vrijdag 28 augustus 2009

La Paz - pas op de plaats

Iedereen is ziek of wordt ziek in La Paz. Of het nu hoogteziekte is, vermoeidheid of verkeerd eten, we weten het niet. De een heeft knetterende hoofdpijn, de ander is misselijk de volgende geeft over en heeft een fikse koorts. Verder heerst er een algeheel gevoel van malaise, waar vooral Micky en Mar last van hebben.

Dat wordt nog versterkt doordat we door alle zieken vast zitten in ons hostel, Arthy's Guesthouse, door velen omschreven als het beste guesthouse van Bolivia en misschien wel van Zuid-Amerika. Maar wij zijn te miserabel om het op waarde te schatten, laat staan de omgeving eens goed te verkennen. We horen alleen de vele bussen en taxi's langs ons heen razen, of onder ons raam stilstaan. Constant getoeter van ongeduldige chauffeurs, geschreeuw van de cominado's, een verzameling minibusjes die luidruchtig door elkaar heen het hele routeschema afroepen in de hoop dat er nog iemand extra instapt - meestal vergeefs.

En door alles heen ruiken we de dieseldampen. Twee minuten hier op straat en je realiseert je dat we in Nederland vooral bezig zijn ons eigen geweten te sussen. Wil je werkelijk iets aan het milieu doen, moet je hierheen (liefst op de fiets natuurlijk).

De hoogte eist zijn tol
La Paz begint voor onze deur - een onuitnodigend rolluik - en langs tal van kleine straatjes tegen de bergen om ons heen opkruipt. Het is adembenemend te zien hoe de opkomende zon alle schots en scheef gestapelde huisjes beschijnt. Het is adembenemend te zien hoe 's avonds de lichtjes over de berg gedrapeerd zijn. Maar op deze hoogte is alles adembenemend. Na tien stappen lopen hijgen we alsof we een marathon gelopen hebben en protesteren longen en spieren: NIET VERDER!

Toch maken we af en toe een rondje door deze waanzinnige stad. Het is een totaal andere wereld. Op elke vierkante meter straat zit wel iemand die vrijwel hetzelfde probeert te verkopen als zijn buurvrouw. En 's avonds gaat er een doek overheen en een touw. Eric is steevast vroeg wakker en is meestal voor zeven uur de straat op. Voelen hoe de stad ontwaakt. De vrouwen komen met hun winkelnering in kleurige doeken op de rug aan en stallen alles uit. Mannen pakken hun kraam uit en gaan verder waar ze de vorige dag gebleven zijn. De stad is een grote bonte uitdragerij en wij willen hier weg, weg uit de gekte, de drukte, weg uit de stank.

Voorlopig gaat dat niet. Niet met de verzameling ziek, zwak en misselijk die we hebben opgebouwd. We hebben overigens wel tijd schoolwerk in te halen. Tenminste, met de niet-zieken. En een voordeel van Arthy's Guesthouse: er is volop internet en we kunnen films huren. Dan hebben de kinderen tenminste nog enige afleiding nu we aan huis gekluisterd zijn. Nadeel: de kinderen hebben tijd om over van alles na te denken en krijgen last van heimwee. Naar de beestjes, naar de tuin, opa en oma, vriendjes. Dit wordt nog versterkt omdat we hen allemaal met een vriendje of vriendinnetje laten Skypen. Thuis wordt opeens weer heel tastbaar. "Mam, waarom wil jij nu zo graag reizen?" vraagt Micky. Tja, soms vraag ik mij dat ook af. Waarom sleep ik de hele familie mee naar oorden waar het vies is en koud? We houden ons groot bij de gedachte dat ook deze ervaring louterend is. Zei Jan in Imbassaí niet tegen ons dat je de Amazone pas echt leerde kennen als je er geleden had? Dit is waarschijnlijk net zo iets. Hopen we...

De accu is weer vol
We voeden onze accu door de aanbevelingen van andere reizigers te lezen die in de boeken bij ons guesthouse staan. We spreken met vele medereizigers. We hebben tijd om ons te verdiepen in de rijkdom die Bolivia te bieden heeft. Gretig schrijven we alle aanbevolen hostels en restaurants over van de plaatsen die we mogelijk nog gaan aandoen.

En na bijna een week pas op de plaats kunnen we eindelijk vertrekken. Op naar Lake Titicaca, Copacabana en Isla del Sol. We laten de meeste bagage achter en reizen licht. Zodra we in de bus stappen, borrelt het reisgevoel op. Door de ramen van de bus zien we La Paz langzaam uiteenvallen en plaatsmaken voor onherbergzaam en leeg hooglandschap. Toch zijn vrijwel overal sporen van landbouw en zien we regelmatig mensen met de hand het land bewerken. We zien de eerste lama's en zien bevroren plassen tussen de velden. Het is hier koud. IJzig koud en leeg, er zijn vrijwel geen bomen.

Uitzicht op beter
We zien het Titicacameer met daarachter de besneeuwde bergen. Voor we het eiland van Copacabana kunnen bereiken, moeten we het water over. De bus wordt zonder passagiers op een grote houten vlet overgezet. Wij gaan er in een klein bootje achteraan. Na een paspoortcontrole mogen we verder en slingerend door de bergen komen we steeds dichter bij Copacabana. We worden losgelaten aan de rand van een klein stadje aan de oever van het grootste meer van Zuid-Amerika.

Bij een onooglijk strandtentje eten we eerst vier verrukkellijke verse forellen. De eerste kennismaking is perfect. Zelfs Daan smult - als niet viseter. Met volle buik gaan we op zoek naar een onderkomen. We hebben onze zinnen gezet op Hotel Cupula, het best aanbevolen hostel. Daar aangekomen blijkt er geen kamer vrij te zijn - er zijn echter wel zeven reserveringen. Ze vertellen ons echter dat de ervaring hen heeft geleerd dat wanneer deze niet voor een uur zijn gekomen, ze helemaal niet meer komen. Er is nog anderhalf uur te gaan. We houden hoop. In afwachting van het salomonsoordeel lopen we de alternatieven van het dorp af. Geen kan zich meten met onze eerste keus. Hijgend en met kloppend hart keren we om half twee weer. We hebben geluk! Er is plaats voor ons. En wat voor een! We krijgen twee kamers met eenn keukentje, een eigen opgang en een speeltuintje. Terwijl de kinderen zich in de tuin verliezen in hun fantasiewereld, kijjken wij uit over Lake Titicaca en Copacabana. En we weten weer: dit is waarom we reizen!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten