maandag 31 augustus 2009

Hier werd de zon geboren

De Copacabana - dan denk je aan brandende zon, woelige branding, mooie vrouwen in niets verhullende bikini's, kortom het wereldberoemde strand in Rio. Wij zitten nu in Copacabana aan het strand. De vrouwen dragen hier zes rokken over elkaar, truien en vesten (en niets doet vermoeden wat zich daar onder bevindt) en de temperatuur daalt tot onder het vriespunt. Ons Copacabana wordt niet bezongen door Barry Manilow, ons Copacabana ligt op 4 km hoogte aan de rand van het Titicaca meer.

Het is er overigens niet minder prachtig om. En de vrouwen zijn niet minder kleurrijk - wel duidelijke anders. Ze zitten op elke straathoek met hun koopwaar: groente, fruit, soms nog sprartelende vis. Hun gezichten en handen zijn gelooid door de barre omstandigheden van het leven in de buitenlucht. In alle vroegte komen ze aan, hun koopwaar op de rug meetorsend in kleurige doeken. Soms zitten ze verscholen in een zijstraat, weggedoken in de schaduw, duttend onder een doek, wachtend op een spaarzame klant. Anderen bevolken kleine winkeltjes waarvan de koopwaar de straat oppuilt. Copa is in vele opzichten een kleurrijk stadje.

Toeristen als wij zijn
Wij blijven echter niet lang. De volgende dag steken we van Copa over naar Isla del Sol. Naast ons in de punt van de boot zitten een jonge moeder met een prachtige baby en dochtertje, allen in lokale dracht, dus veel kleding, die zo te ruiken niet veel uitgaat. De baby kijkt met lichtloensende diepbruine ogen van onder een Boliviaanse muts vandaan. Opgedroogde snotpegels plakken op de bolle wangen. Moeder pakt haar schort en veegt zo goed en zo kwaad haar dochter schoon. Of zoon. we kunnen het niet zeggen, maar zijn allemaal uiterst vertederd. Het eerste voorproefje van Isla del Sol, want daar zijn ook zij naar onderweg.

De boot legt aan bij een provisorische pier. Waar moeten we heen, we hebben alleen een naam van het hostel, hebben geen idee waar het ligt en of er nog plaats is? Maar zoals altijd worden we aangeklampt door een lokale commerciant, die het hostel uiteraard kent. Hij voert ons mee naar een oude stenen trap die tegen de berg opkruipt. "Tweehonderdvijftig treden." zegt hij ter geruststelling. En als we boven zijn: "het zwaarste heb je nu gehad" om vervolgens nog tien minuten door te klimmen, met ons steeds zwaarder hijgend op steeds grotere afstand achter zich aan. Ik denk dat we al met al wel tweehonderd meter gestegen zijn. Zeg maar naar boven lopen in een flatgebouw van tachtig verdiepingen, maar dan zonder fatsoenlijke trap... Mogen we dan buiten adem zijn als we boven komen!? Je zal het maar elke dag moeten doen! Het uitzicht bij ons eenvoudige hostel doet ons de inspanning snel vergeten.

De volgende dag wordt ons duidelijk dat er vele mensen zijn die dit elke dag doen. Er zijn geen vervoersmiddelen op dit eiland, anders dan de benenwagen. De honderden ezels op dit eiland dienen als transportmiddel en worden langs nauwe steile weggetjes gejaagd door mannen en vrouwen die nog zwaarder bepakt lijken te zijn dan de ezels die ze voortjagen. We komen ook veel lama's tegen - voor het eerst, maar die lijken geen duidelijk doel te dienen. We zien ze in ieder geval niet met bagage. Wel met kleine kinderen die onmiddellijk de hand ophouden als je een foto neemt. Dus toch een doel. We voelen ons onmiddellijk de toerist die we natuurlijk ook zijn.

De Inca's achterna
Iedereen loopt hier - dus wij ook. We laten ons per boot naar het noorden van het eiland brengen. Op zich al een avontuur, want in het zicht van de haven staakt de motor. Een kwartier lang drijven we stuurloos rond. Marjolein vertelde even eerder dat vissers die hier overboord slaan niet gered worden. Dat wordt beschouwd als een offer aan de goden. We zien onze geest al dwalen, terwijl de schipper zijn motor vakkundig sloopt. We horen onderdelen vallen en vragen ons af hoe dit nog goed kan komen. Op enig moment besluit de schipper dat de motor het resterende deel aankan. Na enkele tientallen vergeefse rukken aan de startkabel, belieft het de motor zowaar aan te slaan. We slaken een zucht van verlichting.

Na de lunch zullen we teruglopen naar de zuidkant van het eiland. Een tocht van drie uur over de rug van het eiland. Er is maar een weg, het kan niet missen. Even buiten het dorp is een tweesprong en dan moet je naar links. Een uur later en zonder tweesprong komen we bij de Inca-ruïnes op de uiterste noordpunt van het eiland. Hier is de zon geboren uit de rode rotsen, dit was een van de grootste heiligdommen in het Inca-rijk. Maar hiervandaan kost het ook meer dan vier uur om terug te komen, weten we. Tegen beter weten in beginnen we nog even aan het pad terug naar het zuiden. Lopend over het historische Inca-plaveisel wanen wij ons in een andere tijd. Tot de kinderen beginnen te protesteren. Het heden dringt zich onbarmhartig aan ons op. Dit is gekkenwerk - we moeten terug. Nog even laven wij ons aan deze historische plaats en keren dan op onze schreden terug.

Noorderlicht
Er zijn zo van die onwrikbare waarheden in een mens zijn leven. Je kunt bijvoorbeeld altijd zien aan een boom waar het noorden is. Dat is de kant waar mos groeit, omdat de zon daar nooit komt. "Waarom komt de zon nooit in het noorden?" vraagt Micky. "Dat komt..." begin ik - door mijn hoofd flitsen keerkringen en zonnewendes en plotseling daagt het besef. Mijn wereld staat even stil. "Micky!" zeg ik, "maar je hebt gelijk! Hier komt de zon nooit in het zuiden! Alles is hier anders!" Als de zon hier op zijn hoogste punt staat, is dat het noorden! Mijn hele leven heb ik de zon om 12 uur in het zuiden als een onwrikbare wetmatigheid beschouwd, maar dat wordt in een klap terzijde geschoven. Ik leg haar uit hoe het werkt met de zon - en realiseer me dat ik zes weken met een verwrongen wereldbeeld heb geleefd. Zelfs in Brazilie heb ik mij nog op de zon georienteerd bij het kaartlezen. En ik snapte niets van de kaart: wij reden volgens de zon naar het noorden en volgens de kaart moesten we naar het zuiden rijden.

Deze reis leert in ieder geval dat je soms de meest grote wetmatigheden in het leven moet loslaten om de juiste weg te vinden. Wat een diepe gedachten... Als dat maar goed gaat.

vrijdag 28 augustus 2009

La Paz - pas op de plaats

Iedereen is ziek of wordt ziek in La Paz. Of het nu hoogteziekte is, vermoeidheid of verkeerd eten, we weten het niet. De een heeft knetterende hoofdpijn, de ander is misselijk de volgende geeft over en heeft een fikse koorts. Verder heerst er een algeheel gevoel van malaise, waar vooral Micky en Mar last van hebben.

Dat wordt nog versterkt doordat we door alle zieken vast zitten in ons hostel, Arthy's Guesthouse, door velen omschreven als het beste guesthouse van Bolivia en misschien wel van Zuid-Amerika. Maar wij zijn te miserabel om het op waarde te schatten, laat staan de omgeving eens goed te verkennen. We horen alleen de vele bussen en taxi's langs ons heen razen, of onder ons raam stilstaan. Constant getoeter van ongeduldige chauffeurs, geschreeuw van de cominado's, een verzameling minibusjes die luidruchtig door elkaar heen het hele routeschema afroepen in de hoop dat er nog iemand extra instapt - meestal vergeefs.

En door alles heen ruiken we de dieseldampen. Twee minuten hier op straat en je realiseert je dat we in Nederland vooral bezig zijn ons eigen geweten te sussen. Wil je werkelijk iets aan het milieu doen, moet je hierheen (liefst op de fiets natuurlijk).

De hoogte eist zijn tol
La Paz begint voor onze deur - een onuitnodigend rolluik - en langs tal van kleine straatjes tegen de bergen om ons heen opkruipt. Het is adembenemend te zien hoe de opkomende zon alle schots en scheef gestapelde huisjes beschijnt. Het is adembenemend te zien hoe 's avonds de lichtjes over de berg gedrapeerd zijn. Maar op deze hoogte is alles adembenemend. Na tien stappen lopen hijgen we alsof we een marathon gelopen hebben en protesteren longen en spieren: NIET VERDER!

Toch maken we af en toe een rondje door deze waanzinnige stad. Het is een totaal andere wereld. Op elke vierkante meter straat zit wel iemand die vrijwel hetzelfde probeert te verkopen als zijn buurvrouw. En 's avonds gaat er een doek overheen en een touw. Eric is steevast vroeg wakker en is meestal voor zeven uur de straat op. Voelen hoe de stad ontwaakt. De vrouwen komen met hun winkelnering in kleurige doeken op de rug aan en stallen alles uit. Mannen pakken hun kraam uit en gaan verder waar ze de vorige dag gebleven zijn. De stad is een grote bonte uitdragerij en wij willen hier weg, weg uit de gekte, de drukte, weg uit de stank.

Voorlopig gaat dat niet. Niet met de verzameling ziek, zwak en misselijk die we hebben opgebouwd. We hebben overigens wel tijd schoolwerk in te halen. Tenminste, met de niet-zieken. En een voordeel van Arthy's Guesthouse: er is volop internet en we kunnen films huren. Dan hebben de kinderen tenminste nog enige afleiding nu we aan huis gekluisterd zijn. Nadeel: de kinderen hebben tijd om over van alles na te denken en krijgen last van heimwee. Naar de beestjes, naar de tuin, opa en oma, vriendjes. Dit wordt nog versterkt omdat we hen allemaal met een vriendje of vriendinnetje laten Skypen. Thuis wordt opeens weer heel tastbaar. "Mam, waarom wil jij nu zo graag reizen?" vraagt Micky. Tja, soms vraag ik mij dat ook af. Waarom sleep ik de hele familie mee naar oorden waar het vies is en koud? We houden ons groot bij de gedachte dat ook deze ervaring louterend is. Zei Jan in Imbassaí niet tegen ons dat je de Amazone pas echt leerde kennen als je er geleden had? Dit is waarschijnlijk net zo iets. Hopen we...

De accu is weer vol
We voeden onze accu door de aanbevelingen van andere reizigers te lezen die in de boeken bij ons guesthouse staan. We spreken met vele medereizigers. We hebben tijd om ons te verdiepen in de rijkdom die Bolivia te bieden heeft. Gretig schrijven we alle aanbevolen hostels en restaurants over van de plaatsen die we mogelijk nog gaan aandoen.

En na bijna een week pas op de plaats kunnen we eindelijk vertrekken. Op naar Lake Titicaca, Copacabana en Isla del Sol. We laten de meeste bagage achter en reizen licht. Zodra we in de bus stappen, borrelt het reisgevoel op. Door de ramen van de bus zien we La Paz langzaam uiteenvallen en plaatsmaken voor onherbergzaam en leeg hooglandschap. Toch zijn vrijwel overal sporen van landbouw en zien we regelmatig mensen met de hand het land bewerken. We zien de eerste lama's en zien bevroren plassen tussen de velden. Het is hier koud. IJzig koud en leeg, er zijn vrijwel geen bomen.

Uitzicht op beter
We zien het Titicacameer met daarachter de besneeuwde bergen. Voor we het eiland van Copacabana kunnen bereiken, moeten we het water over. De bus wordt zonder passagiers op een grote houten vlet overgezet. Wij gaan er in een klein bootje achteraan. Na een paspoortcontrole mogen we verder en slingerend door de bergen komen we steeds dichter bij Copacabana. We worden losgelaten aan de rand van een klein stadje aan de oever van het grootste meer van Zuid-Amerika.

Bij een onooglijk strandtentje eten we eerst vier verrukkellijke verse forellen. De eerste kennismaking is perfect. Zelfs Daan smult - als niet viseter. Met volle buik gaan we op zoek naar een onderkomen. We hebben onze zinnen gezet op Hotel Cupula, het best aanbevolen hostel. Daar aangekomen blijkt er geen kamer vrij te zijn - er zijn echter wel zeven reserveringen. Ze vertellen ons echter dat de ervaring hen heeft geleerd dat wanneer deze niet voor een uur zijn gekomen, ze helemaal niet meer komen. Er is nog anderhalf uur te gaan. We houden hoop. In afwachting van het salomonsoordeel lopen we de alternatieven van het dorp af. Geen kan zich meten met onze eerste keus. Hijgend en met kloppend hart keren we om half twee weer. We hebben geluk! Er is plaats voor ons. En wat voor een! We krijgen twee kamers met eenn keukentje, een eigen opgang en een speeltuintje. Terwijl de kinderen zich in de tuin verliezen in hun fantasiewereld, kijjken wij uit over Lake Titicaca en Copacabana. En we weten weer: dit is waarom we reizen!

dinsdag 25 augustus 2009

Ik vind het nu al leuk!

Het is aardedonker - slechts een halfvolle maan en alle sterren van de goed zichtbare melkweg om ons te verlichten. Geen kunstlicht om de hemel vuilgeel te versmoezelen. We zitten klaar in de achterbak van een pick-up truck. Dekentje op schoot tegen de snel optrekkende kou. Voor ons staat een local met een schijnwerper in de hand.

"Ik vind het nu al leuk!" verkneukeld Marjolein zich zodra we 20 meter gereden hebben en de schijnwerper over het meer zwaait. Honderden rode lichtjes schijnen terug - het lijkt wel Kerstmis! Maar dat is het niet! Honderden Jacaré - de lokale variant van de kroko- liggen hier te wachten op wat komen gaat. Wist je dat de weerschijn van de ogen bij ieder dier van kleur verschilt? Ik was het even vergeten tot ik die bloedrode ogen zag. Ik vind het nu al leuk - die houden we er in.

Uit evenwicht
Onze truck slaat een onooglijk landweggetje in, terwijl wij op onze houten bankjes butsen. De schijnwerper flitst over de struiken en boschages aan beide zijden van de weg. Plots slaat hij op het dak van de cabine. Twee zachte klopjes en de auto komt onmiddelijk tot stilstand. De gids heeft akelig scherpe ogen, want hij ziet dingen die wij niet zien. Pas na een paar seconden zien we een paar ogen en oren tussen het hoge gras. Een steppewolf staart ons aan.

Wij staan op de banken om het goed te zien. Enige minuten kijken we naar kleine bewegingen in het gras. De schijnwerper flitst heen en weer om het dier uit zijn tent te lokken. Even later zien we hem sluipen door het gras. De gids vindt het blijkbaar goed geweest en geeft weer twee klopjes op het dak. De truck komt voor ons zonder waarschuwing in beweging en met een ´woow´ duikelen we bijna massaal uit de achterbak. Weer wat geleerd. Twee avondtochten doen we en die leveren veel prachtige dieren op, waaronder een ocelot die enige tijd naast de wagen voortloopt. Wat een machtig mooi dier! Het vergoedt een beetje voor het feit dat we geen jaguar te zien krijgen, waar we natuurlijk op hadden gehoopt. Maar de natuur laat zich niet dwingen...

Poolen tussen de krokodillen
Fazenda Arara Azul is voor ons het hoogtepunt. Het ligt in de middle of nowhere tussen enkele opdrogende meren met honderden jacaré - het is het droge seizoen en hier komen ze als vanzelf bijeen. Maar vooral de verschillende soorten papagaaien zijn overdonderend. Arara Azul betekent niet voor niets blauwe ara. ´s Morgens worden we gewekt door het gekrijs van een tiental blauwe ara´s. Zij en andere papagaaien komen regelmatig langs om te snoepen van de vele fruitbomen die om de fazenda staan.

De kinderen vermaken zich opperbest - ze adopteren een hond of drie (zwabber, stoffel, de toegedichte namen veranderen per uur) en leren poolen. Sterker, ze raken er in twee dagen tijd aan verslingerd. Ze worden daarbij geholpen de omvangrijke keukenhulp Luciana. Zij hanteert de queue´s met grote vaardigheid en leert de kinderen hoe ze moeten richten en stoten. Ondanks de taalverschillen weten ze de meest elementaire informatie uit te leggen: hoe ze heten, hoe oud ze zijn en dat ze zelf vier kinderen heeft. Ze wrijft demonstratief de tranen uit haar ogen als ze afscheid neemt. "Quel lindo" - wat zijn ze mooi zegt ze terwijl ze vertederd over de blonde haren aait. De kinderen adoreren haar...

Prachtig, maar toch...
Arara Azul is geweldig. Met vissen op piranha´s (of ze vetmesten, volgens onze gids aangezien menig aas van de haak gegeten wordt zonder vangst) en deze vervolgens voeren aan de krokodillen. Ontdekken dat kroko´s hoesten, niezen en grommen. Ontdekken dat capibari´s blaffen als een hond. En paardrijden door de bossen en het water en oog in oog staan met een gordeldier. Met een ochtendlijke ontmoeting met een troep wegstuivende en kwalijk grommende en snuivende Quatsi´s (neusbeertjes) die ons vanuit de bomen kwaad aankijken en proberen op ons te piesen. En tientallen soorten vogels die je niet zou kunnen bedenken.

De Pantanal schenkt ons een oneindige rijkdom aan exotische vogels, vleesetende vissen (al dan niet aan de haak geslagen), reptielen en zoogdieren. Ja, dat is zeker waar. Je ziet hier meer beesten dan in de Amazone, daar ben ik ook van overtuigd. Toch houden niet het echte jungle-gevoel over aan de Pantanal. Het gebied kent daarvoor niet genoeg ´bos´. Of tenminste, niet de stukken waar wij geweest zijn. We houden daarom toch een beetje dubbel gevoel over aan de Pantanal. Het zal hier heel anders zijn in het natte seizoen, maar dat begint pas in januari. Hmmm... toch nog maar eens terugkomen...

zaterdag 22 augustus 2009

De Schoolstrijd

Wie gaat er elke dag met plezier naar school? Niemand toch!? Zelfs Micky Fleur en Daan niet. Om nog maar te zwijgen van Meester en Juf. Meestentijds verlopen de lesuren relatief gladjes. Het is en blijft hard werken - RESPECT voor alle meesters en juffen!! - drie kinders die beurtelings aan het werk gezet moeten worden, uitleg moeten krijgen over te maken les en met vragen komen over wat er nu precies bedoeld wordt.

Vier weken zijn we met school bezig. Zodra het even kan doen we een lesprogramma van taal en rekenen. De rest doen we tijdens de reis: topografie van Zuid-Amerika, geschiedenis van de ontdekking van Amerika, de conquestadores en Simon Bolivar, de slavenhandel en Inca's, de dictaturen van Zuid-Amerika, de Dwaze Moeders - er is zoveel te vertellen over dit continent. En Engels doen we tijdens onze lange reizen - op het vliegveld of in de bus. En inderdaad, lesstof gaat zoveel meer leven als je het direct kunt toepassen!

Afleiding genoeg
Toch is niet alles Hosannah en jubeldejuub! Micky heeft wat meer moeite met rekenen, dus die krijgt daar wat extra aandacht voor - en het valt dan niet altijd mee de juiste toon te vinden (understatement). Daan heeft wat meer moeite met snel schrijven, dus zijn taallessen kosten wat meer tijd. Fleur heeft af en toe wat moeite met de motivatie. Het is allemaal niet zo gek natuurlijk: wie krijgt er nu les in de buitenlucht met broer en zussen om je tegen aan te bemoeien op elk wenselijk moment. En kijk een vlinder! en ik heb het warm, mag ik zwemmen? en wat gaan we zo doen? En je vader en moeder die spelen dat ze meester en juf zijn, maar dat natuurlijk helemaal niet zijn! En de wetenschap dat al je vriendjes en vriendinnetjes nog gewoon vakantie hebben...

Geen wonder dat onze schooltijd af en toe ontaard in schoolstrijd! Tot ongenoegen van de werkvloer. Het lerarencorps heeft inmiddels unaniem besloten dat zij zich niet langer geroepen voelen als leerplichtambtenaar op te treden om de leerplicht te handhaven. Er worden hogere machten aangeroepen als Maslov. De grootste motivatie van de mens is zelfontplooiing. Maar dan mot je 't wel wíllen! Daarom heeft men besloten tot een ietwat onorthodoxe aanpak: als iemand geen zin meer heeft naar school te gaan, dan gaat ie maar helemaal niet meer. De consequenties zijn voor eigen rekening en inmiddels overduidelijk! Het is in andere klassen vast ook gezellig...

Die veranderde opstelling heeft tot een wonderbaarlijke omslag geleid. De kinderen staan inmiddels om het hardst te springen als we zeggen dat we met school gaan beginnen - voor wie er wil tenminste. Heb je een vraag, kom maar bij meester of juf, wij komen niet meer bij jou. Inmiddels werkt onze school 'De Wereldvogels' nu een week conform deze nieuwe mamoetwet en de eerste toetsen zijn met groot succes afgerond. De kinderen liggen goed op schema en de resultaten zijn uitstekend.

Extra vakken
De buitenschoolse activiteiten die wel onder het curriculum vallen stuiten overigens op geen enkele vorm van weerstand. De hoeveelheid nieuwe dieren is niet meer te tellen. We hebben Darwin in praktijk gezien bij aapjes die 600 km bij elkaar vandaan leven, en nét even andere bakkebaarden blijken te hebben. En we zijn bijna door de voorraad boeken heen - ieder leest een tot twee boeken per week. Daarom hebben we gevraagd een verhaal voor elkaar te schrijven. Fleur heeft inmiddels al een verhaal van 8 bladzijden, met illustraties, wat zij met haar leven beschermd voor de andere twee. Ook leveren Micky Fleur en Daan om beurten een bijdrage aan ons reisboek (leuk idee van je Jet!). We worden getrakteerd op prachtige tekeningen en kleurrijke verhalen. In de bus wordt volop gedanst en gezongen en we binnenkort gaan we serieus aan de slag met het componeren van ons eigen wereldreizigerslied.

woensdag 19 augustus 2009

Onderweg naar ergens

On the road again. Altijd wel onderweg naar ergens... Tussen onze vaste verblijfplaatsen maken we heel wat kilometers met de meest uiteenlopende vervoersmiddelen. Reizen gaat gepaard met lange uren nietsdoen. Zitten, kijken, spelletje doen, uit het raampje kijken, muziek luisteren, boekje lezen, vervelen... Met overstappen, wachten op verbindingen, vertragingen, wegwerkzaamheden, of gewoon de warmte die tot extra drinkpauzes leidt.

De kinderen hebben zich met speels gemak aangepast. Ze sjezen door de ontvangsthal tussen twee vluchten door, tikkertje waarbij ze zo hard mogelijk hollen en zich verstoppen achter de banken. Bij het boeken van een vlucht op het vliegveld, halen ze acrobatische toeren uit, radslag, handstand, mini-capoeira en ze bouwen zelfs een heuze menselijke toren. In de bus bij Sandro staan te discodansen in het gangpad van de bus van Sandro (Sandro? Si? Musica por favor). Ze zitten opeengepakt met mama achter in een taxi te giegelen en geiten - tot groot vermaak van de taxichauffeur die menigmaal met een vertederde grijns in zijn achteruitkijkspiegel gluurt.

Onderweg, telkens weer onderweg, met continu veranderend landschap, huizen, beesten, temparaturen. Mensen met andere gelaatsvormen, huidskleuren, kleding en gewoonten. Instappen in Salvador, waar bijna iedereen donker is, overstappen in Campinas waar bijna iedereen blank is - het valt op. Van de hitte van Corumbá, waar het midden in de winter rustig boven de dertig graden is, naar La Paz, op 4 km hoogte waar we met fleesen en jassen aanlopen en het nog koud hebben. Op het kleine vliegveld van Puerto Suarez zit een Boliviaanse dame met ontblote borst haar zoontje van twee te voeden. Gewoon in het openbaar, zonder enige vorm van gêne - in tegendeel, en ook niemand die dit gek vindt. Een taxi in Bolivia die bijna uit elkaar valt, de deuren moeten met ijzerdraadjes geopend worden en er ligt een tapijtje op het dashboard. Het is zo leuk allemaal!

Behoudens het afwezige reizigersgevoel, wordt het reizen zelf wél steeds gewoner. De boel inpakken en weer verkassen. Weer een andere omgeving, andere mensen, andere contacten. En telkens weer nieuwe hotelkamers die binnen een dag als 'thuis' voelen, met de knuffels Poes, Frankie en Tijgertje op het hoofdkussen. (ze hebben inmiddels gezelschap gekregen van een serie zwarte popjes uit Salvador).

Ondanks dit alles, hebben we nog niet het gevoel 'echte' wereldreizigers te zijn... We hebben nog steeds een vakantiegevoel - en dat bevalt ons eigenlijk niet echt. Misschien ook door het geciviliseerde Brazilië (wat een prachtig land!), waar het reizen zo makkelijk gaat. In La Paz aangekomen voelt dat opeens anders. We zitten in een echt backpackers familiehotel, hebben last van hoogte-jetlag, hebben geen idee wat we hierna gaan doen. En als we uit het raam kijken weten we zeker dat we weer in een heel andere wereld zijn beland. Zou het gevoel dan toch gaan komen?

zondag 16 augustus 2009

Blikkie trappen

Het is een zwoele avond in Lençois, zoals zovelen. We zitten heerlijk na te tafelen met de Nederlanders die we hier bij toeval opnieuw getroffen hebben. Eerder langer of korter kennisgemaakt in Imbassaí en Salvador, nu allemaal genieten van de pracht van de Chapada. Overdag doen we ons eigen ding, en 's avonds komen we elkaar als vanzelf tegen in dit kleine stadje.

Het Puberbrein ontsloten
Zo ook Yvonne en Marcus met hun zoontjes. Yvonne blijkt de schrijfster van het boek het Puberbrein, wat we net voor het weggaan van vriend Peter hebben gekregen. Wat een toeval! Ook tafelgenoten Frans en Jet kennen het boek en hebben het zelfs al gelezen. Jet zegt enthousiast tegen haar eigen puber: "Thijs! Dat is Yvonne, van het puberbrein!" Waarop Thijs reageert met het afwijzende: "Nou, ik heb er geen barst van begrepen." Tot grote hilariteit van de tafelgenoten natuurlijk. Uiteraard legt Yvonne ten overvloede uit dat het boek niet is geschreven voor de doelgroep pubers, maar vooral voor trendwatchers, reclamemakers, ouders/verzorgers en het bedrijfsleven.

We zagen Yvonne niet al te lang door over dit onderwerp, ze is tenslotte op vakantie. En terwijl het gesprek zich al weer snel in tal van richtingen buigt - zoals dat vaker gaat in goed gezelschap - hebben de kinderen hun persoonlijke voorkeuren tussen het ruime aanbod eten uitgepikt en smeren 'm naar buiten. Ons achterlatend met wijn, bier en small talk. Gezellig! Af en toe gaan wij als ouders even kijken of de kinderen zich nog vermaken.

Panna en annap
Op het pleintje voor de deur wordt druk gevoetbald in het schemerige avondlicht. Vijf Nederlandse en drie Braziliaanse jongens doen hun uiterste best een gedeukt colablikje tussen de benen van een ander door te spelen: panna. Doe je dat van achteren, heet het annap en dat levert twee punten op. De jongens hebben elkaar gevonden in een gezamenlijke passie. Leeftijd en taal spelen geen rol meer.

Thijs schiet het blikje weg, dat uit de goot wordt opgepikt door Kozan, die belaagd wordt door een braziliaans opdondertje. Voor hij er erg in heeft tikt Timo het blikje tussen zijn benen door: punt. Tijd om er bij stil te staan is er niet, want een van de brazilianen heeft het blikje opgepikt, de jongen van de ijscokraam. Alles krioelt door elkaar en heeft plezier.

Braziliaanse jochies
Er voetbalde een ander lokaal joch mee. Een vrolijk kereltje met pretoogjes, die al snel uitgroeit tot een soort mascotte. Op de laatste avond gunt Thijs hem z'n kleine voetbal. Niet begrijpend wat de bedoeling is, geeft de jongen wel drie keer de bal terug, alsof het om een spel gaat. Uiteindelijk stopt Thijs de bal onder het jochie zijn t-shirt en stuurt hem weg. Het besef dringt langzaam door terwijl hij steeds sneller richting huis loopt: hij heeft net een bal gescoord!

De volgende avond duikt onze mascotte met brede grijns voor ons op als we terug naar de pousada lopen om naar bed te gaan. Wij hoorden bij Thijs en daarom tracteert hij ons uit dankbaarheid of genegenheid op een radslag. Als we enthousiast applaudiseren, weet hij van geen ophouden meer en komt al radslagen makend achter ons aan. Het was toch al gauw een paar honderd meter lopen, dus dat moet een duizeligmakende hoeveelheid radslagen geweest zijn. We voelden ons er enigszins ongemakkelijk bij worden, want meer dan een vriendelijk woord en een glimlach hadden we hem niet te bieden. Opeens vond hij het na een paar honderd capriolen wel genoeg en nam hij met een korte armzwaai de benen. Gelukkig maar, want wij zagen hem in gedachten al radslagen makend in de slaapkamer belanden. En wat moet je dan met zo'n jongen?

zaterdag 8 augustus 2009

Ruwe diamant

Wakker worden met de meest prachtige liederen denkbaar, uitgevoerd door tientallen geoefende vogelkelen - ontwaken met de natuur gaat vanzelf in de Chapada Diamantina. We hebben genoten van een diepe slaap in dit overdonderd prachtige gebied. Werkelijk een ruwe diamant, maar één die je niet wilt polijsten. Hoe ruwer hoe mooier...

De zon gaat langzaam onder
De vorige avond zaten we op een bergtop en keken met ingehouden adem naar de zon die zichtbaar onder de horizon zakte. We werden getrakteerd op een spectakel van steeds dieper wordende kleuren die de omliggende rode en groene bergtoppen in vuur en vlam zetten. Net op tijd waren we. Bijna hadden we het niet mogen meemaken. Om tien over vijf trokken we de handrem aan en de laatste toeschouwers bleken om vijf uur vertrokken te zijn naar boven. Na een register charmes en smeekbeden in ons beste Portugees mochten we alsnog ('os crianças' blijkt het toverwoord). Kinderen zijn belangrijk voor Brazilianen en die wil zelfs een plichtsgetrouwe gids niet teleurstellen. Met de uitdrukkelijke opdracht op tijd naar beneden te komen, laat de gids ons vertrekken.

Als gemsen klauteren we de rotsen op, op weg naar de afgeplatte top die zo karakteristiek is voor de bergen van de Chapada Diamantina. Boven wanen we ons heel even god die na een dag hard werken op de resultaten van zijn inspanningen neerkijkt en ziet dat het goed is. Wat een uitzicht! Wat een vormen! Wat een kleuren! En met de minuut wordt het mooier dankzij de snel zakkende zon. Het uitzicht is adembenemend - de stilte indrukwekkend. Een gedenkwaardig moment dat allemaal even laten bezinken. Maar niet te lang. Ingedachtig de opdracht van de gids, storten we ons naar bendenen voordat het zo donker is dat we niets meer zien.

Lappen op de rots
We zijn neergestreken in Lençois, een charmant plaatsje en toegangspoort tot de Chapada Diamantina. Lençois, het portugese woord voor lappen of lakens. Heel toepasselijk - als we het dorp uitlopen met gids Lucio zien wij een groot aantal vrouwen de was doen in de watervallen en poelen. Hun schone was ligt uitgespreid te drogen op de rotsen. Onze gids Lucio is hier geboren en getogen. Hij spreekt in vloeiend Engels met veel liefde over de bergen, de bewoners en de natuur. Tot voor kort was dit een van de belangrijkste vindplaatsen voor industriële diamanten - het Panamakanaal en de metro's van London en Parijs zijn met de diamanten van de Chapada gegraven. Tot voor kort, want het zoeken van diamanten is nu verboden.

De Chapada is nu een beschermd natuurgebied dat leeft van eco-toerisme en we begrijpen waarom. De karakteristieke afgeplatte bergtoppen ommuren diepe ongerepte valeien. De hoogste waterval van Brazilie vind je hier: een vrije val van 320 meter. Het water bereikt de bodem nooit. Onderweg naar beneden is het al versplinterd in miljoenen kleine druppeltjes. Er ligt één dorpje in de Chapada zelf, waar alles per paard wordt aangevoerd. Te bereiken na een trektocht van 2 dagen. Tot voor kort leefde men hier alsof het 100 jaar terug was. Hoezo ontoegankelijk!?

Volgens onze gids Lucio zijn de beste gidsen nog altijd de oud-mijnwerkers. Zij kennen het gebied als hun broekzak, maar door hun gebrek aan opleiding zijn ze ongeschikt toeristen te gidsen. Een rafelig bestaan in de marge van de samenleving is al dat resteert. Lucio heeft echter de droom een aantal van hen op te leiden en een nieuwe toekomst te geven. We nemen ons voor hem te helpen zodra we terug zijn in Nederland. Kijken wat daar van komt...

Dirt roads
Zoals wel blijkt is de Chapada Diamantina een natuurgebied als een ruwe diamant, nog nauwelijks ontsloten voor toeristen. Althans, die komen er genoeg, maar zwermen er vooral omheen - voor zover de infrastructuur van ongemarkeerde 'dirt roads' dat toelaat. Chapada Diamantina blijkt een waar paradijs voor de echte natuurliefhebbers. Een gebied zo groot als half Nederland waar geen auto kan komen.

Zelfs er omheen rijden blijkt zo goed als onmogelijk. We willen een boottocht maken in het nabijgelegen wetland. Op goed geluk slaan we een dirt road in. In de wetenschap dat we geen flauw idee hebben waar we zitten en waar we heen gaan, maar met de zekerheid dat we altijd wel ergens uit zullen komen, rijden we door. Gedurende een uur worden we door elkaar geschud bij een snelheid van 10 km/u. Plots duiken er een paar hutten op: we blijken bij onze bestemming aangekomen. Deze plaats is gesticht door gevluchte slaven die hier aan de rand van een uitgestrekt wetland een nieuw en onvindbaar bestaan opbouwden. De plaats is wat ons betreft nog steeds zo goed als onvindbaar. En dit vond men hier een normale weg...

Een toegesnelde nazaat van de vluchtlingen gaat ons voor naar de waterkant. Onze gids hanteert de peddel in een tempo alsof we een buitenboordmotor hebben. Onvermoeibaar vindt hij zijn weg door het labyrinth van waterwegen. We wanen ons even terug in de tijd en in het bezit van onze eigen slaaf. Een verleidelijke maar erg foute gedachte, die we snel verdringen. Onze vrije gids is goud waard - hij ziet vogels en lokt ze met geluiden. Hij legt de boot regelmatig stil en wijst ons waar we moeten kijken. Het wordt een van de mooiste ervaringen in de Chapada.