On the road again. Altijd wel onderweg naar ergens... Tussen onze vaste verblijfplaatsen maken we heel wat kilometers met de meest uiteenlopende vervoersmiddelen. Reizen gaat gepaard met lange uren nietsdoen. Zitten, kijken, spelletje doen, uit het raampje kijken, muziek luisteren, boekje lezen, vervelen... Met overstappen, wachten op verbindingen, vertragingen, wegwerkzaamheden, of gewoon de warmte die tot extra drinkpauzes leidt.
De kinderen hebben zich met speels gemak aangepast. Ze sjezen door de ontvangsthal tussen twee vluchten door, tikkertje waarbij ze zo hard mogelijk hollen en zich verstoppen achter de banken. Bij het boeken van een vlucht op het vliegveld, halen ze acrobatische toeren uit, radslag, handstand, mini-capoeira en ze bouwen zelfs een heuze menselijke toren. In de bus bij Sandro staan te discodansen in het gangpad van de bus van Sandro (Sandro? Si? Musica por favor). Ze zitten opeengepakt met mama achter in een taxi te giegelen en geiten - tot groot vermaak van de taxichauffeur die menigmaal met een vertederde grijns in zijn achteruitkijkspiegel gluurt.
Onderweg, telkens weer onderweg, met continu veranderend landschap, huizen, beesten, temparaturen. Mensen met andere gelaatsvormen, huidskleuren, kleding en gewoonten. Instappen in Salvador, waar bijna iedereen donker is, overstappen in Campinas waar bijna iedereen blank is - het valt op. Van de hitte van Corumbá, waar het midden in de winter rustig boven de dertig graden is, naar La Paz, op 4 km hoogte waar we met fleesen en jassen aanlopen en het nog koud hebben. Op het kleine vliegveld van Puerto Suarez zit een Boliviaanse dame met ontblote borst haar zoontje van twee te voeden. Gewoon in het openbaar, zonder enige vorm van gêne - in tegendeel, en ook niemand die dit gek vindt. Een taxi in Bolivia die bijna uit elkaar valt, de deuren moeten met ijzerdraadjes geopend worden en er ligt een tapijtje op het dashboard. Het is zo leuk allemaal!
Behoudens het afwezige reizigersgevoel, wordt het reizen zelf wél steeds gewoner. De boel inpakken en weer verkassen. Weer een andere omgeving, andere mensen, andere contacten. En telkens weer nieuwe hotelkamers die binnen een dag als 'thuis' voelen, met de knuffels Poes, Frankie en Tijgertje op het hoofdkussen. (ze hebben inmiddels gezelschap gekregen van een serie zwarte popjes uit Salvador).
Ondanks dit alles, hebben we nog niet het gevoel 'echte' wereldreizigers te zijn... We hebben nog steeds een vakantiegevoel - en dat bevalt ons eigenlijk niet echt. Misschien ook door het geciviliseerde Brazilië (wat een prachtig land!), waar het reizen zo makkelijk gaat. In La Paz aangekomen voelt dat opeens anders. We zitten in een echt backpackers familiehotel, hebben last van hoogte-jetlag, hebben geen idee wat we hierna gaan doen. En als we uit het raam kijken weten we zeker dat we weer in een heel andere wereld zijn beland. Zou het gevoel dan toch gaan komen?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Jullie (Eric?) schrijven leuk! En inderdaad het duurt zeker 2 tot 3 maanden totdat dat gevoel van vakantie overgaat, als ik me goed herinner! Geniet dan nog maar even van de vakantie haha
BeantwoordenVerwijderenen ik heb na 3 minuten al het wereldreizigers gevoel. Ga de jongere stukjes nu (pas) lezen.
BeantwoordenVerwijderen