijdens de militaire junta volop gemarteld werd. Tijdens de finale werden de martelingen even gepauzeerd - gevangen en bewakers konden samen de finale op tv zien. De rillingen lopen dan over de rug. Het is navrant te bedenken dat de Dwaze Moeders toen al op Plaza do Mayo schreeuwden om informatie over hun verdwenen kinderen en dat nu dertig jaar later nog doen. We hebben hen hun rondes zien lopen. Oud, grijs, de gelederen ernstig uitgedund, maar nog steeds strijdbaar. Zinloos? Als je weet dat gelijk met ons 2 of 3 cameraploegen opnames maakten, besef je dat het wel degelijk zinvol blijft. En wie weet openen de archieven zich ooit...
Terug naar de wedstrijd
De spelers komen het veld op. Daar is Messi! En Romero van AZ staat in het doel! Het volkslied van Argentinië wordt gespeeld. Uit de luidsprekers klinkt de stem van Mercedes Sosa, net een paar dagen daarvoor overleden. Duizenden kelen begeleiden haar zwanenzang. Kippenvel. En dan de wedstrijd: Argentinië is veel beter, krijgt kansen maar is slordig in de afwerking. We schreeuwen samen met de Argentijnen: Ar-gen-tina Ar-gen-tina. En zingen Vamos Vamos Argentina!
Meteen na rust wordt gescoord door Argentinië - voor onze neus. De stemming kan niet meer stuk. Er wordt gedanst en gezongen en zelfs het dreigende omweer kan ons niet boeien. We kijken met vrolijke ogen de dikke druppels na die in de stadionlichten worden gevangen. Wat kan ons dat beetje water schelen! Maar dat beetje water wordt een noodweer. Het komt in bakken uit de hemel, het begint te onweren en te stormen. Onze schminck loopt uit en het water loopt in ons nek. Er valt zoveel water, dat het doel aan de overzijde nog nauwelijks te zien is. Dan gebeurt het onvoorstelbare. Uit het niets scoort Peru in de laatste minuut 1-1. Mijn bril is dan zo bewaterd dat ik niets meer zie, maar Daan ziet precies wat er gebeurt: Romero redt tot twee keer toe knap, maar als bij toeval verdwijnt de derde inzet alsnog over de doellijn. Verbijsterde gezichten om ons heen, er wordt op zachte toon met elkaar gesproken. ‘Dit kan niet waar zijn!’ ‘We liggen er uit!'
San Palermo
Er valt niets meer te vieren en we druipen gedesillusioneerd af... En dan! Diep in de extra speeltijd - terwijl we de tribune afdalen richting de uitgang: een splijtende demarage op rechts, een trekbal op Messi die vanaf de rand van het strafschopgebied verlengt naar de tweede paal, waar uit het niets volksheld Palermo opduikt en scoort. In een zee van regen explodeert het stadion: “We zijn gered.” Zelfs Fleur staat te gillen en te dansen! Vamos Vamos Argentina! San Palermo! Palermo Oho Palermo Ohoho-ho! Bondscoach Maradonna (Dikke Donna volgens Daan) maakt een buikschuiver over het doorweekte veld. De avond kan niet meer stuk. Wat een apotheose! Op de terugweg soppen we in onze schoenen en kleeft onze broek aan onze benen, maar dat hindert niet. We zijn bij een historische wedstrijd geweest, waar zelfs de kranten in Nederland de volgende dag vol van staan!
Kevin de voetbalgekke Kiwi
Twee dagen later raken we in ons backpackershostel in gesprek met Kevin, een voetbalgekke Nieuwzeelandse postbode. Hij vertelt ons dat hij sinds een aantal jaren halfjaarlijks in Buenos Aires woont. Hij is gek van voetbal en bezoekt drie wedstrijden per week. Zijn vliegtickets spaart hij in Nieuw-Zeeland bij elkaar en leeft vervolgens van 10 euro per dag - dan kun je het wel een tijd volhouden. Zelfs de voetbalwedstrijden kosten bij elkaar niet meer dan 10 euro, incl. vervoer. Wat een leven voor een voetbalfan!
Hij vertelt ons dat hij dankzij het voetbal overal in de stad komt, met tal van mensen vriendschap heeft gesloten en het echte leven in Buenos Aires heeft leren kennen. Het eerste jaar in BA deed hij niet veel tussen de wedstrijden door. Daarom ging hij op zoek naar een nuttige tijdsbesteding. Intussen werkt hij al een paar jaar als vrijwilliger voor de kerk om daklozen en armen te helpen en daarnaast bij de plaatselijke voedselbank. We zijn onder de indruk van zijn levensfilosofie en gaan een dag mee naar de voedselbank. We rijden met hem in een lokale trein, wandelen door een voorstad waar geen toerist ooit komt en sorteren met z'n allen goede van rotte appels. Als we terugkeren naar ons hotel weten we ons verrijkt met weer een bijzondere ervaring. We snappen precies waarom Kevin dit leuk vindt.
Wereldstad
Toch heeft BA veel meer te bieden dan voetbal. Het kleurijke Boca, met de geschilderde huizen en de tango op straat, we staan aan het graf van Evita op een begraafplaats die een stad op zich blijkt te zijn, zien de Dwaze Moeders op Plaza do Mayo hun wekelijkse vergeefse rondes lopen, eten decadent op een balkon in Palermo - een van de gezelligste wijken van BA, voeren de zeeleeuwen visjes in de dierentuin, kennen de metro's op ons duimpje en vergapen ons aan de prachtige 19e eeuwse woonhuizen aan de boulevards die zich kunnen meten met het puikje van London en Parijs. Het is duidelijk: dit was ooit een van de rijkste steden van de wereld en nog steeds een van de meest aantrekkelijke steden. Een mooie afsluiting van Latijns-Amerika.
We vliegen zondagnacht van BA naar Kaapstad. Om 10 uur 's avonds vertrekken we en 7 uur later komen we om 9 uur's morgens aan in Kaapstad.
We willen een wedstrijd van Boca bezoeken, volksclub nummer één in Argentinië, maar ja, die spelen niet als we in Buenos Aires zijn. Het lot is ons echter gunstig gezind. Argentinië speelt thuis tegen Peru voor een laatste kans op kwalificatie voor het WK in Zuid-Afrika. En wij hebben kaartjes! We gaan Messi zien!
De dag voor de wedstrijd komen we aan in Buenos Aires en de volgende ochtend spenderen we aan de voorbereidingen op de wedstrijd. Daan moet een nieuw Argentinië-shirt - zijn shirt is inmiddels twee jaar oud en bijna tot op de draad versleten. Hij koopt een shirt met nummer 10: Messi, de nieuwe voetbalgod. Fleur verheugt zich net zo hard op de wedstrijd, maar is meer van het feestje: ze wil geschminckt in de kleuren van de Argentijnse vlag – en ze trekt Daan’s oude Argentinie-shirt aan. Met blauw-wit gesminckte gezichten, shirts, vlaggen en zelfs Vikinghelmen op gaan we naar het stadion. Voordat we het stadion ingaan, komen we nog een oude bekende tegen: cameraman Juan, die we bij Jan in Brazilië hebben leren kennen. Hij maakt een achtergrond rapportage over de sentimenten rond deze wedstrijd. Het is erop of eronder.
Wrange historie
De wedstrijd wordt gespeeld in het stadion van River Plate, die andere grootheid uit Buenos Aires. Het stadion waar Nederland in ’78 de finale om de wereldtitel verloor… Historische voetbalgrond dus. We zijn al vroeg in het stadion en kunnen alles op ons laten inwerken. “Do you see that goal overthere? On that right goalpost you lost the final.” Onze begeleider haalt de herinnering op aan het schot op de paal van Rensenbrink, in de laatste minuut van de reguliere speeltijd. We hadden kunnen winnen…
Jan (Imbassaí, 1e etappe van de reis) vertelde ons dat op tweehonderd meter afstand van dit stadion tijdens de militaire junta volop gemarteld werd. Tijdens de finale werden de martelingen even gepauzeerd - gevangen en bewakers konden samen de finale op tv zien. De rillingen lopen dan over de rug. Het is navrant te bedenken dat de Dwaze Moeders toen al op Plaza do Mayo schreeuwden om informatie over hun verdwenen kinderen en dat nu dertig jaar later nog doen. We hebben hen hun rondes zien lopen. Oud, grijs, de gelederen ernstig uitgedund, maar nog steeds strijdbaar. Zinloos? Als je weet dat gelijk met ons 2 of 3 cameraploegen opnames maakten, besef je dat het wel degelijk zinvol blijft. En wie weet openen de archieven zich ooit...
Terug naar de wedstrijd
De spelers komen het veld op. Daar is Messi! En Romero van AZ staat in het doel! Het volkslied van Argentinië wordt gespeeld. Uit de luidsprekers klinkt de stem van Mercedes Sosa, net een paar dagen daarvoor overleden. Duizenden kelen begeleiden haar zwanenzang. Kippenvel. En dan de wedstrijd: Argentinië is veel beter, krijgt kansen maar is slordig in de afwerking. We schreeuwen samen met de Argentijnen: Ar-gen-tina Ar-gen-tina. En zingen Vamos Vamos Argentina!
Meteen na rust wordt gescoord door Argentinië - voor onze neus. De stemming kan niet meer stuk. Er wordt gedanst en gezongen en zelfs het dreigende omweer kan ons niet boeien. We kijken met vrolijke ogen de dikke druppels na die in de stadionlichten worden gevangen. Wat kan ons dat beetje water schelen! Maar dat beetje water wordt een noodweer. Het komt in bakken uit de hemel, het begint te onweren en te stormen. Onze schminck loopt uit en het water loopt in ons nek. Er valt zoveel water, dat het doel aan de overzijde nog nauwelijks te zien is. Dan gebeurt het onvoorstelbare. Uit het niets scoort Peru in de laatste minuut 1-1. Mijn bril is dan zo bewaterd dat ik niets meer zie, maar Daan ziet precies wat er gebeurt: Romero redt tot twee keer toe knap, maar als bij toeval verdwijnt de derde inzet alsnog over de doellijn. Verbijsterde gezichten om ons heen, er wordt op zachte toon met elkaar gesproken. ‘Dit kan niet waar zijn!’ ‘We liggen er uit!'
San Palermo
Er valt niets meer te vieren en we druipen gedesillusioneerd af... En dan! Diep in de extra speeltijd - terwijl we de tribune afdalen richting de uitgang: een splijtende demarage op rechts, een trekbal op Messi die vanaf de rand van het strafschopgebied verlengt naar de tweede paal, waar uit het niets volksheld Palermo opduikt en scoort. In een zee van regen explodeert het stadion: “We zijn gered.” Zelfs Fleur staat te gillen en te dansen! Vamos Vamos Argentina! San Palermo! Palermo Oho Palermo Ohoho-ho! Bondscoach Maradonna (Dikke Donna volgens Daan) maakt een buikschuiver over het doorweekte veld. De avond kan niet meer stuk. Wat een apotheose! Op de terugweg soppen we in onze schoenen en kleeft onze broek aan onze benen, maar dat hindert niet. We zijn bij een historische wedstrijd geweest, waar zelfs de kranten in Nederland de volgende dag vol van staan!
Kevin de voetbalgekke Kiwi
Twee dagen later raken we in ons backpackershostel in gesprek met Kevin, een voetbalgekke Nieuwzeelandse postbode. Hij vertelt ons dat hij sinds een aantal jaren halfjaarlijks in Buenos Aires woont. Hij is gek van voetbal en bezoekt drie wedstrijden per week. Zijn vliegtickets spaart hij in Nieuw-Zeeland bij elkaar en leeft vervolgens van 10 euro per dag - dan kun je het wel een tijd volhouden. Zelfs de voetbalwedstrijden kosten bij elkaar niet meer dan 10 euro, incl. vervoer. Wat een leven voor een voetbalfan!
Hij vertelt ons dat hij dankzij het voetbal overal in de stad komt, met tal van mensen vriendschap heeft gesloten en het echte leven in Buenos Aires heeft leren kennen. Het eerste jaar in BA deed hij niet veel tussen de wedstrijden door. Daarom ging hij op zoek naar een nuttige tijdsbesteding. Intussen werkt hij al een paar jaar als vrijwilliger voor de kerk om daklozen en armen te helpen en daarnaast bij de plaatselijke voedselbank. We zijn onder de indruk van zijn levensfilosofie en gaan een dag mee naar de voedselbank. We rijden met hem in een lokale trein, wandelen door een voorstad waar geen toerist ooit komt en sorteren met z'n allen goede van rotte appels. Als we terugkeren naar ons hotel weten we ons verrijkt met weer een bijzondere ervaring. We snappen precies waarom Kevin dit leuk vindt.
Wereldstad
Toch heeft BA veel meer te bieden dan voetbal. Het kleurijke Boca, met de geschilderde huizen en de tango op straat, we staan aan het graf van Evita op een begraafplaats die een stad op zich blijkt te zijn, zien de Dwaze Moeders op Plaza do Mayo hun wekelijkse vergeefse rondes lopen, eten decadent op een balkon in Palermo - een van de gezelligste wijken van BA, voeren de zeeleeuwen visjes in de dierentuin, kennen de metro's op ons duimpje en vergapen ons aan de prachtige 19e eeuwse woonhuizen aan de boulevards die zich kunnen meten met het puikje van London en Parijs. Het is duidelijk: dit was ooit een van de rijkste steden van de wereld en nog steeds een van de meest aantrekkelijke steden. Een mooie afsluiting van Latijns-Amerika.
We vliegen zondagnacht van BA naar Kaapstad. Om 10 uur 's avonds vertrekken we en 7 uur later komen we om 9 uur's morgens aan in Kaapstad.
Labels:
Boca,
boulevards,
Buenos Aires,
Dwaze Moeders,
Evita,
Messi,
Palermo,
schminck,
visjes,
voedselbank,
voetbalwedstrijd
zondag 8 november 2009
Hartveroverend! Over walvissen & andere dieren
“Eenwalviseenwalvis! Kijk daar! Een walvis!” Een fontein water spuit omhoog als de gepokte kop van een Southern Right Whale opduikt, zijn lange lijf door het wateroppervlak laat glijden en ter afsluiting zijn imposante staart boven water tilt. In stille bewondering en met bonkend hart zien we het voor onze neuzen gebeuren. Hier hebben we drie dagen op gewacht! De afgelopen dagen waaide het te hard om uit te varen. Nu is het eindelijk zover, een uur voor zonsondergang varen we uit me een kleine maar snelle boot. En we worden verwend! We zullen vanavond meer dan tien walvissen zien, moeders met kalven, staarten, sprongen en zelfs een albino walvis. We zitten op een kleine snelle boot op het water. De zon zakt langzaam richting horizon en zet alles in een prachtige oranje gloed.
We volgen al enige tijd een walvis die rustig ligt te foerageren. Ik ontdek aan de andere kant van de baai een paar flipper die al een flinke tijd in de lucht steken. Een bizar gezicht, want die dingen zitten meestal onder water. Ik vraag de schipper in mijn beste Spaans naar het waarom. En meteen varen we er op volle kracht naartoe. Dichtbij gekomen blijkt het een moeder met kalf te zijn. De moeder ligt op haar rug en laat haar kalf over haar buik spartelen en spelen. Onderwijl drinkt het kalf ook bij de moeder, wat in deze positie makkelijker gaat voor het kalf. Na 10 minuten draait de moeder zich om en haalt weer adem. Ze duiken samen onder, maar geregeld duiken ze voor onze neus op. Opeens komen ze een heel eind uit het water. Ze bewegen hun pokdalige gezichten langzaam naar elkaar en komen hoog uit het water en lijken elkaar bijkans te willen kussen. Hartverwarmende, ontroerende en onuitwisbare indrukken. Ik weet: stuk voor stuk superlatieven, maar soms zijn zelfs díe niet toereikend om de werkelijkheid te vangen.
Maar als de zon onder is (zo’n vlammende zonsondergang), begint de kou zich te nestelen onder onze hemden, t-shirts, fleecen en zwemvesten. Zelfs de aanblik van een uiterst zeldzame albino walvis kan ons dan niet meer verwarmen. Of zoals Fleur het treffend zegt: “Op een gegeven moment ben je het wel zat.” Verkleumd maar voldaan gaan we terug naar het vastland. En dankbaar breng ik de geleende camera terug naar de eigenaar van de walvistour. (Precies op deze dag begeeft mijn Eos het!! Stof in het sluitermechanisme). Maar deze onbaatzuchtige dame leent mij haar eigen Eos en laat mij mijn honderd-en-een plaatjes schieten.
Toch zijn het niet de walvissen die de meest onuitwisbare herinneringen aan Peninsula Valdés achter zullen laten. Die rol is weggelegd voor een op het eerste gezicht onooglijk wezen: een gordeldier.
Onverwacht bezoek
Op onze walvisloze dagen bezoeken wij de uithoeken van Peninsula Valdés, een onherbergzaam schiereiland in het noorden van Patagonië. Vandaag is Pointe Norte aan de beurt waar naar het schijnt vorige week orca’s zijn gespot. Na een tocht van bijna twee uur draaien we de parkeerplaats op waar wij meteen kennismaken met ‘Fred’. Jullie kennen Fred niet - nog niet. Maar daar gaat verandering in komen. Want Fred gaat een filmster worden. Let op onze woorden. Zijn filmpje op YouTube wordt een hit! Maar wie is Fred eigenlijk? Fred is een gordeldier. En niet zomaar een gordeldier – een heel charmant gordeldier.
Onze Fred komt op ons aangedribbeld terwijl onze motor nog draait. Het is pas ’t derde gordeldier dat we tijdens onze reis zien, dus wij zitten ademloos te kijken hoe hij de parkeerplaats oversteekt, recht op de auto afloopt en er onder verdwijnt. Vlug de deuren open en niet uitstappen. Eerst kijken waar hij is. Tot onze verbijstering blijft hij heen en weer drentelen onder de auto. Maar na 5 minuten is bij ons de spanning er een beetje af en krijgen aardsere zaken de voorkeur: eten. De achterklep van de auto open en er wordt stokbrood gedeeld. En waar gedeeld wordt, valt wel eens te halen. Zo ook voor een gordeldier. Tot onze verbazing is hij er als de kippen bij om zijn legitieme portie kruimels op te pikken.
Iedereen heeft recht op een snackje
We weten dat het niet goed is wilde dieren te voeren, maar ja. Onze Micky heeft zo’n groot hart voor dieren – daar kan wijze raad en logica niet altijd tegenop. Het door haar aangeboden stukje stokbrood wordt in dankbaarheid aanvaard door ons gordeldier. En ook het volgende… en het volgende. Al etend en lopend laten Micky en Fleur een spoor van kruimels na. En het gordeldier loopt tientallen meters met ons op de duinen in. (Waar we overigens zijn om zee-olifanten en zeeleeuwen te bekijken. Of beter: we hopen er getuige van te zijn dat ze opgegeten worden door hongerigs orca’s, die hier zo nu een dan het strand opduiken om een zeeleeuw te verorberen. ‘Zielig’ zou een normaal mens zeggen. Maar Daan heeft een andere kijk op het dierenleven ontwikkeld. “Een orca heeft ook recht op een snackje!” Een snackje van 400 kilo dan wel te verstaan. Je moet maar trek hebben…)
Na een half uur zee-olifanten bewonderen zonder een orca-rugvin gespot te hebben lopen we terug richting auto. Waar we opgewacht worden door onze armadillo (=spaans voor gordeldier). Het gordeldier en de kinderen zijn onmiddellijk dikke vrinden. En nu we de deur toch bij elkaar platlopen, is een naam wellicht op z’n plaats . ‘Hoe heet ie eigenlijk?’ vraag ik de kinderen. En zonder nadenken zegt Micky: ‘Fred.’ En die naam past hem als een jas. Het is meteen Fred voor en Fred na.
Fred is onze ster
Fred laat ons een kwartiertje delen in het leven van een gordeldier. En verbazingwekkend wat er dan met je gebeurt. Een op het oog onaantrekkelijk beest verandert in tien minuten in een troeteldier dat je haast zou meenemen. Fred kan bij ons niet meer stuk. Hij laat zich niet alleen bewonderen en voeren, maar ook op de rug krabbelen. Al is hij hier duidelijk niet aan gewend. Hij maakt schrikachtige danspasjes en draait links en rechts om zijn as. Vermoedelijk om te zien wat er op hem gevallen is, trapt hij woest zand en grind om zich heen. En we zijn er getuige van dat hij verschillende vogels furieus wegjaagt als die komen buurten om een kruimeltje mee te pikken.
Fred is zo tam en nieuwsgierig, dat hij zich van dichtbij laat bekijken en close-up laat filmen. A star is born. We verdenken hem er stiekem van dat hij zich laaft aan al die aandacht. We kunnen hem zelfs zo goed bestuderen dat de kinderen achter iets anders komen. “Fred heeft tieten!” roept Fleur uit - tot grote hilariteit van de anderen. Fred blijkt een jongedame, wellicht zelfs met jongen. En daarom niet wars van een partje appel, dat onmiddellijk naar zijn hol wordt meegenomen. Een hol overigens met uitzicht op zee en… parkeerplaats. Een tripple-A locatie voor gordeldieren zeg maar.
Met spijt rijden we na een half uur weg van de parkeerplaats, met drie hoofden die over de hoedenplank door het achterruit staren om een laatste mogelijke glimp van Fred op te vangen.
We volgen al enige tijd een walvis die rustig ligt te foerageren. Ik ontdek aan de andere kant van de baai een paar flipper die al een flinke tijd in de lucht steken. Een bizar gezicht, want die dingen zitten meestal onder water. Ik vraag de schipper in mijn beste Spaans naar het waarom. En meteen varen we er op volle kracht naartoe. Dichtbij gekomen blijkt het een moeder met kalf te zijn. De moeder ligt op haar rug en laat haar kalf over haar buik spartelen en spelen. Onderwijl drinkt het kalf ook bij de moeder, wat in deze positie makkelijker gaat voor het kalf. Na 10 minuten draait de moeder zich om en haalt weer adem. Ze duiken samen onder, maar geregeld duiken ze voor onze neus op. Opeens komen ze een heel eind uit het water. Ze bewegen hun pokdalige gezichten langzaam naar elkaar en komen hoog uit het water en lijken elkaar bijkans te willen kussen. Hartverwarmende, ontroerende en onuitwisbare indrukken. Ik weet: stuk voor stuk superlatieven, maar soms zijn zelfs díe niet toereikend om de werkelijkheid te vangen.
Maar als de zon onder is (zo’n vlammende zonsondergang), begint de kou zich te nestelen onder onze hemden, t-shirts, fleecen en zwemvesten. Zelfs de aanblik van een uiterst zeldzame albino walvis kan ons dan niet meer verwarmen. Of zoals Fleur het treffend zegt: “Op een gegeven moment ben je het wel zat.” Verkleumd maar voldaan gaan we terug naar het vastland. En dankbaar breng ik de geleende camera terug naar de eigenaar van de walvistour. (Precies op deze dag begeeft mijn Eos het!! Stof in het sluitermechanisme). Maar deze onbaatzuchtige dame leent mij haar eigen Eos en laat mij mijn honderd-en-een plaatjes schieten.
Toch zijn het niet de walvissen die de meest onuitwisbare herinneringen aan Peninsula Valdés achter zullen laten. Die rol is weggelegd voor een op het eerste gezicht onooglijk wezen: een gordeldier.
Onverwacht bezoek
Op onze walvisloze dagen bezoeken wij de uithoeken van Peninsula Valdés, een onherbergzaam schiereiland in het noorden van Patagonië. Vandaag is Pointe Norte aan de beurt waar naar het schijnt vorige week orca’s zijn gespot. Na een tocht van bijna twee uur draaien we de parkeerplaats op waar wij meteen kennismaken met ‘Fred’. Jullie kennen Fred niet - nog niet. Maar daar gaat verandering in komen. Want Fred gaat een filmster worden. Let op onze woorden. Zijn filmpje op YouTube wordt een hit! Maar wie is Fred eigenlijk? Fred is een gordeldier. En niet zomaar een gordeldier – een heel charmant gordeldier.
Onze Fred komt op ons aangedribbeld terwijl onze motor nog draait. Het is pas ’t derde gordeldier dat we tijdens onze reis zien, dus wij zitten ademloos te kijken hoe hij de parkeerplaats oversteekt, recht op de auto afloopt en er onder verdwijnt. Vlug de deuren open en niet uitstappen. Eerst kijken waar hij is. Tot onze verbijstering blijft hij heen en weer drentelen onder de auto. Maar na 5 minuten is bij ons de spanning er een beetje af en krijgen aardsere zaken de voorkeur: eten. De achterklep van de auto open en er wordt stokbrood gedeeld. En waar gedeeld wordt, valt wel eens te halen. Zo ook voor een gordeldier. Tot onze verbazing is hij er als de kippen bij om zijn legitieme portie kruimels op te pikken.
Iedereen heeft recht op een snackje
We weten dat het niet goed is wilde dieren te voeren, maar ja. Onze Micky heeft zo’n groot hart voor dieren – daar kan wijze raad en logica niet altijd tegenop. Het door haar aangeboden stukje stokbrood wordt in dankbaarheid aanvaard door ons gordeldier. En ook het volgende… en het volgende. Al etend en lopend laten Micky en Fleur een spoor van kruimels na. En het gordeldier loopt tientallen meters met ons op de duinen in. (Waar we overigens zijn om zee-olifanten en zeeleeuwen te bekijken. Of beter: we hopen er getuige van te zijn dat ze opgegeten worden door hongerigs orca’s, die hier zo nu een dan het strand opduiken om een zeeleeuw te verorberen. ‘Zielig’ zou een normaal mens zeggen. Maar Daan heeft een andere kijk op het dierenleven ontwikkeld. “Een orca heeft ook recht op een snackje!” Een snackje van 400 kilo dan wel te verstaan. Je moet maar trek hebben…)
Na een half uur zee-olifanten bewonderen zonder een orca-rugvin gespot te hebben lopen we terug richting auto. Waar we opgewacht worden door onze armadillo (=spaans voor gordeldier). Het gordeldier en de kinderen zijn onmiddellijk dikke vrinden. En nu we de deur toch bij elkaar platlopen, is een naam wellicht op z’n plaats . ‘Hoe heet ie eigenlijk?’ vraag ik de kinderen. En zonder nadenken zegt Micky: ‘Fred.’ En die naam past hem als een jas. Het is meteen Fred voor en Fred na.
Fred is onze ster
Fred laat ons een kwartiertje delen in het leven van een gordeldier. En verbazingwekkend wat er dan met je gebeurt. Een op het oog onaantrekkelijk beest verandert in tien minuten in een troeteldier dat je haast zou meenemen. Fred kan bij ons niet meer stuk. Hij laat zich niet alleen bewonderen en voeren, maar ook op de rug krabbelen. Al is hij hier duidelijk niet aan gewend. Hij maakt schrikachtige danspasjes en draait links en rechts om zijn as. Vermoedelijk om te zien wat er op hem gevallen is, trapt hij woest zand en grind om zich heen. En we zijn er getuige van dat hij verschillende vogels furieus wegjaagt als die komen buurten om een kruimeltje mee te pikken.
Fred is zo tam en nieuwsgierig, dat hij zich van dichtbij laat bekijken en close-up laat filmen. A star is born. We verdenken hem er stiekem van dat hij zich laaft aan al die aandacht. We kunnen hem zelfs zo goed bestuderen dat de kinderen achter iets anders komen. “Fred heeft tieten!” roept Fleur uit - tot grote hilariteit van de anderen. Fred blijkt een jongedame, wellicht zelfs met jongen. En daarom niet wars van een partje appel, dat onmiddellijk naar zijn hol wordt meegenomen. Een hol overigens met uitzicht op zee en… parkeerplaats. Een tripple-A locatie voor gordeldieren zeg maar.
Met spijt rijden we na een half uur weg van de parkeerplaats, met drie hoofden die over de hoedenplank door het achterruit staren om een laatste mogelijke glimp van Fred op te vangen.
Labels:
fred,
gordeldieren,
patagonië,
peninsula valdes,
right southern whale,
walvis,
zee-olifant,
zeeleeuw
Abonneren op:
Posts (Atom)