De Copacabana - dan denk je aan brandende zon, woelige branding, mooie vrouwen in niets verhullende bikini's, kortom het wereldberoemde strand in Rio. Wij zitten nu in Copacabana aan het strand. De vrouwen dragen hier zes rokken over elkaar, truien en vesten (en niets doet vermoeden wat zich daar onder bevindt) en de temperatuur daalt tot onder het vriespunt. Ons Copacabana wordt niet bezongen door Barry Manilow, ons Copacabana ligt op 4 km hoogte aan de rand van het Titicaca meer.
Het is er overigens niet minder prachtig om. En de vrouwen zijn niet minder kleurrijk - wel duidelijke anders. Ze zitten op elke straathoek met hun koopwaar: groente, fruit, soms nog sprartelende vis. Hun gezichten en handen zijn gelooid door de barre omstandigheden van het leven in de buitenlucht. In alle vroegte komen ze aan, hun koopwaar op de rug meetorsend in kleurige doeken. Soms zitten ze verscholen in een zijstraat, weggedoken in de schaduw, duttend onder een doek, wachtend op een spaarzame klant. Anderen bevolken kleine winkeltjes waarvan de koopwaar de straat oppuilt. Copa is in vele opzichten een kleurrijk stadje.
Toeristen als wij zijn
Wij blijven echter niet lang. De volgende dag steken we van Copa over naar Isla del Sol. Naast ons in de punt van de boot zitten een jonge moeder met een prachtige baby en dochtertje, allen in lokale dracht, dus veel kleding, die zo te ruiken niet veel uitgaat. De baby kijkt met lichtloensende diepbruine ogen van onder een Boliviaanse muts vandaan. Opgedroogde snotpegels plakken op de bolle wangen. Moeder pakt haar schort en veegt zo goed en zo kwaad haar dochter schoon. Of zoon. we kunnen het niet zeggen, maar zijn allemaal uiterst vertederd. Het eerste voorproefje van Isla del Sol, want daar zijn ook zij naar onderweg.
De boot legt aan bij een provisorische pier. Waar moeten we heen, we hebben alleen een naam van het hostel, hebben geen idee waar het ligt en of er nog plaats is? Maar zoals altijd worden we aangeklampt door een lokale commerciant, die het hostel uiteraard kent. Hij voert ons mee naar een oude stenen trap die tegen de berg opkruipt. "Tweehonderdvijftig treden." zegt hij ter geruststelling. En als we boven zijn: "het zwaarste heb je nu gehad" om vervolgens nog tien minuten door te klimmen, met ons steeds zwaarder hijgend op steeds grotere afstand achter zich aan. Ik denk dat we al met al wel tweehonderd meter gestegen zijn. Zeg maar naar boven lopen in een flatgebouw van tachtig verdiepingen, maar dan zonder fatsoenlijke trap... Mogen we dan buiten adem zijn als we boven komen!? Je zal het maar elke dag moeten doen! Het uitzicht bij ons eenvoudige hostel doet ons de inspanning snel vergeten.
De volgende dag wordt ons duidelijk dat er vele mensen zijn die dit elke dag doen. Er zijn geen vervoersmiddelen op dit eiland, anders dan de benenwagen. De honderden ezels op dit eiland dienen als transportmiddel en worden langs nauwe steile weggetjes gejaagd door mannen en vrouwen die nog zwaarder bepakt lijken te zijn dan de ezels die ze voortjagen. We komen ook veel lama's tegen - voor het eerst, maar die lijken geen duidelijk doel te dienen. We zien ze in ieder geval niet met bagage. Wel met kleine kinderen die onmiddellijk de hand ophouden als je een foto neemt. Dus toch een doel. We voelen ons onmiddellijk de toerist die we natuurlijk ook zijn.
De Inca's achterna
Iedereen loopt hier - dus wij ook. We laten ons per boot naar het noorden van het eiland brengen. Op zich al een avontuur, want in het zicht van de haven staakt de motor. Een kwartier lang drijven we stuurloos rond. Marjolein vertelde even eerder dat vissers die hier overboord slaan niet gered worden. Dat wordt beschouwd als een offer aan de goden. We zien onze geest al dwalen, terwijl de schipper zijn motor vakkundig sloopt. We horen onderdelen vallen en vragen ons af hoe dit nog goed kan komen. Op enig moment besluit de schipper dat de motor het resterende deel aankan. Na enkele tientallen vergeefse rukken aan de startkabel, belieft het de motor zowaar aan te slaan. We slaken een zucht van verlichting.
Na de lunch zullen we teruglopen naar de zuidkant van het eiland. Een tocht van drie uur over de rug van het eiland. Er is maar een weg, het kan niet missen. Even buiten het dorp is een tweesprong en dan moet je naar links. Een uur later en zonder tweesprong komen we bij de Inca-ruïnes op de uiterste noordpunt van het eiland. Hier is de zon geboren uit de rode rotsen, dit was een van de grootste heiligdommen in het Inca-rijk. Maar hiervandaan kost het ook meer dan vier uur om terug te komen, weten we. Tegen beter weten in beginnen we nog even aan het pad terug naar het zuiden. Lopend over het historische Inca-plaveisel wanen wij ons in een andere tijd. Tot de kinderen beginnen te protesteren. Het heden dringt zich onbarmhartig aan ons op. Dit is gekkenwerk - we moeten terug. Nog even laven wij ons aan deze historische plaats en keren dan op onze schreden terug.
Noorderlicht
Er zijn zo van die onwrikbare waarheden in een mens zijn leven. Je kunt bijvoorbeeld altijd zien aan een boom waar het noorden is. Dat is de kant waar mos groeit, omdat de zon daar nooit komt. "Waarom komt de zon nooit in het noorden?" vraagt Micky. "Dat komt..." begin ik - door mijn hoofd flitsen keerkringen en zonnewendes en plotseling daagt het besef. Mijn wereld staat even stil. "Micky!" zeg ik, "maar je hebt gelijk! Hier komt de zon nooit in het zuiden! Alles is hier anders!" Als de zon hier op zijn hoogste punt staat, is dat het noorden! Mijn hele leven heb ik de zon om 12 uur in het zuiden als een onwrikbare wetmatigheid beschouwd, maar dat wordt in een klap terzijde geschoven. Ik leg haar uit hoe het werkt met de zon - en realiseer me dat ik zes weken met een verwrongen wereldbeeld heb geleefd. Zelfs in Brazilie heb ik mij nog op de zon georienteerd bij het kaartlezen. En ik snapte niets van de kaart: wij reden volgens de zon naar het noorden en volgens de kaart moesten we naar het zuiden rijden.
Deze reis leert in ieder geval dat je soms de meest grote wetmatigheden in het leven moet loslaten om de juiste weg te vinden. Wat een diepe gedachten... Als dat maar goed gaat.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Hallo daar!, tjonge Micky je kunt beter je vader les gaan geven!.ik lees alles met veel plezier en vertel het dan de anderen. Het lijkt ons enorm spannend om daar te zijn.
BeantwoordenVerwijderenmaar zitten toch liever hier.
nog veel succes en heel veel plezier!!!
groetjes Erwin Lisanne Margriet
doe mij ook maar een forrelletje, is ie wel vers?
BeantwoordenVerwijderenernst